Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffersvan 17 februari 2021, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (…).
relaas van deze opsporingsambtenaar:
proces-verbaal van bevindingen artikel 140 Wetboek Pro van Strafrechtvan 29 april 2021, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (…).
relaas van deze opsporingsambtenaar:
verklaring van getuige [betrokkene 2], afgelegd in de zaken van alle verdachten, zakelijk weergegeven in:
verklaring van [verdachte], als verdachte afgelegd, zakelijk weergegeven in:
3.Het middel
4.Bespreking van het middel
als plegervoorhanden heeft gehad, dan wel dat het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte vuurwapens en kogelwerende vesten in een loods aan de [b-straat 1] te [plaats]
als plegervoorhanden heeft gehad, falen de daartegen gerichte klachten. Het hof heeft immers bewezenverklaard dat de verdachte deze voorwerpen
tezamen en in vereniging met anderen(en derhalve als medepleger) voorhanden heeft gehad.
waarschijnlijkeaanwezigheid van dat voorwerp. [6] Daarnaast merk ik op dat het hof tot het bewijs heeft gebezigd berichtenverkeer tussen [medeverdachte 1] en de verdachte op 15 mei 2020 waarin [medeverdachte 1] herhaaldelijk zegt “vanaf maandag moeten we ready zijn”, dat hij maandag vesten en politie-kleding laat leveren en ook een “tas met ijzer (het hof begrijpt: vuurwapens)” zal afgeven en dat de verdachte “25.000 aan ijzer (het hof begrijpt: voor 25 duizend euro aan vuurwapens)” krijgt. Daaruit blijkt dat de verdachte wel degelijk wist dat deze vuurwapens een paar dagen later geregeld zouden zijn. Bovendien blijkt uit een tot het bewijs gebezigde observatie dat de verdachte op 20 mei 2020 [7] bij de loods in [plaats] is gaan kijken en dat hij een dag later aan [medeverdachte 1] bericht dat het een “toptop plek” is en dat hij “alles heeft gezien”.