ECLI:NL:PHR:2025:235

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
17 februari 2025
Zaaknummer
23/01604
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 10 OpiumwetArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken cassatiemiddel

In deze zaak betreft het een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat verdachte veroordeelde tot 36 maanden gevangenisstraf voor onder meer medeplegen van voorbereiden of bevorderen van een misdrijf op grond van de Opiumwet en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.

De procureur-generaal heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het ingediende middel niet voldoet aan de vereisten van artikel 437 lid 2 Sv Pro. Het middel bevat geen stellige en duidelijke klacht over een rechtsregel of vormverzuim, maar stelt slechts dat het hof niet heeft gereageerd op een onderbouwd vrijspraakstandpunt zonder dit te specificeren.

Daarom is het middel niet aan te merken als een cassatiemiddel in de zin van de wet en kan het onbesproken blijven. De conclusie is dat er geen gronden zijn voor vernietiging van het bestreden arrest en dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldig cassatiemiddel.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/01604

Zitting18 februari 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte

Het cassatieberoep

1. Bij arrest van 14 april 2023 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15/870964-14 en 15/258114-14 bevestigd, behoudens ten aanzien van de strafoplegging en met correcties in het vonnis. Het hof heeft het vonnis ten aanzien van de strafoplegging vernietigd en opnieuw rechtdoende de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro.
2. Bij het genoemde vonnis had de rechtbank Noord-Holland de verdachte in de zaak met parketnummer 15/870964-14 veroordeeld voor (1) “
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich en een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen” en (2) “
het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid van de Opiumwet” en in de zaak met parketnummer 15/258114-14 voor “
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III”.
3. Er bestaat – met inbegrip van de voorliggende zaak – samenhang tussen de zaken [betrokkene 1] (23/01465), [betrokkene 2] (23/01510 P), [betrokkene 3] (23/01511), [betrokkene 3] (23/01513 P), [betrokkene 4] (23/01593), [verdachte] (23/01604), [betrokkene 5] (23/01614), [betrokkene 5] (23/01616 P). In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. In de zaak tegen [betrokkene 6] (23/01582), waarin geen middelen zijn ingediend, heeft de Hoge Raad op 14 november 2023 reeds arrest gewezen.
4. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. H. Polat, advocaat in Haarlem, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

5. De ingediende schriftuur geeft aanleiding tot het plaatsen van enkele kanttekeningen over de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.
6. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan als een cassatiemiddel in de zin van artikel 437 lid 2 Sv Pro slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. [1] Het cassatiemiddel dient derhalve aan te geven waarom de door het hof gegeven beslissing onjuist is of in welk opzicht de motivering van die beslissing onvoldoende zou zijn. [2]
7. Ik meen dat het middel dat in deze zaak in de schriftuur wordt gepresenteerd niet is aan te merken als een cassatiemiddel in de zin van de wet. In het middel wordt namelijk enkel naar voren gebracht dat het hof heeft nagelaten te responderen op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak van de ten laste gelegde feiten, terwijl niet wordt aangegeven op welk standpunt in dit verband wordt gedoeld.
8. Nu de schriftuur geen cassatiemiddel bevat, kan het middel onbesproken blijven.

Slotsom

9. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
10. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:41.
2.A.J.A. van Dorst & M.J. Borgers,