Conclusie
Strafmotivering
gevangenisstrafvoor de duur van
386 (driehonderdzesentachtig) dagen.
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor twee diefstallen uit geldtransportwagens, waarbij in totaal €240.000 werd weggenomen. Het hof legde een gevangenisstraf van 386 dagen en een taakstraf van 150 uren op. Volgens art. 9 lid 4 Sr Pro is het echter niet toegestaan een taakstraf op te leggen naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee een wettelijk ontoelaatbare strafcombinatie heeft opgelegd. Het hof had de straf moeten matigen of anderszins aanpassen. Daarnaast constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn in hoger beroep met bijna twee jaar is overschreden, wat het hof heeft meegewogen bij de strafmaat.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug aan het hof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. De overige onderdelen van het beroep worden verworpen. Een tweede middel over schending van de inzendtermijn in cassatie behoeft geen bespreking omdat het eerste middel slaagt.
De zaak betreft ernstige feiten met grote financiële schade en impact op betrokkenen, waarbij de verdachte eerder is veroordeeld. Het hof achtte een gevangenisstraf van 18 maanden passend, maar matigde deze vanwege de termijnoverschrijding tot 386 dagen plus taakstraf. De Hoge Raad corrigeert deze strafoplegging vanwege de wettelijke beperking in art. 9 lid 4 Sr Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.