Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Het cassatiemiddel
als plegerde hennep op de woonboot opzettelijk aanwezig heeft gehad. In dat verband heeft het hof overwogen dat het gezien de “geschetste omstandigheden” niet anders kan dan dat de verdachte zich op de volgens het hof “(niet al te ruime) woonboot” bewust is geweest van de grote hoeveelheid sterk ruikende hennep die in de woonboot aanwezig was. Juist omdat die hennep zich in haar nabije omgeving bevond en die nacht in meerdere zakken vanuit de bestelbus de woonboot is binnengebracht, wat met het nodige lawaai gepaard moet zijn gegaan, is het hof tevens van oordeel dat de verdachte over die hennep kon beschikken en daar dus beschikkingsmacht over heeft gehad. De verklaring van de verdachte dat zij sliep en niets heeft gemerkt heeft het hof als ongeloofwaardig terzijde geschoven.
als plegerheeft kunnen beschikken over de hennep die door [betrokkene 2] is binnengebracht in de kelder van de woonboot van [betrokkene 1] , toen de verdachte – toen de hennep zich al in de kelder bevond – een betrekkelijk korte periode van maximaal (ongeveer) een uur op de woonboot aanwezig was. Niet blijkt dat de verdachte (zelfstandig) toegang had tot de kelder van de woonboot van [betrokkene 1] , waardoor de door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat de hennep zich in haar nabijheid bevond nog niet een toereikende motivering vormt. Dat geldt mijns inziens ook voor de overweging dat het binnenbrengen van de hennep met het nodige lawaai gepaard gegaan moet zijn, alleen al omdat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte op dat moment op (of in de omgeving van) de woonboot aanwezig was. De bewijsmiddelen bevatten verder een aantal opvallende omstandigheden, zoals het feit dat de verdachte in eerste instantie met [betrokkene 2] met de bus bij de woonboot is aangekomen, zij zich met drie anderen op de woonboot heeft verstopt en bij binnenkomst heeft gezegd dat “één van de jongens” met de politie stond te praten. Maar nu dit het hof niet heeft gebracht tot het oordeel dat de verdachte deelnemer was aan een samenwerkingsverband met (onder meer) [betrokkene 2] en/of [betrokkene 1] , is mij niet zonder meer duidelijk hoe deze omstandigheden zouden leiden tot de conclusie dat de verdachte kon beschikken over de hennep die door deze personen in de kelder van de woonboot is gebracht.