Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:PHR:2026:480

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
24/00818
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 WwmArt. 27 lid 1 SrArt. 359 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen bij overdracht van 19 semi-automatische pistolen

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het overdragen van 19 semi-automatische pistolen, nadat hij in eerste aanleg was vrijgesproken. Het hof baseerde zijn oordeel op uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder tapgesprekken, observaties en analyses van telefoongegevens.

De verdediging voerde in cassatie aan dat de bewijslast onvoldoende was en dat de tapgesprekken niet concreet genoeg waren om de betrokkenheid van de verdachte bij de wapendeal aan te tonen. Ook werd betoogd dat de wapens mogelijk door anderen waren geleverd en dat de verdachte niet bij de feitelijke overdracht aanwezig was.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en overtuigend bewijs had geleverd dat de verdachte nauw en bewust had samengewerkt met medeverdachten bij het regelen en faciliteren van de overdracht van de wapens. De aanwezigheid van de verdachte in de directe omgeving van de overdracht en zijn rol in de communicatie en logistiek waren doorslaggevend. De middelen van cassatie faalden, maar de Hoge Raad verminderde de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen bij de overdracht van 19 semi-automatische pistolen en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/00818
Zitting12 mei 2026
CONCLUSIE
P.H.P.H.M.C. van Kempen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 7 maart 2024 (rolnr. 22-003430-21) de verdachte wegens “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 lid 1 Sr Pro. Ook heeft het hof de teruggave aan de verdachte gelast van een tweetal telefoontoestellen. De verdachte was vrijgesproken door de rechtbank.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. B. Kizilocak, advocaat in Rotterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

2.Waar het in cassatie om gaat

2.1
Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte op 3 augustus 2021 samen met anderen 19 semi-automatische pistolen heeft overgedragen aan opsporingsambtenaren [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] die op dat moment als pseudokopers waren ingezet. Het eerste middel houdt in dat het hof niet, althans op ontoereikende wijze, in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom is afgeweken van het tot vrijspraak strekkende uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat uit het dossier niet kan volgen dat de verdachte als medepleger betrokken zou zijn bij de overdracht van de vuurwapens. Het tweede middel bevat de klacht dat het medeplegen van het overdragen van de vuurwapens niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2
Volgens deze conclusie falen beide middelen.

3.Bewezenverklaring en bewijsvoering

3.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op of omstreeks 3 augustus 2021 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, negentien vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten achttien semi-automatische pistolen Walther PPQ en een semi-automatisch pistool Walther Creed, heeft overgedragen.”
3.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen [1] :

1.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 10 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 85. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 329 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit onderzoek is gebleken dat het [telefoonnummer 1] regelmatig contact had met het [telefoonnummer 2] van verdachte [medeverdachte 1] . Uit een CIOT-bevraging op het [telefoonnummer 1] kwam naar voren dat het telefoonnummer op naam van [verdachte] , geboren [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , geregistreerd stond.
Uit analyse van de historische verkeersgegevens van het [telefoonnummer 1] is gebleken dat het telefoonnummer in de periode van 23 januari 2021 tot en met 23 juli 2021 van de volgende zendmasten het meest gebruikt maakte:
– [zendmast 1] [plaats] ,
– [zendmast 2] [plaats] ,
– [zendmast 3] [plaats] .
Uit analyse bleek dat het [telefoonnummer 1] in de periode 23 januari 2021 tot en met 27 mei 2021 in de nachtelijke uren voornamelijk [zendmast 1] te [plaats] gebruikte. Uit politiesystemen is gebleken dat er op 18 mei 2020 een aanhouding en. doorzoeking plaats vond op de locatie [a-straat 1] te [plaats] . Op zolder sliep onder andere [verdachte] . De [a-straat 1] te [plaats] bevindt zich in het dekkingsgebied van [zendmast 1] te [plaats] .
Tevens bleek uit analyse dat er na 27 mei 2021 in de nachtelijke uren voornamelijk gebruik werd gemaakt van [zendmast 2] te [plaats] . Op 1 augustus 2021 te 23.13 uur werd er door een politie-eenheid van de surveillancedienst [plaats] gezien dat er een manspersoon weg rende op het moment dat hij de politieambtenaren zag. De manspersoon rende een pand binnen gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] . Voor het pand zagen de politieambtenaren een snorscooter staan voorzien van het [kenteken] . Uit bevraging bij het RDW bleek de snorscooter op naam te staan van [verdachte] . De [b-straat 1] te [plaats] bevindt zich in het dekkingsgebied van [zendmast 2]
te [plaats] .
Op 3 augustus 2021 is de [verdachte] aangehouden. Uit de fouillering van de [verdachte] kwam een Apple iPhone 11 Pro. Bij het uitlezen van de telefoon bleek dat de telefoon was voorzien van een simkaart met het [telefoonnummer 1] .
2.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 21 juli 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 251 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten, werden op 20 juli 2021 ingezet als pseudokopers. Op 20 juli 2021 ontmoetten wij [bijnaam 2 medeverdachte 2] (het hof begrijpt: [medeverdachte 2] ). Ik, [alias verbalisant 1] , vroeg [bijnaam 2 medeverdachte 2] hoe het met de partij Creeds ervoor stond. Wij hoorden [bijnaam 2 medeverdachte 2] ons vragen of de partij echt 60 a 70 stuks in één keer wordt. Ik, [alias verbalisant 1] , zei
tegen [bijnaam 2 medeverdachte 2] dat dit wel de bedoeling was zoals was afgesproken. Wij hoorden [bijnaam 2 medeverdachte 2] zeggen dat iedereen een deel van deze taart ging krijgen.
3.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 297):
Datum : 21-07-2021 15:40:20
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[bijnaam medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) ( […] ) […] . [telefoonnummer 1]
[bijnaam medeverdachte 1] : Uhh vraagje bro. Heb je nog gesproken met die andere?
NNM: Ja man hij ging even kijken man. Voor wat we kunnen doen
zelf.
[bijnaam medeverdachte 1] : Oké is goed laat me weten, want die mensen willen echt
70 hebben. Yo die mensen willen er 60 (zestig) 70(zeventig)
hebben daarom.
NNM: Ja Bro ik laatje zo snel, mogelijk weten als ik iets weet.
[bijnaam medeverdachte 1] : Ja ook als ze er maar 10 of 20 per keer kunnen is ook
goed.
NNm: Ik laat het weten ja!
[bijnaam medeverdachte 1] : Oké dat is goed.
4.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar :
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
Bijlage:
5.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek. Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 119):
Datum : 27-07-2021 22:40:13
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 3]
[bijnaam medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) ( […] ) […] [medeverdachte 2] ( […] )
[voorletter medeverdachte 1] : Overmorgen zijn er twintig (20)
[voorletter medeverdachte 1] : Ze moeten gelijk opgehaald worden.
6.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
27 juli 2021
23:18, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : was net even met die andere […] over twee dagen 20 stuks binnen. Is beetje schaars deze tijd.
29 juli 2021
21:04, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : In principe zou die 20 stuks gewoon kunne voor jullie?
29 juli 2021
21:34, [alias verbalisant 1] : Ja man kan zo i zo
7.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek. Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 299):
Datum : 29-07-2021 21:09:15
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[bijnaam medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) ( […] ) […] [telefoonnummer 1]
[bijnaam medeverdachte 1] : Waren die auto's (fon) er al of niet?
NNM: Uhhh Ik heb die nou niet. Hij zei gisteren of twee dagen geleden dat vandaag kwamen, maar ik had hem net gezien. Hij zegt deze week zijn ze er sowieso.
[bijnaam medeverdachte 1] : Oh dus van de week komen ze binnen.
NNM: Ik ga zo even naar zijn huis.
NNM: Dan vraag ik het even aan hem en dan app ik jou de dag door.
8.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
Bijlagen:
chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
9.
Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
31 juli 2021
18:49, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Ze zijn binnen 20 stuks
18:49, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Tot dinsdag
10.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek. Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 121):
Datum : 31-07-2021 20:05:41
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 3]
[medeverdachte 1] ( […] ) […] [medeverdachte 2] ( […] )
[medeverdachte 1] : he had je die man gesproken van de twintig in totaal in één keer.
[medeverdachte 2] : ja man
[medeverdachte 1] : wanneer komt ie
[medeverdachte 2] : dinsdag
11.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 122):
Datum : 01-08-2021 13:03:52
Beller : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte] :
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
( […] ) […] [telefoonnummer 1]
[codenaam 1] : Ik heb alles nou
[medeverdachte 1] : oke, eeuhhmm, ja want ik heb met hun afgesproken dinsdag. Had ik gister met die andere ook besproken snap je
[codenaam 1] : ja ik doe ze wel even dingen
[medeverdachte 1] : ja, leg ze even weg
NN: Ik doe ze even bewaren dan. Dan doe ik setjes maken
[medeverdachte 1] : ja maak ze even setjes netjes compleet
[codenaam 1] : ja toch
[medeverdachte 1] : en dan bel ik jou van te voren
12.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 301) :
Datum : 01-08-2021 14:06:37
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[medeverdachte 1] ( […] [telefoonnummer 1]
[medeverdachte 1] : Vraagje: heb je ook een machine voor die papieren of niet.
[codenaam 1] : oh uh moet ik ff kijken man
[medeverdachte 1] : ik denk het wel anders maar anders is het best veel, dan duurt het lang snap ie?
[codenaam 1] : ik ga ff kijken
[medeverdachte 1] : is goed
[codenaam 1] : ik ga ff proberen iets regelen
[medeverdachte 1] : We doen gewoon ff in die osso van jullie, ff daar zo checken.
[codenaam 1] : ja toch
[medeverdachte 1] : we moeten daar checken of al die papieren goed zijn
13.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 283):
Datum : 02-08-2021 14:48:59
Beller : [telefoonnummer 3]
Gebelde : [telefoonnummer 4] (t.n.v. [betrokkene 1] , [c-straat 1] te [plaats] )
[medeverdachte 2] ( […] ) […] ( [telefoonnummer 4] )
[medeverdachte 2] : ik moet effe wat wegleggen man bij jou, kan dat?
[medeverdachte 2] : het is morgen weer weg hoor.
[medeverdachte 2] : Ik sta binnen 5 minuten voor je deur.
14.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
Bijlage:
15.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
2 augustus 2021
15:05, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Heb je foto van doekoe kunnen maken
15:05, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Want die onderdelen van waggy worden zo dalijk geleverd
15:20, [alias verbalisant 1] : Die biggie man is morgen NLD hij heeft de doekoe. Morgen ochtend krijg ik. picca
15:20, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Top
15:21, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Dus het kan geleverd worden
16.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten:
[verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
Bijlage:
17.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van. € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
2 augustus 2021
17:00, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Zijn er 19 mann.. hy zegt als j foto Ochtend kn fixen stuurt hij ook
17:03, [alias verbalisant 1] : Is belangrijk te weten hoeveel er zijn
17:03, [alias verbalisant 1] : Dan weet ik hoeveel pap op picca moet laten zien
17:03, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : 19 stuks
17:04, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Voor nu
17:11, [alias verbalisant 1] : 57k pic stuur ik je morge vroeg.
18.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
Bijlage:
19.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 366):
Datum : 02-08-2021 18:47:54
Beller : [telefoonnummer 3]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[telefoonnummer 2] ( […] ) BUM [medeverdachte 2] [telefoonnummer 3] ( […] )
[medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] die ding vandaag of morgen komt stallen. [medeverdachte 1] wil weten of [medeverdachte 2] een tijd heeft. Beetje vroeg zegt [medeverdachte 2] , dat hij een foto in de ochtend gaat krijgen. Hij weet niet hoe vroeg maar hij stuurt [medeverdachte 2] een foto van 57.
20.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : + [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats sponden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ), met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
Bijlagen:
chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) mot [verdachte] ( [bijnaam verdachte] )
21.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten, en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
3 augustus 2021
09:54, [alias verbalisant 1] : stuurt foto van geld met de tekst ‘Ready’ erbij
10:44, [bijnaam 2 medeverdachte 2] .: Ik stuur door
10:59, [alias verbalisant 1] : S cool n stuur me pic van di dinge
12:19, [alias verbalisant 1] : Waar blijft pic bro
22.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 367):
Datum : 03-08-2021 12:23:31
Beller : [telefoonnummer 3]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[medeverdachte 2] ( […] ) […] ( […] )
[medeverdachte 2] : ze wachten op een foto
[medeverdachte 1] : Oh uhhh even kijken kom om een (1) uur even foto maken van die tas. Ik maak geen foto met deze telefoon.
[medeverdachte 2] : is goed man.
[medeverdachte 1] : Ja een (1) uur is goed.
[medeverdachte 2] : zie je zo.
23.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] , werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , ontving WhatsApp berichten van [bijnaam 2 medeverdachte 2] . De screenshots van de chat zijn toegevoegd als bijlagen.
Bijlage:
3 augustus 2021
12:24, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Ga zo dir kant
12:24, [bijnaam 2 medeverdachte 2] : Maak ik picca.
13:29, [bijnaam 2 medeverdachte 2] stuurt foto van vuurwapens in tas
13:30, [alias verbalisant 1] : Top
13:33, [alias verbalisant 1] : Ik ben rond 1400 daar
24.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 14 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 93. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 339 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Door de verbalisanten [alias verbalisant 1] en [alias verbalisant 2] is verklaard dat door [bijnaam 2 medeverdachte 2] , zijnde de verdachte [medeverdachte 2] een foto via de chat naar hen is verzonden met daarop afgebeeld een gedeelte van een hand en een tas met daarin zichtbaar meerdere vuurwapens. Naar aanleiding hiervan heb ik een onderzoek ingesteld naar de gegevens inhoud van de mobiele telefoon van het merk OPPO, die bij de verdachte [medeverdachte 2] in beslag is genomen. Daarbij is in de mediagalerij een zevental foto’s aangetroffen waarop een soortgelijke afbeelding is terug te vinden. Bij een tweetal foto’s valt uit de bijbehorende technische gegevens op te maken dat betreffende foto is gemaakt met een OPPO toestel, op 3 augustus 2021, 13:29 uur huidige tijd. Deze foto's zijn hieronder weergegeven:
25.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 2 september 2021 van de politie Eenheid Zeeland-West-Brabant met nr. PL1500-2021194844-32. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 526):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 omstreeks 17:45 uur was ik, verbalisant, in de woning gelegen aan de [c-straat 1] te [plaats] . Tijdens de doorzoeking haalde ik een groene gekleurde stofzuiger uit de opbergruimte. In de opbergruimte stonden wasmiddelen en schoonmaakmiddelen. Bij het leeghalen van de opbergruimte zag ik dat er laminaat op de vloer lag. Op 16 augustus ontving ik een e-mail van het onderzoeksteam uit [plaats] . Uit een in beslag genomen GSM waren foto’s aangetroffen. Op de foto's is een zwart gekleurde tas te zien, gevuld met vuurwapens, patroonhouders en doosjes patronen. Op de achtergrond is een laminaatvloer te zien welke ik herken als de laminaat uit de opbergkast. Tevens staat op de foto's een gedeelte een stofzuiger. Ik, verbalisant, herken de stofzuiger welke in de opbergkast stond aan de [c-straat 1] te [plaats] . Op de achtergrond van de foto's is een roze fles te zien voorzien van een bloemetjesprint. Ik herken de roze fles met bloemetjesprint als een van de flessen welke in de opbergruimte op de vloer stond. Nadat ik de foto's had bekeken had ik een 100% herkenning van de opbergruimte in de woning aan de [c-straat 1] te [plaats] .
26.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 412):
Datum : 03-08-2021 12:52:47
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[medeverdachte 1] ( […] ) […] [telefoonnummer 1]
[medeverdachte 1] : Ben je in de buurt?
NNM: Uhhh ja man.
[medeverdachte 1] : Uhh ik kom zo even die auto ophalen en dan leg ik die even weg man.
NNM: oh ja is goed.
[medeverdachte 1] : Ja uhhh waar moet ik komen?
NNM: zeg maar waar ik heen moet rijden. Dan kom ik daar.
[medeverdachte 1] : Kom naar de viswinkel daar.
NNM: Is goed.
[medeverdachte 1] : Hoe lang ben je daar?
NNM: Uhhh 10 minuten.
27.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 368):
Datum : 03-08-2021 13:12:32
Beller : [telefoonnummer 3]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[medeverdachte 2] ( […] ) […]
[medeverdachte 2] : Hoelang ben de er?
[medeverdachte 1] : ik ben even aan het wachten die jongen komt eraan.
[medeverdachte 2] : Ja
[medeverdachte 1] Ik ben er met 5 a 10 minuten.
[medeverdachte 2] : tot zo.
[medeverdachte 1] : Oke, welke nummer is het?
[medeverdachte 2] : Uhhh [nummer] .
[medeverdachte 1] : [nummer] oke goed. Ik bel je als ik ervoor sta.
28.
Een proces-verbaal van observatied.d. 4 augustus 2021 van de politie Regionale Eenheid Zeeland – West-Brabant met nr. DHRAA21040.202110803. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 59) :
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op 3 augustus 2021 omstreeks 13.16 uur zag ik, verbalisant, dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , op de hoek van de [b-straat] en de [c-straat] te [plaats] stond.
29.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 413):
Datum : 03-08-2021 13:20:51
Beller : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[telefoonnummer 1] […] ( […] )
NNM: Ik ben er zo
[medeverdachte 1] : ik loop ook di kant op zie je zo daar
30.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 306):
Datum : 03-08-2021 13:41:13
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[medeverdachte 1] ( […] ) […] [telefoonnummer 1]
[medeverdachte 1] : Even vraag had je geen scooter of iets?
NNM: Uhhh nee man
[medeverdachte 1] : Ik wilde met die ..ntv.. snel die dingen ophalen. Snap je.
NMM: Ja ik heb nou niets man.
[medeverdachte 1] : Oke oke.
[medeverdachte 1] : ben je zometeen in jou huis
NNM: Ja ik ben zometeen gewoon bij mij zelf.
[medeverdachte 1] : Oke dan kom ik daar naartoe zometeen ja.
NNM: Is goed.
31.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 19 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag met nr. 95. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 579 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 augustus 2021 werd onder [medeverdachte 1] in beslag genomen een Apple Iphone 11. Dit goed werd uitgelezen met. behulp van een technisch hulpmiddel. Op 19 augustus 2021 werden de hierbij
verkregen gegevens door mij, verbalisant, geanalyseerd.
Hierbij werd door mij het volgende bevonden.
In de contactenlijst van bovengenoemde telefoon staan de telefoonnummers van de andere twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] opgeslagen onder een andere naam. Te weten: [verdachte] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam verdachte] : [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] zijn telefoonnummer staat opgeslagen onder de naam [bijnaam 1 medeverdachte 2] : [telefoonnummer 3] .
In de Chats stonden meerdere WhatsApp conversaties tussen [medeverdachte 1] en. [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op verschillende datums.
Als bijlagen zijn bij dit proces-verbaal gevoegd:
– chats tussen [medeverdachte 1] ( [voorletter medeverdachte 1] ) met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 1 medeverdachte 2] )
Bijlage:
32.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer, in – zakelijk weergegeven – (blz. 387):
Datum : 03-08-2021 13:57:34
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
[medeverdachte 1] ( […] ) […] [telefoonnummer 1]
[medeverdachte 1] : Ik mis nog twee (2) doosjes man
NNM: Wat moet je hebben?
[medeverdachte 1] : Nog twee doosjes
NNM: Ik heb dat niet meer man. Alles is leeg.
[medeverdachte 1] : Nu komen we tekort.
[medeverdachte 1] : Snap je want normaal uhhh normaal 16x19 is 304. En nu hebben we maar 200. Snap je.
NNM: ja, ja ik snap het.
NNM: Op dit moment heb ik niets. Ik zal wel even kunnen kijken of ik dan wat kan regelen.
[medeverdachte 1] : Ja, dat we het later goedmaken met ze.
NNM: jajaja komt wel goed.
33.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 388):
Datum : 03-08-2021 13:58:39
Beller : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
Gebelde : [telefoonnummer 3]
[medeverdachte 1] ( […] ) […] [medeverdachte 2] ( […] )
[medeverdachte 1] : Yo die andere 2 komen later man.
[medeverdachte 2] : Oke man.
[medeverdachte 1] : Hij had verkeerd berekend en kan nu niet bij die plek. Maar we regelen het met de volgende deel.
[medeverdachte 2] : Voor de volgende keer is goed.
34.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 308):
Datum : 03-08-2021 14:09:46
Beller : [telefoonnummer 1] , t.n.v. [verdachte]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[codenaam 1] […] ( […] )
[medeverdachte 1] : Ik loop nu die kant op. Je bent gewoon osso toch?
NNM: Ja man.
[medeverdachte 1] : Ik kom zo die kant op.
NNM: Bel maar als je er bent dan doe ik die deur open.
[medeverdachte 1] : Ja is goed.
35.
Een geschrift, zijnde een schriftelijke uitwerking van een tapgesprek.Het houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 369):
Datum : 03-08-2021 14:35:38
Beller : [telefoonnummer 3]
Gebelde : [telefoonnummer 2] , t.n.v. [medeverdachte 1]
[medeverdachte 2] ( […] ) […] ( […] )
[medeverdachte 2] : Doekoe gezien?
[medeverdachte 1] : Nog niet man.
[medeverdachte 2] : Is goed, want ik ben nou in die osso snap je. Als jij die doekoe heb gezien dan ga ik gelijk naar buiten met die ding.
[medeverdachte 1] : Ja ja ik uhhh hij is net aangekomen.
[medeverdachte 2] : is goed.
36.
Een proces-verbaal van bevindingend.d. 4 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 266 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Wij, verbalisanten [alias verbalisant 1] en 2998, werden op 3 augustus 2021 ingezet als pseudokopers. Wij kregen de opdracht om op 3 augustus 2021 [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te ontmoeten en 19 vuurwapens aan te kopen voor een bedrag van € 57.000,00.
Ik, [alias verbalisant 1] , maakte met [bijnaam 2 medeverdachte 2] de afspraak om elkaar op 3 augustus 2021 omstreeks 14.00 uur te ontmoeten in [plaats] . Op 3 augustus 2021 omstreeks 14.10 uur reden wij, [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] , op het parkeerterrein aan het [d-straat 1] te [plaats] . Wij zagen [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] lopen en spraken hun aan. Wij parkeerden onze auto en stapten uit. Wij hoorden [medeverdachte 1] tegen [bijnaam 2 medeverdachte 2] zeggen dat hij zijn auto kon gaan halen. Wij zagen dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] weg liep in de richting van de doorgaande weg [d-straat] .
Omstreeks 14.20 uur zagen wij [bijnaam 2 medeverdachte 2] in de Polo aan komen rijden en hij parkeerde, de Polo op het parkeerterrein van [d-straat 1] te [plaats] . Wij zagen dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] uitstapte en bij ons kwam staan. Ik, [alias verbalisant 1] , vroeg [medeverdachte 1] hoe we de wapens gingen regelen. Wij, [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] , hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat de wapens in een huis hier om de hoek lagen en dat we daar naar toe konden gaan. Ik, [alias verbalisant 2] , zei dat ik niet naar een huis ging en vroeg [medeverdachte 1] of hij de wapens niet kon halen en hier kon laten zien. Wij, [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] , hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat dat niet ging werken. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat hij paranoïde was en vroeg ons of onze man echt het geld had. Ik, [alias verbalisant 2] , zei tegen [medeverdachte 1] dat onze man in de buurt was met al het geld. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat het geld wel gecheckt moest worden. Ik, [alias verbalisant 2] , zei dat ons geld echt was maar dat we
geen woning in gingen. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat hij niet de partij en het geld bij elkaar wilden hebben. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat één van ons dan bij die partij kon gaan kijken en hij zelf met één van ons alvast het geld ging tellen. Ik, [alias verbalisant 1] , zei dat er niemand een huis in ging omdat we daar slechte ervaringen mee hebben. Ik, [alias verbalisant 2] , ging bellen en ik, [alias verbalisant 1] , bleef bij [medeverdachte 1] en [bijnaam 2 medeverdachte 2] staan. Ik, [alias verbalisant 1] , hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat hij' het ook wel snapte om niet zomaar een huis in te gaan. Ik, [alias verbalisant 2] , liep terug naar [bijnaam 2 medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en vroeg aan [alias verbalisant 1] of hij met één van hun langs het huis wilde gaan dan bleef ik wachten. Ik, [alias verbalisant 1] , zei dat ik wel mee wilde rijden maar niet het huis in ging. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] met [alias verbalisant 1] in de Polo naar het huis kon gaan rijden. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat hij met [alias verbalisant 2] zou wachten en het geld alvast ging tellen. Wij hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat als de wapens klopte en het geld de deal dan zo klaar was.
