Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
Met betrekking tot de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten met parketnummer 16-225677-22
Standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van twintig uren wegens belediging van twee politieagenten tijdens zijn aanhouding op 3 september 2022. Het cassatieberoep richtte zich op de bewezenverklaring van belediging van een van de verbalisanten, waarbij werd betwist dat de verdachte zich omdraaide en de agent aankeek toen hij de beledigende woorden uitsprak.
Het hof baseerde zijn oordeel op een bewijsoverweging in het verkorte arrest, waarin werd gesteld dat de verdachte zich op tien meter afstand omdraaide en de uniform gedragen agent aankeek, waarna hij luidkeels beledigingen uitsprak. Deze feiten waren echter niet volledig terug te voeren op de in de aanvulling op het verkorte arrest opgenomen bewijsmiddelen, omdat een proces-verbaal van bevindingen met deze details niet als bewijsmiddel was opgenomen.
De Procureur-Generaal constateert dat deze praktijk van latere aanvulling van bewijsmiddelen risico's met zich meebrengt, maar dat het hof evident dit proces-verbaal bij zijn overwegingen heeft betrokken. Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang bij cassatie en de duidelijke onderbouwing van het hof, wordt het cassatieberoep verworpen zonder terugwijzing.
Daarnaast wordt opgemerkt dat de uitspraak meer dan 24 maanden na het instellen van cassatie plaatsvindt, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent, maar gezien de lichte straf geen verdere rechtsgevolgen heeft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang ondanks onvolledige bewijsmiddelen in de aanvulling op het verkorte arrest.