De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin aan betrokkene een ontnemingsbedrag van € 245.844,- is opgelegd wegens medeplegen van een cocaïneversnijdingslaboratorium.
Het laboratorium was ingericht in de woning van betrokkene en zijn partner, waarbij meerdere betrokkenen diverse rollen vervulden. Het hof verdeelde het totale voordeel van € 3.687.665,- over de onbekende leider (70%) en de overige betrokkenen (30%), waarbij betrokkene een gelijk deel (2/9 van 30%) kreeg toegewezen. Verdediging klaagde over het gebruik van een oud en niet passend “cokeboek” als basis voor toerekening, en over onvoldoende motivering van de verdeelsleutel.
De advocaat-generaal oordeelt dat het “cokeboek” niet bruikbaar is voor deze zaak, maar dat het hof op basis van de vastgestelde rolverdeling en procesopstelling van betrokkene een voldoende onderbouwde en navolgbare toerekening heeft gemaakt. Wel wordt geconcludeerd dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie leidt tot vermindering van het ontnemingsbedrag.
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het ontnemingsbedrag betreft, met vermindering van dat bedrag, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.