Ik, [alias verbalisant 1] , ben vervolgens met [bijnaam 2 medeverdachte 2] in de Polo weggereden naar de [e-straat] ter hoogte van perceel [nummer] in [plaats] . [bijnaam 2 medeverdachte 2] parkeerde zijn Polo vervolgens in een aldaar beschikbaar parkeervak. Vervolgens vroeg [bijnaam 2 medeverdachte 2] of ik met hem mee wilde om de vuurwapens in de woning te bekijken. Ik vertelde [bijnaam 2 medeverdachte 2] dat ik geen woning in ging en dat hij de vuurwapens kon gaan ophalen. Ik hoorde [bijnaam 2 medeverdachte 2] zeggen dat het goed was en dat hij de vuurwapens ging ophalen. Ik zag dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] vervolgens uit de Polo stapte en wegliep. Vervolgens verdween [bijnaam 2 medeverdachte 2] uit mijn beeld. Na ongeveer 10 minuten zag ik [bijnaam 2 medeverdachte 2] bij de Polo terugkomen. Ik zag dat hij een zwarte schoudertas op zijn rug had.. Vervolgens zag ik dat hij de zwarte rugtas op de achterbank legde en hierna achter het stuur ging zitten. Vervolgens zag ik dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] mij handschoenen overhandigde en hierbij tegen mij zei dat ik mijn ding kon doen. Ik, [alias verbalisant 1] , heb toen, met. inachtneming van de mogelijk aanwezige sporen, eigen geplastificeerde handschoenen aangetrokken. Vervolgens heb ik samen met [bijnaam 2 medeverdachte 2] de zwarte schoudertas vanaf de achterbank naar voren, getild en tussen mijn benen gelegd. Vervolgens heb ik de zwarte schoudertas geopend, ik zag dat er vuurwapens in zaten. Ik heb vervolgens deze vuurwapens geteld. Ik heb 19 vuurwapens geteld. Ik hoorde [bijnaam 2 medeverdachte 2] zeggen dat de patronen in het voorvakje van de zwarte schoudertas lagen. Ik heb vervolgens het voorvakje geopend en ik zag dat hierin patronen in witte doosjes zaten. Ik heb de patronen niet geteld. [bijnaam 2 medeverdachte 2] vertelde dat de volgende lading onderweg was en vroeg aan mij wanneer die opgehaald kon worden. Ik vertelde [bijnaam 2 medeverdachte 2] dat we deze 19 vuurwapens eerst even goed moeten laten verlopen en dat de rest vanzelf volgt. Vervolgens zag ik dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] de Polo startte en ik hoorde hem zeggen laten we teruggaan naar die andere boys. Kort hierna reden [bijnaam 2 medeverdachte 2] en ik weg vanaf de [e-straat] en [bijnaam 2 medeverdachte 2] reed direct naar de achterzijde van de [d-straat] en parkeerde daar zijn Polo. Hierna zijn [bijnaam 2 medeverdachte 2] en ik uit de Polo gestapt en hebben op [medeverdachte 1] en [alias verbalisant 2] gewacht tot ze bij ons kwamen staan.
Ik, [alias verbalisant 2] , stond samen met [medeverdachte 1] en hoorden hem mij vragen onze man te gaan bellen voor het geld. Ik zei tegen [medeverdachte 1] dat ik dat zou doen en vroeg hem in onze auto te gaan zitten. Ik, [alias verbalisant 2] , ging bellen en na mijn gesprek zei ik tegen [medeverdachte 1] dat onze man eraan kwam met het geld. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [medeverdachte 1] nerveus heen en weer liep en ik hoorde zijn telefoon over gaan. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [medeverdachte 1] opnam en hoorde hem vragen of alles klopte. Hierop werd het gesprek beëindigd. Ik, [alias verbalisant 2] , vroeg [medeverdachte 1] of het goed ging en hoorde hem zeggen dat de partij goed was en hoorde hem mij vragen waar onze man bleef. Ik, [alias verbalisant 2] , zei dat onze man zo wel zou komen. Ik, [alias verbalisant 2] , vroeg [medeverdachte 1] of die andere al terug waren en hoorde [medeverdachte 1] zeggen dat ze onderweg waren.
Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [codenaam 2] , aan kwam rijden en naast ons parkeerde. Ik, [alias verbalisant 2] , begroette [codenaam 2] . Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [codenaam 2] [medeverdachte 1] gedag zei. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [codenaam 2] zijn kofferbak opende en [medeverdachte 1] geld liet zien in een plastic tas. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [medeverdachte 1] in de tas keek. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat de kofferbak werd gesloten hoorde [codenaam 2] zeggen dat hij even ging bellen. [codenaam 2] stapte in zijn auto en parkeerde een aantal meter verderop.
Ik, [alias verbalisant 2] , stond met [medeverdachte 1] samen en hoorde hem mij vragen of hij niet alvast het geld kon gaan tellen. Ik zei tegen [medeverdachte 1] dat ik dat aan onze man zou gaan vragen. Ik, [alias verbalisant 2] , liep naar [codenaam 2] en vroeg of wij alvast het geld konden gaan tellen. Ik, [alias verbalisant 2] , hoorde [codenaam 2] zeggen dat we dat gingen doen als die partij goed was. Ik, [alias verbalisant 2] , zag dat [medeverdachte 1] een telefoongesprek voerde en hoorde hem tegen mij zeggen dat ze achter het gebouw stonden. Ik,. [alias verbalisant 2] , liep met [medeverdachte 1] naar de achterzijde van het gebouw en zag [alias verbalisant 1] en [bijnaam 2 medeverdachte 2] bij de Polo staan. Ik, [alias verbalisant 2] , vroeg [alias verbalisant 1] of alles klopte en hoorde hem zeggen dat alles ok was. Ik belde met [codenaam 2] en zei dat hij mee kon rijden naar de andere kant van het gebouw met het geld want daar was de partij. Wij, [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] , stonden met [medeverdachte 1] en [bijnaam 2 medeverdachte 2] bij de Polo. Wij hoorden [medeverdachte 1] vragen waar onze man met het geld bleef. Ik, [alias verbalisant 2] , zei dat hij eraan kwam. Wij hoorden [medeverdachte 1] zeggen dat er Popo aan kwam rijden en zagen [medeverdachte 1] en [bijnaam 2 medeverdachte 2] weg rennen.
37.
Een proces-verbaal raadkamer dossier “Xatu”d.d. 15 augustus 2021 van de politie Eenheid Den Haag . Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 14 en 17):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
De tijdens de pseudokoop van 3 augustus 2021 aangekochte en in de processen-verbaal AMB.58 tot en met AMB.76 onderzochte wapens zijn vuurwapens in de zin van artikel 1 onder Pro 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
De tijdens de pseudokoop van 3 augustus 2021 aangekochte en in beslag genomen munitie is onderzocht. De munitie betrof 4 x 50 = 200 patronen.
Hof: Als bijlagen aan dit proces-verbaal zijn gehecht de processen-verbaal AMB.58 tot en met AMB.76 (blz. 447 tot en met 502), die deel uitmaken van dit overzicht en waaruit volgt dat het om 19 semi-automatische pistolen gaat: 18 Walther PPQ en 1 Walther Creed.”
3.3
Het bestreden arrest houdt verder nog het volgende in:
“De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. […] Subsidiair omdat op basis van de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd met dat telefoonnummer, de betrokkenheid van de verdachte bij de overdracht van de tenlastegelegde vuurwapens niet kan worden vastgesteld.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
[…]
Uit de op 3 augustus 2021 gevoerde gesprekken komt naar voren dat vlak voor de overdracht wordt geconstateerd dat niet voldoende patronen aanwezig zijn. In een gesprek van 13.57 uur zegt [medeverdachte 1] tegen de verdachte dat er maar 200 zijn en dat het normaal 16x19 dus 304 zijn. De verdachte zegt daarop dat hij gaat kijken of hij nog wat kan regelen. Uit het dossier volgt dat bij de aanhouding 200 patronen zijn aangetroffen en in beslag genomen.
Op basis van de inhoud van de met [medeverdachte 1] gevoerde gesprekken in de periode van 21 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 en de observaties op 3 augustus 2021 acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de tenlastegelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf.”

4.De middelen

4.1
Het eerste middel bevat de klacht dat het hof niet, althans ontoereikend, in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt strekkende tot vrijspraak, omdat uit het dossier niet kan volgen dat de verdachte als medepleger betrokken zou zijn bij de overdracht van de vuurwapens. Het tweede middel houdt in dat het medeplegen van het overdragen van de vuurwapens niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
4.2
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2024 houdt in dat de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging heeft gevoerd overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitaantekeningen. Deze aantekeningen houden voor zover van belang het volgende in:
“Stel dat U deze hobbel neemt dan kunnen wij concluderen dat het bewijs ten aanzien van cliënt puur en alleen bestaat uit tapgesprekken. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen moet alsdan concreet uit de inhoud van die taps blijken dat het gaat over de ten laste gelegde wapens.
Daarmee bedoel ik dat er concreet moet worden gesproken over bijvoorbeeld een type wapen, een specifieke kleur, het merk, het kaliber, de grootte en de prijs. Er moeten foto’s of video’s worden verstuurd van de wapens. Dat zijn concrete aanknopingspunten waarmee bewijs wordt geleverd dat het gaat over wapens en niet bijvoorbeeld over magazijnen, kogels of andere losse onderdelen van een wapen. Uit die gesprekken moet bovendien concreet blijken dat het gaat over de ten laste gelegde wapens en niet over een andere partij.
Geachte Voorzitter, in al die taps die het Openbaar Ministerie voorschotelt is er niet 1 gesprek waarin überhaupt een concreet aanknopingspunt is te vinden dat het daadwerkelijk over wapens gaat, specifiek de ten laste gelegde wapens. Terecht dus dat de rechtbank cliënt heeft vrijgesproken.
Ook in het hoger beroep zijn er vanuit de zijde van het Openbaar Ministerie geen nieuwe standpunten of bewijsmiddelen naar voren gebracht die tot een ander oordeel bij uw Hof zou moeten leiden; dezelfde taps met dezelfde uitleg die naar voren worden geschoven om aan te tonen dat [medeverdachte 1] de bestelling van de pseudokopers bij cliënt heeft uitgezet en hij enige tijd later de gevraagde wapens met munitie aan [medeverdachte 1] heeft verstrekt waarna [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] deze hebben kunnen overdragen aan de pseudokopers.
U ziet, dit zijn nogal wat juridische sprongen die het Openbaar Ministerie neemt. Het enige nieuwe standpunt wat ik heb kunnen ontdekken in de appelschriftuur is dat het Openbaar Ministerie aangeeft
“dat het belangrijk is om te vermelden dat niet is gebleken dat [medeverdachte 1] communicatie heeft gehad met anderen dan [verdachte] die wijzen op de handel in vuurwapens en dat de verdachten op loop afstand van elkaar wonen hetgeen betekent dat zij geen communicatiemiddelen nodig hebben om contact met elkaar te onderhouden”
Met andere woorden; het kan niet anders dan dat de gesprekken wel gaan over de levering van de ten laste gelegde wapens want er is niet gebleken dat er nog een derde partij in het spel is aldus het Openbaar Ministerie.
Voorzitter, dit is echt aantoonbaar onjuist. We zien toch in dit dossier dat [medeverdachte 1] bij de eerste pseudokoop vertelt hij de Walter’s van een man inkoopt die een tijdje heeft vastgezeten en nu weer vrij is. Volgens hem is dit een grote speler die grote partijen kan leveren en zien we deze man uiteindelijk op 7 juli 2021 voorbijlopen met een hondje. Geachte Voorzitter, dat is niet cliënt.
U ziet ook op pagina 287 dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] een partij van 15 Creeds aanbieden terwijl client toen nog niet in beeld was. Weer een voorbeeld waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] buiten cliënt om wapens krijgt geleverd van anderen.
Er wordt ook nog een persoon herkend, [betrokkene 2] tijdens een observatie die betrokken is bij een pseudokoop en tot slot, tijdens de laatste pseudokoop zie ik in de taps wel een aanknopingspunt dat er communicatie met anderen is ten tijde van de levering. In het gesprek van 2 augustus 2021 om 14.56 uur ziet U dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] vraagt of hij die kil al heeft gesproken. [medeverdachte 2] vraagt daarop: [betrokkene 3] of [betrokkene 4] ? We kunnen vaststellen dat [medeverdachte 2] geen contact heeft gehad met cliënt, dus het lijkt over een andere persoon te gaan. [betrokkene 3] of [betrokkene 4] is niet cliënt, althans dat is niet uit het dossier gebleken.
U ziet, genoeg voorbeelden waaruit blijkt dat er wel degelijk contact met anderen is geweest ten aanzien van de levering van wapens. Maar los daarvan, en dan haak ik gelijk in op het punt van het voeren van communicatie: wij weten toch allemaal dat verdachten op verschillende manieren met elkaar communiceren zonder dat de politie dit kan aftappen. Bellen via signal, snapchat, via whatsappvideo, facetime, telegram, communiceren met verschillende telefoons, pgp’s etc. Allemaal manieren om te communiceren zonder dat cliënt hierbij betrokken is en over de tap in beeld komt. Wat ik daarmee wil zeggen is dat het Openbaar Ministerie de mogelijkheid absoluut niet kan uitsluiten dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] via een andere manier met derden hebben gecommuniceerd over de ten laste gelegde partij wapens. Het was destijds en is ook nu nog simpelweg technisch gezien niet mogelijk om de communicatie via een alternatief medium te onderscheppen maar dat wil niet zeggen dat het er niet is geweest.
Kortom, de nieuwe stelling van het Openbaar Ministerie om daarmee een alternatief scenario uit te sluiten en daarmee het vonnis van de rechtbank teniet te doen, heeft wat mij betreft weinig toegevoegde waarde.
Onderaan de streep komt het Openbaar Ministerie wederom niet verder dan de taps die in onderlinge samenhang bezien, het volle wettige en overtuigende bewijs zouden moeten leveren om tot een veroordeling te komen. In eerste aanleg had ik de taps al uitvoerig besproken en kwam er in repliek geen reactie van het Openbaar Ministerie op mijn alternatieve uitleg maar ook vandaag bemerk ik dat het Openbaar Ministerie angstvallig zwijgt over de onlogica in bepaalde taps. Juist die onderlinge samenhang maakt dat er niet zonder meer kan worden gezegd dat het gaat om de levering van de ten laste gelegde wapens.
Ik zal u uitleggen waarom:
Tap van 21 juliom 15:40; hierin informeert [medeverdachte 1] of client nog gesproken heeft met die andere omtrent de levering van een partij van 60,70 stuks. Gaat dit over wapens of bepaalde onderdelen van wapens zoals magazijnen? Als het over wapens gaat, welk merk en welk type? Ook al zou dit gesprek betrekking hebben op de bewuste partij, dan levert dit hooguit voorbereidingshandelingen op. Het enige wat cliënt dan zegt is:
“ja bro, ik laat het je zsm weten als ik iets weet”.Kortom, hij zegt geen ja, hij zegt geen nee, noemt geen datum waarop iets geleverd gaat worden. Hij zegt eigenlijk helemaal niets, alleen dat hij gaat navragen. Medeplegen van het overdragen van de ten laste gelegde partij wapens zie ik echt niet in dit gesprek, ook niet in onderlinge samenhang bezien.
Tap van 23 juli om 17:31:[medeverdachte 1] geeft aan dat hij eentje nodig heeft. Eentje van wat? Gaat dit over wapens, munitie, magazijn? Antwoord van cliënt is simpel: alles is op en de andere persoon wil even niks. Dit levert geen strafbaar feit op.
Tap van 29 juli om 21:09:[medeverdachte 1] vraagt of die auto’s er al zijn. Je kan zeggen dat het versluierd taalgebruik is en dat het om wapens gaat maar om welke wapens gaat het dan? Gaat het om alarmpistolen, gaspistolen, gaat het om Uzi’s, gaat het om Creeds . Worden er concrete aantallen genoemd? Wordt er een merk of type genoemd? Wordt er een kleur genoemd? Ik zie het allemaal niet terugkomen in dit gesprek. Geen enkel concreet aanknopingspunt dat dit gesprek betrekking heeft op de partij wapens die op de dagvaarding staan. Daarnaast ziet U in het antwoord van client dat er eigenlijk nog niks bekend is over de “auto’s”/wapens. Client zegt: ik ga het navragen en app je de concrete datum door. Uit dit tapgesprek blijkt dus 1) niet om welke wapens het gaat en 2) is er helemaal niks bekend over een leveringsdatum.
Ik zei het zojuist al, het Openbaar Ministerie hamert steeds op de onderlinge samenhang maar zegt vervolgens niets over de berichten die [medeverdachte 2] naar de undercovers stuurt op
31 juli 2021.
“de 20 stuks zijn binnen!”[medeverdachte 2] vraagt tevens om een foto van het geld te sturen. Dat is raar, client had op dat moment toch geen groen licht gegeven. Het eerste moment waarop cliënt zegt dat er iets binnen is gekomen, is op
1 augustus 2021. In dit gesprek zegt hij tegen [medeverdachte 1] :
“ik heb alles binnen nou”.
Dus, een dag voordat cliënt iets binnen heeft, stuurt [medeverdachte 2] al het bericht dat de partij van 20 stuks binnen zijn. Nu stelt het Openbaar Ministerie zich op het standpunt dat uit het gesprek tussen [medeverdachte 1] en cliënt van 1 augustus 2021 blijkt dat het wel betrekking om dezelfde partij gaat omdat [medeverdachte 1] tegen cliënt zegt:
“oke, euuhm ja want ik heb met hun afgesproken op dinsdag. Had ik gister met die andere ook al besproken snap je.”Dat kun je interpreteren zoals het Openbaar Ministerie dit doet, namelijk dat [medeverdachte 1] op dinsdag met een aantal kopers heeft afgesproken en dat client voor die deal de wapens moet leveren maar dat is verre van logisch. Dat zou betekenen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een serieuze wapendeal sluiten waarbij ze mensen met heel veel geld laten opdraven, een concrete plek en tijd afspreken terwijl ze niet eens de beschikking hebben over de wapens.
[…]
Een laatste punt waarin de logica ontbreekt en waar ik het Openbaar Ministerie niets over hoor zeggen is het volgende:
Als cliënt daadwerkelijk de grote leverancier is van een forse partij wapens, waarom is hij dan nergens te zien of te horen op de cruciale momenten van de levering? Als hij daadwerkelijk de wapens heeft geleverd, hoe zijn deze dan in de woning gekomen van de vriendin van [medeverdachte 2] waar cliënt nul contact mee had? Het onderzoeksteam concludeert dat er geen contact is tussen cliënt en [medeverdachte 2] . Ze kennen elkaar niet, hebben dus geen contact met elkaar maar toch belanden de 19 vuurwapens met een straatwaarde van 60.000 euro in de woning van [medeverdachte 2] . Wie laat nou een partij wapens ter waarde van 60.000 euro in een woning van iemand die je niet kent?
Voorzitter, als dit verhaal anders is gegaan dan hoor ik dit graag van het Openbaar Ministerie maar op dit moment zien we cliënt niet met wapens op 3 augustus 2021, we horen hem niet, we zien hem niet richting de woning aan de [c-straat] lopen, er zijn geen whatsappberichten waarin client aangeeft waar en wanneer hij de wapens aflevert aan de medeverdachten, hij heeft geen contact met mensen die betrokken zijn bij de wapendeal. Met andere woorden, zowel voor, tijdens als na de overdracht van de wapens is client niet betrokken bij de aflevering van de wapens en komt hij op geen enkele manier in beeld.
Het lijkt er dus op dat de bewuste partij door iemand anders is geleverd, in ieder geval niet client. Ik snap dat de tapgesprekken de wenkbrauwen doen fronsen maar zoals de rechtbank overwoog in haar vonnis: het kan ook over andere wapens gaan, het kan ook over munitie gaan. Dat laatste is niet ten laste gelegd. Vrijspraak dus.”
