Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Bewijsoverweging met betrekking tot feiten 1 en 2
3.Het tweede middel
hij de periode omvattende het jaar 2020 (tot en met 27 oktober 2020) te [plaats 2] , in een pand gelegen aan of bij [b-straat 1] , aldaar, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, telkens opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, hoeveelheden van een materiaal bevattende methamfetamine (crystal meth) en/of een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde methamfetamine (crystal meth) en/of die een of meer ander(e) stoffen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I telkens elk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
hij op 27 oktober 2020 in [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad
hij, omstreeks de periode omvattende het jaar 2020 (tot en met 27 oktober 2020) te [plaats 2] , nabij een pand gelegen aan of bij [b-straat 1] , aldaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk stoffen, te weten een hoeveelheid methamfetamine en amfetamine en N-acetyl-amfetamine, heeft gebracht (gedumpt) in een sloot en/of watergang, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl daartoe telkens geen strekkende vergunning was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en/of daarvoor telkens geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en/of artikel 6.3 van de Waterwet telkens niet van toepassing was”
Bewijsoverweging met betrekking tot feiten 4 en 5:
4.Het derde middel
in concretoduidelijk te maken welk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf gelet op de regeling van de voorwaardelijke invrijheidsstelling in ieder geval ten uitvoer wordt gelegd.