ECLI:NL:PHR:2025:527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping verweer demonstratierecht bij huisvredebreuk in ING Bank gebouw
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het wederrechtelijk verblijven in een besloten lokaal van de ING Bank zonder oplegging van straf of maatregel. De zaak betreft een demonstratie in het gebouw van de ING Bank op 9 juli 2022.
De verdachte voerde in cassatie aan dat art. 138 Sr Pro niet van toepassing zou moeten zijn vanwege een schending van het demonstratierecht zoals beschermd in art. 11 EVRM Pro. Dit verweer werd verworpen, waarbij verwezen werd naar een eerdere conclusie in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:PHR:2025:518).
Daarnaast werd geklaagd over het oordeel dat de rechter bij strafoplegging rekening mag houden met politieoptreden en vervolgingsbeslissingen, ook als deze mogelijk inbreuk maken op het demonstratierecht. De procureur-generaal stelde dat dit oordeel juist is en dat het cassatiemiddel faalt.
Er werd ook opgemerkt dat de voorgestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU niet relevant zijn voor de beoordeling van het middel. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep en er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en de veroordeling wegens huisvredebreuk blijft in stand zonder strafoplegging.