ECLI:NL:HR:2011:BR2079
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens nietigheid betekening appeldagvaarding bij verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats
In deze zaak stond de vraag centraal of de betekening van de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig had plaatsgevonden bij een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats. Het hof oordeelde dat de betekening geldig was omdat de verdachte niet meer was ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en de dagvaarding daarom aan de griffier van de rechtbank was uitgereikt. Het hof vond het niet noodzakelijk om een afschrift van de dagvaarding naar het in de appelakte vermelde adres te sturen, dat als achterhaald werd beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof over de geldigheid van de betekening aan de griffier niet onjuist was en voldoende gemotiveerd. Echter, de Hoge Raad stelde vast dat uit de stukken niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaarding daadwerkelijk naar het in de appelakte vermelde adres is verzonden, terwijl artikel 588a Sv dit voorschrijft wanneer een adres is opgegeven bij het instellen van het rechtsmiddel.
Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en van de daarop gebaseerde uitspraak. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor een nieuwe berechting en beslissing in hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening conform wettelijke voorschriften, ook bij verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van de betekening van de appeldagvaarding en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.