ECLI:NL:PHR:2025:325

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
23/04376
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing arrest op grond van niet-afgelegde ambtseed rechter-plaatsvervanger

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een taakstraf van 180 uren, en subsidiair negentig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan de verdachte.

Het cassatieberoep werd ingesteld op grond van een formeel procesrechtelijk verweer: een van de raadsheren van de zittingscombinatie had ten tijde van de behandeling van de zaak niet de vereiste ambtseed als raadsheer-plaatsvervanger afgelegd. Dit zou betekenen dat het arrest niet door het wettelijk vereiste aantal bevoegde rechterlijke ambtenaren was gewezen.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het middel terecht was voorgesteld. De Hoge Raad vond geen andere gronden voor vernietiging, maar achtte de procedurele tekortkoming voldoende reden om het arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling en beslissing in hoger beroep.

De conclusie van de procureur-generaal en het arrest van de Hoge Raad bevestigen het belang van de juiste ambtseedaflegging voor de geldigheid van rechterlijke uitspraken en waarborgen daarmee de rechtsgeldigheid en rechtmatigheid van het proces.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/04376
Zitting18 februari 2025

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte
1. De verdachte is bij arrest van 27 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens 1 en 2 primair “
oplichting, meermalen gepleegd”, 3. “
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, meermalen gepleegd”, 5 “
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk op zijn identiteit te verhelen”, 6 en 7 “
diefstal meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd drie jaren en een taakstraf van 180 uren, subsidiair negentig dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 23/04377 P. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R. Schreudering, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het cassatiemiddel is ingediend naar aanleiding van een brief van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 februari 2024, die kort gezegd inhoudt dat een van de raadsheren van de zittingscombinatie ten tijde van de behandeling van de zaak niet in de hoedanigheid van raadsheer-plaatsvervanger de ambtseed had afgelegd. Volgens de steller van het middel kan daardoor niet gezegd worden dat de uitspraak is gedaan door het door de wet vereiste aantal rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast.
5. Op de gronden als vermeld in de conclusie van de procureur-generaal d.d. 23 april 2024 in de zaak met het nummer 23/04238 [1] is het middel terecht voorgesteld. [2]
6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

2.Uitspraak Hoge Raad 2 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:956.