Conclusie
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1betoogt dat het hof het verzoek van de moeder op grond van art. 1:277 lid 1 BW Pro om te worden hersteld in het gezag over de minderjarige volgens een onjuiste maatstaf heeft beoordeeld in rov. 4.6 e.v. van de bestreden beschikking. Het middel zet dit als volgt uiteen.
onderdeel 1aan dat de beslissing van het hof om het verzoek van de moeder op grond van art. 1:277 lid 1 BW Pro af te wijzen onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Het middel zet dit als volgt uiteen.