Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
kan worden volstaan om te voorkomen dat geheimhouderstukken kenbaar zijn voor de leden van het onderzoeksteam, op voorwaarde dat het uitgrijzen met voldoende en juist vormgegeven waarborgen is omkleed. Ter beoordeling daarvan dient de rechtbank kennis te nemen van het door de rechter-commissaris toegezegde proces-verbaal van de FIOD betreffende het uitgrijzen en de ontoegankelijkheid.” Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek heropend en aangehouden tot 28 januari 2025 om 10:00 uur en bepaald dat voornoemd proces-verbaal uiterlijk op 21 januari 2025 aan de verdediging, de officier van justitie en de rechtbank diende te worden verstrekt.
Beklag
- de projectleider van de FIOD zorgt voor een versleutelde onderzoeksomgeving en het aanvragen, dan wel intrekken van autorisaties;
- leden van het onderzoeksteam geen toegang mogen hebben tot uitgegrijsde gegevens, dan wel
- (voormalig) geheimhoudersfunctionarissen geen deel uit kunnen (gaan) maken van het onderzoeksteam;
- een forensisch IT-specialist van de FIOD de ontvangen data op de onderzoeksomgeving plaatst en inzichtelijk maakt;
- bij het uitvoeren van de vorderingen bij [B] en [C] potentiële geheimhoudersstukken op een separate gegevensdrager worden verstrekt en dat deze gegevensdrager(s) is/zijn beveiligd met een aan een geheimhoudersfunctionaris te verstrekken wachtwoord;
- het onderzoeksteam aanvankelijk was geautoriseerd voor de overige data van [B] en [C] (de niet-geheimhoudersstukken), maar dat deze autorisaties op of omstreeks 2 november 2021 zijn vervallen. Vanaf dat moment geldt dat autorisatie voor het onderzoeksteam met betrekking tot data van [B] , [C] en [A] alleen mag worden verleend door de rechter-commissaris;
- niet-uitgegrijsde gegevens slechts na toestemming van de officier van justitie ter beschikking worden gesteld aan het onderzoeksteam;
- uitgegrijsde gegevens slechts na toestemming van de rechter-commissaris ter beschikking worden gesteld aan het onderzoeksteam.