ECLI:NL:PHR:2025:1387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen koperdiefstal en constateert schending redelijke termijn
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van koperdiefstal van koperen leidingen uit een leegstaand pand. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken van medeplegen, maar veroordeeld voor schuldheling. In hoger beroep wijzigde het hof de kwalificatie en veroordeelde de verdachte voor medeplegen.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de aangever, getuigen, verbalisanten en een medeverdachte die belastende verklaringen aflegde. De medeverdachte verklaarde dat hij door de verdachte was gevraagd mee te helpen en dat hij een tas met koper op zijn fiets zette. Het hof achtte deze verklaring betrouwbaar en motiveerde dat de verdachte een intellectuele en materiële bijdrage had geleverd die medeplegen rechtvaardigde.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de medeverdachte onbetrouwbaar was en dat de bewijsvoering onvoldoende was voor medeplegen. De AG concludeert dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het middel faalt. Tevens constateert de AG ambtshalve dat de redelijke termijn voor cassatie is overschreden, wat leidt tot strafvermindering.
De conclusie van de AG strekt tot partiële vernietiging van het hofarrest wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad zal uitspraak doen over de zaak, waarbij de schending van de redelijke termijn een rol speelt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest deels vanwege schending van de redelijke termijn en verlaagt de straf, verwerpt het beroep voor het overige.