Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
De contante gelden afkomstig van de rijschool
Ik ga er vanuit dat hij zijn zaken goed regelt. Ik bemoei me daar verder niet mee.’
Ik vind het lastig dat mijn vrouw hierbij betrokken is. Zij heeft een schoon geweten, honderd procent’
Standpunt verdediging
Het is klaar trouwens. [medeverdachte](het hof begrijpt: [medeverdachte] )
moet alleen uitprinten (...)”. Ook chatte [medeverdachte] met de partner van [betrokkene 1] , genaamd [betrokkene 3] . In deze chat zegt [betrokkene 3] op enig moment:
“(...) we moeten deze bedragen ook later kunnen verklaren, dus het liefst jij via misschien je rijschool rekening overmaken (...)”.
Wij hebben thuis een plekje waar ik altijd geld zette voor haar. Zo van hé, als je boodschappen nodig hebt, hier ligt een paar honderd euro. Doe je ding, zeg maar.”– alsmede de verklaring van de verdachte bij de politie dat als er geld nodig was voor tanken of boodschappen, [medeverdachte] haar dat gaf.
4.Het tweede middel
NJ2011/44 m.nt. Keijzer – overwoog de Hoge Raad als volgt: