ECLI:NL:PHR:2026:353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens ontucht met 15-jarige
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens ontucht met zijn toen 15-jarige vriendin, waarbij het hof het vonnis van de rechtbank bevestigde maar de straf matigde tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest met één middel, waarin werd geklaagd over de betrouwbaarheid van de aangifte van de aangeefster en de wijze waarop het hof het bewijs had gewogen.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het cassatiemiddel niet voldoet aan de vereisten van artikel 437 lid 2 Sv Pro, omdat het middel geen stellige en duidelijke klacht bevat over de schending van een rechtsregel of een vormverzuim. De klachten over de betrouwbaarheid van de aangifte en de beperking van de verdediging in het stellen van vragen tijdens het getuigenverhoor zijn onvoldoende gemotiveerd en maken niet inzichtelijk waarom het hof onjuist zou hebben geoordeeld.
De Hoge Raad benadrukte dat de feitenrechter vrij is in de waardering van het bewijsmateriaal en niet verplicht is om elk verweer uitvoerig te motiveren, tenzij in bijzondere gevallen. Ook werd opgemerkt dat de verdediging tijdens de terechtzitting in hoger beroep geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt innam over de betrouwbaarheid van de aangifte. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in cassatie, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft. Het cassatieberoep faalt op procedurele gronden zonder inhoudelijke beoordeling van de feiten of straf.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in cassatie en handhaaft het arrest van het gerechtshof.