Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
De inhoud van de vordering
toe;
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Amsterdam wees op 2 januari 2025 een beschikking toe tot onttrekking aan het verkeer van twee sloepen, de Solent 18 en de Garda W600, vanwege onregelmatigheden met de rompnummers (WIN). De officier van justitie stelde dat de vaartuigen bestemd waren voor strafbare feiten zoals genoemd in art. 220 en Pro 417bis Sr, en dat het ongecontroleerde bezit in strijd was met de wet en het algemeen belang.
De belanghebbende voerde aan dat de sloepen marktconform waren gekocht en dat fouten in de rompnummers verklaarbaar waren door menselijke vergissingen bij de aanbrenging. De rechtbank oordeelde dat de rompnummers niet voldeden aan de eisen en dat de herkomst en eigendom oncontroleerbaar waren, waardoor onttrekking aan het verkeer gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad stelt echter dat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat de vaartuigen in een verband staan met een begaan strafbaar feit zoals vereist op grond van art. 36c of 36d Sr. De motivering van de rechtbank is ontoereikend omdat zij niet heeft aangegeven op welk strafbaar feit zij het oog had en waarom de vaartuigen vatbaar zijn voor onttrekking. Het enkele vermoeden is onvoldoende.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor hernieuwde beoordeling en beslissing, met inachtneming van de juiste motiveringsvereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot onttrekking aan het verkeer van de sloepen wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug naar de rechtbank.