ECLI:NL:PHR:2025:749
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep en cassatie
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens diefstal met geweld en meervoudige diefstallen. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn in hoger beroep niet was overschreden omdat vertraging door toedoen van de verdediging was veroorzaakt, onder meer door het verzoek om getuigen te horen en tijdelijke onbeschikbaarheid van de raadsman.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat dit oordeel niet begrijpelijk is, omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verdediging verantwoordelijk was voor de lange duur van het proces, terwijl de getuigenverhoren pas na ruim anderhalf jaar plaatsvonden. Tevens werd geconstateerd dat de inzendtermijn van stukken in cassatie met drie maanden was overschreden, waardoor ook in cassatie de redelijke termijn werd geschonden.
De Hoge Raad concludeert dat de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie leidt tot vermindering van de opgelegde straf. De overige klachten van de verdachte worden verworpen. De uitspraak van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafduur betreft en verminderd naar de gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie.