ECLI:NL:PHR:2025:522

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
10 mei 2025
Zaaknummer
24/01579
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 SrArt. 10 EVRMArt. 11 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping verweer tegen vervolging wegens lokaalvredebreuk bij demonstratie ministerie EZK

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijk verblijf in een voor de openbare dienst bestemd lokaal zonder strafoplegging. De zaak betreft een demonstratie op 20 oktober 2020 in het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De verdachte stelde in cassatie dat artikel 139 Sr Pro niet van toepassing zou moeten zijn vanwege schending van het demonstratierecht zoals beschermd in artikel 11 EVRM Pro. Dit verweer werd door de procureur-generaal verworpen, onder verwijzing naar een eerdere conclusie in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:PHR:2025:518).

De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatiemiddel, en er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest van het hof te vernietigen. De zaak maakt deel uit van een serie vergelijkbare zaken over demonstraties in overheids- en bankgebouwen.

Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/01579
Zitting13 mei 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 10 april 2024 (22-002047-22) door het gerechtshof Den Haag wegens “medeplegen van wederrechtelijk in een voor de openbare dienst bestemd lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijderen” veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel.
1.2
Deze zaak betreft één van de acht demonstratiezaken waarin ik vandaag concludeer. In al deze zaken heeft het gerechtshof Den Haag op dezelfde dag uitspraak gedaan. Het gaat in zes zaken over een demonstratie op 20 oktober 2020 in het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581, 24/01582 en 24/01583), waarvan één ook over een demonstratie op 11 juni 2019 in de Tweede Kamer (24/01578), en in twee zaken over demonstraties op 9 juli 2022 in gebouwen die in gebruik waren bij de ING Bank (24/01584 en 24/01632).
1.3
Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, in de voorliggende zaak één middel van cassatie voorgesteld.

2.Het middel

2.1
Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 139 Sr Pro buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art. 10 en Pro 11 EVRM. Het middel komt overeen met dat in de zaak 24/01580.
2.2
Het middel faalt. De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518.

3.Slotsom

3.1
Het middel faalt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG