ECLI:NL:PHR:2026:30
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt proeftijd van twee jaar ondanks discrepantie in strafoplegging
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens weigering van medewerking aan bloedonderzoek, met een taakstraf van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor acht maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd. In de strafmotivering is een proeftijd van twee jaren vermeld, terwijl het dictum spreekt van drie jaren.
De advocaat-generaal stelt dat er sprake is van een kennelijke misslag, maar dat de proeftijd in het voordeel van de verdachte moet worden uitgelegd als twee jaar, mede omdat dit ook in eerste aanleg en in het hoger beroep zo is gevorderd. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en ziet geen reden tot terugwijzing.
Daarnaast merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat de redelijke termijn voor berechting is overschreden, maar dat dit gezien de lichte straf geen verdere gevolgen behoeft. Het cassatieberoep wordt verworpen, met dien verstande dat de proeftijd twee jaren bedraagt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt een proeftijd van twee jaar en verwerpt het cassatieberoep ondanks de discrepantie tussen strafmotivering en dictum.