2.5Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich een formulier ‘Verzoek tot schadevergoeding’ van [benadeelde 1] met bijlagen. Deze houdt in dat [benadeelde 1] een bedrag van € 350,- verzoekt als vergoeding van immateriële schade. In de bijlagen A en B is dat als volgt onderbouwd:
“Bijlage A
(…)
Het slachtoffer was op 2 december 2020 in zijn functie als politieman samen met een collega met noodhulp surveillance belast. Zij kregen de melding van een persoon die zichzelf in zijn polsen en armen aan het snijden was. Toen zij daartoe de woning wilden betreden waar de persoon zich zou bevinden trof het slachtoffer de verdachte in de deuropening. De verdachte dreigde het slachtoffer dood te maken. De verdachte liep met versnelde pas op het slachtoffer af en had een mes van tussen de 20 en de 30 centimeter in zijn hand. Wederom uitte hij een doodsbedreiging.
Hierop trok het slachtoffer zich terug en ging de verdachte terug in de woning en sloot de deur. Daarna kwam er politieassistentie ter plaatse.
Later zag het slachtoffer de verdachte uit het raam hangen met een mes in zijn hand. Hij riep daarbij: Ik ga jullie dood maken! Dit gaat eindigen met Suicide by cop! Ik word door jullie dood geschoten?!
Nog weer later liep de verdachte door het trappenhuis en riep: Kom dan! Ik steek jullie hartstikke dood!?
(…)
De verdachte heeft zijn handelen doelbewust gepleegd en daarmee een onrechtmatige daad gepleegd.
Hiermee aanvaarde hij doelbewust het gevolg van schade en/of letsel bij het slachtoffer. De verdachte heeft het slachtoffer in persoon aangetast. Door de handelingen van de verdachten is er schade ontstaan bij het slachtoffer. De onrechtmatige daad kan aan de verdachten worden toegerekend en die is hierdoor verplicht de schade te vergoeden aan het slachtoffer.
(…)
Immateriële schade
Het slachtoffer was bang tijdens en vlak na het incident. Hij moest zijn best doen niet te huilen. Het slachtoffer is een ervaren politieman die niet eerder een dergelijk gevoel had gehad tijdens zijn werk. Hij was de dagen na het in incident onzeker. Hij sliep een aantal dagen slecht waar dit normaal niet het geval is. Als hij sliep, sliep hij onrustig, hetgeen opgemerkt werd door zijn partner. Het incident heeft hem een week lang bezig gehouden. Hij voelde angst omdat hij met de dood bedreigd was. Hij zag het incident herhaaldelijk voor zich als hij zijn ogen sloot. Hij durfde daardoor niet te gaan slapen. Hij heeft veel over het incident gesproken. Na het incident is het slachtoffer voorzichtiger en terughoudender geworden in zijn werk
Het slachtoffer heeft in deze persoonlijke toelichting de impact en de gevolgen die het incident op het slachtoffer heeft, alsmede de daaruit voortvloeiende schade duidelijk omschreven.
In de aangifte van het slachtoffer heeft hij ook het nodige gezegd betreffende de hem aangedane schade.
(VS: ik begrijp Bijlage B)
In mijn aangifte heb ik het verhaal gedaan wat er zich heeft afgespeeld. Tijdens het incident, vlak na de aanhouding van de vader van [verdachte] , merkte ik aan mijzelf dat ik vol adrenaline zat, wat zich er door middel van huilen uit wou komen. Deze tranen kon ik nog maar net weg slikken. Ik voelde aan mijzelf dat ik erg bang was. Tijdens de de-briefing met de naaste collega’s heb ik ook aangegeven dat ik pure angst heb gevoeld. Een gevoel, wat ik nooit had verwacht te voelen tijdens mijn werk. Want een politieagent moet en is moedig. Zo ook ik. Dit gevoel kon ik voor de opvolgende dagen niet meer vinden. De eerste nachten, in het weekend na deze dienst, heb ik erg slecht geslapen. Normalerwijs val ik binnen enkele tellen in slaap. Nu duurde dit voor mij erg lang. Ook tijdens het slapen merkte mijn partner dat ik erg onrustig sliep. Een week lang heeft dit incident mij voortdurend bezig gehouden. Ik voelde dat ik nog steeds bang was, omdat ik met de dood was bedreigd. Ik wilde er constant over praten. Wanneer iemand aan mij vroeg hoe het werken bij de politie was, wilde ik eigenlijk alleen maar zeggen: Niet! Je moet niet bij de politie willen werken, want dit kan zomaar je laatste dag zijn. Terwijl ik eerder gezegd zou hebben: Dit is het mooiste vak wat er is!
Wanneer ik mijn ogen sloot om te gaan slapen, zag ik continue [verdachte] voor mij. Schreeuwend, onder het bloed, met een mes, dreigende dat hij mij dood wilde maken. Ik durfde niet te slapen, aangezien ik de hele film niet weer opnieuw wilde beleven.
Ik heb het incident vele malen besproken met mijn partner en met mijn naaste collega’s. Ik heb gemerkt dat ik het daardoor beter een plek kon geven.
Ik merk aan mijzelf dat ik voorzichtiger ben geworden in het werk. Zeker als ik een melding hoor en krijg waarbij word gesproken over een mes. Normalerwijs, zou ik moedig als ik ben, direct op de persoon afstappen en de orde herstellen. Nu maak ik voor mijzelf de afweging wat ik ter plaatse voor verschil kan maken en hoe ik dit kan bewerkstelligen. Ik realiseer mijzelf nu als geen ander dat je elk moment van de dag scherp moet zijn, aangezien het moment uit onverwachte hoek kan komen...”