2.2De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2015089571-16 van 23 maart 2015, met fotobijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] [doorgenummerde pagina’s 92-103].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op maandag 23 maart 2015 omstreeks 05:15 uur was ik tezamen met mijn collega [verbalisant 3] , met noodhulp belast in een opvallend surveillance voertuig en in opvallend politie-uniform gekleed.
Ik hoorde dat de 0650 eenheid door de centrale meldkamer van politie eenheid Den Haag werd gestuurd naar de [a-straat] alwaar bij een bedrijfspand een optisch alarm af zou gaan.
Ter plaatse hoorde ik van collega’s dat deze een man staande hadden gehouden die zich daar verdacht had opgehouden en zich niet kon legitimeren, waarop de collega’s de man hadden aangehouden ter zake wet-ID. Ter plaatse op de [a-straat] rook ik in de gehele straat een geur die ik ambtshalve herkende als afkomstig van hennep.
Ik hoorde meerdere collega’s zeggen dat zij dezelfde hennepgeur roken. Ik rook dat de hennepgeur het sterkst rook voor een woonboot aan de [a-straat] perceelnummer [1] .
Ik hoorde hoofdagent van de politie eenheid Den Haag [verbalisant 4] zeggen dat hij een spoor van hennepresten op de grond zag liggen welke liepen tot aan de deur aan de voorzijde van de woonboot. Ik zag de hennepresten daadwerkelijk op de grond liggen.
Tijdens het forceren van de deur werd deze geopend door een man welke later bleek te zijn, verdachte [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats] .
Ik rook bij het betreden van de woonboot direct een zeer sterke henneplucht. Ik zag dat er in de gang op de begane grond zich een trap bevond welke toegang gaf tot een kelder. In de kelder trof ik een ruimte aan die ik zou omschrijven als een “droogruimte” voor hennep. Ik zag dat er in de ruimte meerdere zakken lagen welke gevuld waren met hennepbladeren.
Ik ben hierop naar de bovenverdieping van de woning gelopen. Ik zag dat er in beide kamers, welke waren ingericht als slaapkamers en waarin door collega’s meerdere verdachten zijn aangehouden, kleding op de grond lag. Ik rook dat deze kleding naar hennep rook.
2. Een proces-verbaal met nummer PL1500-2015089571-N van 24 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina's 118-121].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op maandag 23 maart 2015 heb ik ter plaatse op het adres [a-straat 1] te [plaats] en later in het Bureau Forensische Opsporing (BFO) te Voorburg, de op maandag 23 maart 2015 bij dit adres aangetroffen en in beslag genomen partij hennep onderzocht.
Middels een luik en een houten trap kwam ik onderin de woonboot. Onderaan de trap zag ik een paar handschoenen en een jas. Ik rook dat ze sterk riekten naar hennep.
Ik zag verse groene bladresten van een hennepplant.
Onderin de woonboot zag ik een tweetal ruimtes. In een van deze ruimtes zag ik een viertal plastic zakken en een geruite boodschappentas. Ik zag dat hierin verse hennepplanten zaten. Tevens rook ik de karakteristieke geur van hennep. Ik zag dat hier 4 plastic zakken waren. In deze zakken zag ik afgeknipte hennepplanten in volle bloei. Ik zag dat het hier de vrouwelijke hennepplanten van het geslacht Cannabis betrof. Omdat niet was vast te stellen hoeveel planten dit waren, is door mij het gewicht van de hennepplanten vastgesteld. In totaal betreft dit 114,80 kilogram hennep.
Omdat de delen nog vers en derhalve vochtig waren, moet het droge eindgewicht worden bepaald. Het is mij, verbalisant, uit jarenlange ervaring bekend dat het maximum gewichtsverlies na volledige droging op maximaal 75% kan worden geschat. Ik kan de voor verdachte meest gunstige bepaling toepassen en het gewichtsverlies door indroging derhalve op 75% stellen. Dat betekent dat het totaal droge eindgewicht van de aangetroffen hennep als volgt kan worden bepaald: 114,80 kilogram - 86,1 kilogram (75%) = 28,7 kilogram.
De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet en verboden in artikel 3 en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Opiumwet.
3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL 1500-2015089571-42 van 23 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [doorgenummerde pagina’s 137-139].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als de op voornoemde datum tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
Op een gegeven moment zag ik mijn nichtje [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) weer voor de deur staan met een andere jongen. Ik deed open.
Ik hoorde van [verdachte] dat een van de jongens buiten met de politie stond te praten. Ik begreep dat hij helemaal naar de weed stonk. Naast [verdachte] en die jongen zijn er nog twee anderen binnen gekomen. Ze hebben zich allemaal bij mij in huis verstopt.
