3.5Het hof heeft inzake het bewijs van het onder 1 primair bewezenverklaarde het volgende overwogen (met alle voetnoten behalve 1):
“
Redengevende feiten en omstandigheden
Uit de inhoud van het dossier kan worden afgeleid dat op 4 maart 2019 een hennepkwekerij met twee kweekruimtes is aangetroffen in een woning aan de [a-straat 1] , die werd gehuurd door de verdachte. In de kwekerij werd een (grote) hoeveelheid potten met potgrond aangetroffen; de planten waren geoogst. In ruimte 1 hingen 13 assimilatielampen, in ruimte 2 zijn 11 van dit soort lampen aangetroffen. Geconstateerd is dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen; vanuit de hoofdverzekeringenkast is een kabel aangebracht buiten de meter om. De verbalisant trof omstandigheden aan die wijzen op één of meerdere opbrengsten uit de hennepkwekerij, zoals gedroogde resten van hennepplanten, vervuiling met stof op de koolstoffilters en de kappen van de assimilatielampen. Er zijn wortelresten van hennepplanten aangetroffen (in de plantenpotten) en lege verpakkingen van hennepstekken.
Liander NV heeft aangifte gedaan van diefstal van stroom. De fraudespecialist zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken. Na het verwijderen van het deksel zag hij dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze aansluiting buiten de meter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Uit het door Liander ingestelde onderzoek is gebleken dat in de woning een hennepkwekerij was ingericht in ieder geval van 24 mei 2018 tot 4 maart 2019. Aan de hand van indicatoren, zoals productiedata op gipsplaten (24 februari 2017) en trafo (27 november 2016), aanslag op potten en vervuilde koolstoffilters, is vastgesteld dat sprake is geweest van meerdere teelten.
Op de ING bankrekening op naam van de verdachte zijn in de periode van 25 juni 2018 tot 3 januari 2019 contante geldbedragen gestort, van in totaal € 10.660,-
Verklaringen verdachte
De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard, dat hij staat ingeschreven op het adres [a-straat 1] en dat hij zijn woning sinds juni 2018 onderverhuurde aan een Aziatische man, die hij via zijn werkgever bij een project had ontmoet. In een huurovereenkomst die de verdachte bij zich had toen hij op 4 maart 2019 naar de politie ging, is de naam van [betrokkene 1] , een geboortedatum en telefoonnummer vermeld. De verdachte heeft verklaard dat hij de gegevens van de identiteitskaart van de onderhuurder heeft overgenomen, maar daar geen kopie van heeft gemaakt. Als huurprijs is vermeld € 627,- per maand. Verdachte heeft verklaard dat hij in die tijd bij zijn toenmalige vriendin woonde.
De verdachte heeft 5 jaar gewerkt bij [A] en heeft verklaard uit die periode een bedrag van € 6.000,- te hebben gespaard. Hij bewaarde dat geldbedrag contant in huis. Als zijn bankrekening moest worden aangevuld, stortte hij daar contant geld op, afkomstig van spaargeld en van de huuropbrengsten. Sinds 1 juli 2018 is de verdachte gestopt met werken.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij zich een jaar voor 1 juli 2018 ziek heeft gemeld bij [A] . Ter zitting verklaarde hij dat hij in de tenlastegelegde periode schulden had van tenminste € 45.000,- en BKR geregistreerd stond. Er was ook sprake van loonbeslag. Hij nam zijn salaris op van zijn bankrekening, bewaarde dat in huis en stortte bij op zijn rekening als dat nodig was. De verdachte heeft verder verklaard, dat hij tot september 2018 nog af en toe in de woning is geweest; toen zag het er nog normaal uit. De huur ontving hij aanvankelijk contant van de huurder, daarna legde de huurder het geld in de brievenbus in het portiek waar de verdachte het dan uithaalde. Het contact werd steeds minder en op enig moment ontdekte de verdachte dat het slot van de woning was veranderd. De laatste keer dat hij huur heeft ontvangen was eind januari 2019.
