Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Algemeen – het kasboek
3.Het tweede middel
Juridisch kader criminele organisatie
(i.) van betrokkenheid van derden niet kan blijken uit de vaststellingen van het hof en de bewezenverklaring berust op het feit dat de verdachte de geldzaken bijhield en [medeverdachte] de telingshandelingen deed;
(ii.) het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en [medeverdachte] meerdere hennepkwekerijen geëxploiteerd zouden hebben, wat nog niet dwingt tot de conclusie dat deze hennepteelt in een verband plaatsvond als bedoeld in art. 11b (ten tijde van het bewezenverklaarde 11a) Opiumwet;
(iii.) uit de vaststellingen van het hof dit ‘verband’ niet volgt en ook de gestructureerdheid ervan niet kan volgen uit het bijhouden van financiën van de kwekerij in een boekje, waarin ook financiën werden bijgehouden die niets van doen hadden met de hennepteelt.
meer personen’en de organisatie
‘in ieder geval’bestond uit de verdachte en de [medeverdachte] . Tevens heeft het hof overwogen dat de verdachte een
prominente ‘coördinerende’ rolheeft gehad in het samenwerkingsverband. Het hof heeft voorts overwogen dat de verdachte als opsteller van het kasboek, verantwoordelijk was voor het bijhouden van alle inkomsten en uitgaven omtrent de exploitatie van de hennepkwekerijen in de hiervoor genoemde panden.
prominente en coördinerenderol heeft gehad in het samenwerkingsverband en voorts dat de verdachte als opsteller van het kasboek verantwoordelijk was voor het bijhouden van alle inkomsten en uitgaven omtrent de exploitatie van de hennepkwekerijen in de hiervoor genoemde panden. Het hof heeft aan zijn oordeel aldus meer ten grondslag gelegd dan het enkele bijhouden van de financiën.