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1500-2015089571-58 van 24 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 6] en [verbalisant 7] [doorgenummerde pagina’s 140-142].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als de op voornoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [betrokkene 1] :
Ik kan verder nog verklaren dat mijn nichtje [verdachte] samen met haar vriend [betrokkene 2] in de nacht van afgelopen zondag op maandag (het hof begrijpt: op 23 maart 2015) bij mij langs zijn gekomen met een bus. Zij had mij eerst een app gestuurd om te vragen hoe het met mij was. [verdachte] vertelde mij toen ze met [betrokkene 2] in de auto bij mij voor de deur stond.
Ongeveer een uur later kwam [betrokkene 2] met die bus weer bij mijn woonark. [betrokkene 2] begon een hele grote zak uit de bus te trekken. Ik zag dat de zak helemaal vol zat met hennep. Ik heb [betrokkene 2] geholpen die zak mijn woonark in te trekken. [betrokkene 2] heeft toen die zak de trap afgegooid naar beneden in de woonark. Mijn hele woonark zat helemaal onder de hennep en ik heb vervolgens alle hennep opgeruimd en in dat hok beneden in mijn woonark gelegd. [betrokkene 2] was vervolgens weer weggegaan en weer wat later stond [verdachte] weer bij mij voor de deur. Ik heb haar toen binnen gelaten. Even later was er ineens nog een andere man, die kennelijk achter [verdachte] aan naar binnen was gekomen.
Kort nadat [verdachte] binnen was gekomen, zei die andere man: “Volgens mij hebben ze [betrokkene 2] , hij liep met de politie te praten, maar die stinkt als de tyfus naar de wiet”.
Ik denk dat jullie naast mijzelf vier personen in mijn woonark hebben aangehouden. Dit zijn [verdachte] , de man die kort na haar binnen kwam en twee andere mannen die via de tuin naar binnen zijn gekomen.
5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2015089571-90 van 27 maart 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s 168-169].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Aantreffen verdachten in woning [a-straat 1] .
Naar aanleiding van het aantreffen van een grote hoeveelheid verdovende middelen in de woning [a-straat 1] , werd voorgenoemde woning op maandag 23 maart 2015 omstreeks 06:00 uur betreden en kan ik het volgende verklaren:
Nadat de woning werd betreden, zag ik dat een man naar later bleek de verdachte [betrokkene 1] , naar buiten kwam lopen. Nadat [betrokkene 1] was aangehouden, ben ik tezamen met collega’s de trap opgelopen naar de eerste etage. Aangekomen bovenop de trap, zag ik rechts van mij vanuit een slaapkamer een vrouw, naar later bleek de verdachte [verdachte] , komen lopen. In de slaapkamer waar zij uitkwam, trof ik in bed een man, naar later bleek de verdachte [betrokkene 3] aan.
Vervolgens zag ik dat collega’s vanaf de trap links een slaapkamer binnen gingen. Ik hoorde dat zij daar tevens twee verdachten, naar later bleek de verdachten [betrokkene 4] en [betrokkene 5] , hadden aangehouden.
6. Een proces-verbaal Whatsapp [betrokkene 1] - [verdachte] van 21 april 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] [doorgenummerde pagina’s 223-225].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Naar aanleiding van de verklaring van de verdachte [betrokkene 1] werd in diens inbeslaggenomen mobiele telefoon de whatsapp geschiedenis opgezocht van de 23ste maart 2015 tussen hem en de aangehouden verdachte [verdachte] .
Om 01:14 uur vraagt [betrokkene 1] : “Kan ik iets voor je doen”.
Om 01:38 uur zegt [verdachte] : “Sta voor je deur, oompie”.
7. De verklaring van de getuige [betrokkene 2] , afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 april 2024.
Deze verklaring houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:
De verdachte (het hof begrijpt: [verdachte] ) was op 23 maart 2015 wel op woonboot. Zij kwam aanlopen met haar neefje (het hof begrijpt: [betrokkene 3] ). Dit was iets eerder dan om 05.00 uur ’s ochtends. Zij wilden mij tegenhouden. Ik was kwaad op [betrokkene 4] , dat hij mijn bus had gepakt. De verdachte heeft mij tegengehouden in de keuken op de woonboot. Ik weet niet waar zij vandaan kwamen in de woonboot, maar daar hielden zij mij tegen. Zij moeten binnen geweest zijn. Ik denk dat de verdachte een pyjama aan had.”