ECLI:NL:PHR:2025:975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding na detentie in buitenland
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld omdat hij niet op de zitting van 17 oktober 2022 verscheen, aangezien hij toen in Frankrijk gedetineerd zat. Na zijn terugkeer in Nederland stelde hij pas op 6 januari 2023 hoger beroep in, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen na uitspraak.
De verdachte voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn detentie in het buitenland en de moeite die hij had gedaan om via een Franse advocaat hoger beroep aan te tekenen, wat niet lukte. Ook stelde hij dat de periode na zijn terugkeer werd beïnvloed door feestdagen en persoonlijke omstandigheden.
De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke termijnen van openbare orde zijn en dat overschrijding in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid. De omstandigheden van de verdachte rechtvaardigen geen verschoonbaarheid, mede omdat hij geen onderbouwing gaf voor het niet tijdig instellen van beroep na zijn terugkeer. De feestdagen en persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het middel van cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De verdachte is niet ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.