Overwegingen
De verdachte, die huurder was van de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] en die als enige in de Basisregistratie Personen op dit adres stond ingeschreven, had over deze woning de beschikking. De verdachte heeft evenwel betrokkenheid bij de in zijn woning aangetroffen hennepkwekerij ontkend en heeft daartoe een alternatief scenario gegeven, namelijk dat een Aziatische man, aan wie hij de woning heeft onderverhuurd, de kwekerij heeft opgezet.
Het hof is van oordeel dat dit scenario niet aannemelijk is. De summiere informatie die de verdachte over de onderhuurder heeft verstrekt, is door de politie onderzocht in de beschikbare politiesystemen. Deze persoon, alsmede het telefoonnummer dat op het huurcontract stond, kwamen hier niet in voor. Het telefoonnummer is door de politie gebeld, maar werd niet beantwoord en uit onderzoek bleek dat het nummer niet geregistreerd stond op naam en een prepaid nummer was. Een buurtbewoner heeft desgevraagd verklaard, dat hij geen Aziatische mensen in het trapportaal heeft gezien. Over de ontmoeting met de Aziatische man heeft de verdachte verklaard, dat hij met hem in contact is gekomen door zijn vorige werkgever. Hij werkte volgens de verdachte op hetzelfde terrein als waar hij werkte voor [A] . De politie heeft navraag gedaan bij [A] , maar dat heeft niets opgeleverd. Voor welk bedrijf de man werkte of waar hij woonde, wist de verdachte niet. Het hof acht deze verklaring van de verdachte over de manier waarop hij in contact zou zijn gekomen met de onderhuurder, ongeloofwaardig. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte namelijk verklaard, dat hij een jaar voordat hij ontslag nam bij [A] , in juli 2018, was ziekgemeld vanwege rugklachten. Daarom is niet aannemelijk, dat hij de man via zijn werk heeft ontmoet. Verder zou de verdachte niets hebben ondernomen toen hij ontdekte dat het slot van zijn woning was veranderd en de huur na eind januari niet meer werd betaald. Verder is in de periode van 25 juni 2018 tot en met 3 januari 2019 in totaal een bedrag van € 10.660,- contant gestort op de rekening van de verdachte. Deze stortingen zijn onregelmatig en meermaals betreft dit een bedrag van € 1.000,- ineens. Hierin ziet het hof een belangrijke aanwijzing dat de verdachte, die in die periode volgens zijn eigen verklaring schulden had en leefde van een uitkering, inkomen kreeg uit de hennepkwekerij. Een andere verklaring voor de contante stortingen is niet aannemelijk geworden.
Naar het oordeel van het hof is de verdachte, die als enige stond ingeschreven in de woning en daarover de beschikkingsmacht had, degene geweest die de hennepplanten heeft gekweekt. Dat hij de woning zou hebben onderverhuurd aan een Aziatische man, is niet aannemelijk. Het door hem overgelegde huurcontract is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, volstrekt onvoldoende. Het alternatieve scenario kan daarom niet worden gevolgd.
[…]
Hoeveelheid hennepplanten
In de kwekerij zijn geen hennepplanten aangetroffen en de aangetroffen lege potten zijn niet geteld door de verbalisanten. De raadsman stelt dat op de foto’s in het dossier 93 potten met aarde kunnen worden geteld. De raadsman gaat er bij deze manier om het aantal potten te tellen aan voorbij, dat niet kan worden aangenomen dat op de foto’s alle in de woning aanwezige potten te zien zijn. Voor het aantal potten van de kwekerij baseert het hof zich daarom op het Rapport berekening wederrechtelijk voordeelin de gelijktijdig behandelde ontnemingszaak tegen de verdachte. Hierin is het aantal hennepplanten berekend aan de hand van het aantal assimilatielampen per kweekruimte. Het hof ziet geen reden hiervan af te wijken, omdat niet aannemelijk is dat meer lampen zouden zijn gebruikt om planten te kweken dan het gebruikelijke aantal lampen. Daarom wordt uitgegaan van 195 planten in ruimte 1 en 165 planten in ruimte 2. In totaal komt dat op 360 hennepplanten en het hof zal, gelet op dit aantal, het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten bewezen verklaren”.