Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
PHvK] op de rekening zichtbaar is, maar dat wel zichtbaar is dat allerhande privébetalingen zijn gedaan vanaf de rekening, en dat er geen aanknopingspunten zijn voor het bestaan van de door verdachte genoemde investeringsdoelen terwijl de betrokkenen niets van het door hen overgemaakte geld hebben teruggezien. Het hof concludeert op grond hiervan dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich ook deze geldbedragen wederrechtelijk heeft toegeëigend. De bewezenverklaring en de daaraan ten grondslag liggende bewijsvoering staan niet ter discussie in cassatie en dienen daarom tot uitgangspunt te worden genomen. Dit betekent dat het recht tot vervolging voor de onder 1, 2 en 3 telkens subsidiair ten laste gelegde verduisteringen ingevolge art. 71 lid 2 Sr Pro absoluut is verjaard op 16 november 2023.