Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
DE BEWIJSMIDDELEN
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank en het hof veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne op 5 november 2018 te Helmond. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf werden opgelegd.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van verbalisanten, telefonische afluisteringen, waarnemingen ter plaatse en een verklaring van de afnemer. De verdachte was bestuurder van het voertuig waarmee de drugsdeal plaatsvond en was aanwezig tijdens de transactie. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de verdachte slechts een ondergeschikte rol als chauffeur had en daarom hooguit medeplichtig was, niet medepleger. Het hof had echter uitgebreid gemotiveerd waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht was om medeplegen aan te nemen. Ook het zwijgen van verdachte werd betrokken bij de bewijswaardering.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het middel terecht heeft verworpen en dat de bewezenverklaring niet berust op een onjuiste rechtsopvatting of ontoereikende motivering. De redelijke termijn is overschreden, maar gezien de opgelegde straf is dit niet reden voor nadere maatregelen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; medeplegen bewezen verklaard en straf bevestigd.