4.3
In dupliek is door de raadsman nog het volgende aangevoerd:
“In de telefonische contacten wordt gesproken over 20 stuks. Op 3 augustus 2021 zijn er 19 vuurwapens overgedragen en in beslag genomen. Hieruit zou je kunnen afleiden dat in de telefonische contacten over een andere partij wapens wordt gesproken dan de tenlastegelegde partij die op 3 augustus 2021 is overgedragen.”
4.4
In de toelichting op het eerste middel merkt de steller van het middel op dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat de gesprekken waaraan de verdachte heeft deelgenomen betrekking hebben op de ten laste gelegde vuurwapens, maar heeft het hof daarbij verzuimd te reageren op het verweer dat de gesprekken onvoldoende concreet zijn om de conclusie te kunnen dragen dat deze betrekking hebben op de vuurwapens in kwestie en niet op andere zaken. Ook zou niet zijn gereageerd op het verweer dat het dossier bewijsmiddelen bevat dat iemand anders dan de verdachte de bewuste partij heeft geleverd en de gebezigde bewijsmiddelen zouden daarnaast niets inhouden over de wijze waarop de vuurwapens terecht zijn gekomen in de woning aan de [c-straat 1] . Verder zou uit de bewijsvoering niet blijken waaruit de betrokkenheid van de verdachte bij de feitelijke overdracht heeft bestaan. Daarbij wijst de steller van het middel op de omstandigheid dat bewijsmiddel 36 niets inhoudt over de vermeende rol die de verdachte bij de overdracht zou hebben gespeeld. Het hof zou daarom het motiveringsvoorschrift van art. 359 lid Pro 2, tweede volzin, Sv niet voldoende hebben nageleefd.
4.5
De toelichting op het tweede middel houdt in dat – anders dan voor de patronen, waarvan blijkt dat de verdachte hiervoor verantwoordelijk was – uit de nadere bewijsoverweging van het hof niet (concreet) duidelijk wordt wat het hof precies bedoelt met “het regelen van de overdracht” van de vuurwapens. Voor zover het hof kennelijk op basis van de voor het bewijs gebezigde gesprekken tussen [medeverdachte 1] en de verdachte heeft geoordeeld dat de verdachte een rol heeft gehad bij het regelen van de vuurwapens in de onderhavige zaak, is dit oordeel volgens de steller van het middel, mede gelet op het op dit punt gevoerde verweer, ontoereikend gemotiveerd. Ook overigens zou uit die gesprekken niet kunnen worden afgeleid dat de verdachte als medepleger was betrokken bij het regelen van de overdracht van de wapens. Voor zover er al zou kunnen worden geoordeeld dat die gesprekken betrekking hebben op de vuurwapens in de onderhavige zaak (eerste middel), kan uit die gesprekken volgens de steller van het middel hoogstens volgen dat de rol van de verdachte is gebleven bij het doorgeven van berichten tussen de leverancier en [medeverdachte 1] . Bovendien zou uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kunnen worden afgeleid dat de verdachte zou zijn gezien met de vuurwapens terwijl evenmin is gebleken dat de verdachte betrokken zou zijn geweest bij de eventuele verplaatsing van de vuurwapens naar de woning aan de [c-straat] . Niet kan worden gezegd dat het handelen van de verdachte dermate was dat hier van medeplegen sprake is, aldus de steller van het middel. Verder wordt nog opgemerkt dat uit de bewijsvoering niet duidelijk wordt waarom de vaststelling door het hof dat de verdachte op de dag van de overdracht om 13.16 uur is waargenomen op de hoek van de [b-straat] en de [c-straat] te [plaats] relevant is voor de overdracht. Het enkele aanwezig zijn enige tijd voor de overdracht wil volgens de steller van het middel niet zeggen dat de verdachte betrokken was bij de planning ervan. Hetzelfde zou gelden voor de gesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 1] waaruit het hof kennelijk heeft afgeleid dat deze betrekking hebben op de afspraak met de pseudokopers. Volgens de steller van het middel blijkt uit deze gesprekken niet dat de verdachte een rol vervult bij de planning van de feitelijke overdracht van de vuurwapens, althans niet van een zodanige rol dat tussen de verdachte en zijn medeverdachten sprake is van medeplegen met het oog op het regelen van de overdracht van vuurwapens. Dat de verdachte niet wordt gekend in de planning van het tijdstip zou juist illustreren dat de verdachte geen betrokkenheid had bij die planning. Tevens zou uit bewijsmiddel 36 niet blijken dat de verdachte een handeling heeft verricht bij de feitelijke overdracht aan de pseudokopers, terwijl dat volgens de steller van het middel evenmin kan volgen uit de overige bewijsmiddelen. Het oordeel van het hof dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de ten laste gelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf, zou gelet op het voorgaande niet kunnen worden afgeleid uit de gebezigde bewijsvoering, zodat dit oordeel niet begrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd.
4.6
In cassatie wordt enkel opgekomen tegen het oordeel van het hof dat de verdachte op 3 augustus 2021 als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de ten laste gelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf. Het oordeel van het hof dat de verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 1] wordt niet betwist.
4.7
Voor het juridisch kader inzake medeplegen verwijs ik naar de overzichtsarresten HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474,
NJ2014/390 m.nt. Mevis, HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:718,
NJ2015/395 m.nt. Mevis en HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316,
NJ2016/411 m.nt. Rozemond. Kort gezegd moet voor de kwalificatie medeplegen in elk geval sprake zijn van een nauwe en bewuste samenwerking. Dit is aan de orde als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Relevante factoren hierbij kunnen zijn de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. [2] De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Bij een gezamenlijke uitvoering van het delict zal het normaal gesproken steeds om medeplegen gaan. [3] De rechter kan bij zijn oordeel over het medeplegen in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen gezien redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. [4] De toetsing in cassatie van het oordeel van de feitenrechter over het medeplegen wordt in belangrijke mate bepaald door de precieze bewijsvoering van de feitenrechter, waaronder een op het medeplegen toegesneden nadere motivering. [5]
4.8
Uit de onder 3.2 weergegeven bewijsmiddelen blijkt het volgende. Op 20 juli 2021 hebben verbalisanten [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] , in de rol van pseudokopers, [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) ontmoet en bij hem geïnformeerd hoe het ervoor stond met de partij Creeds . [bijnaam 2 medeverdachte 2] vroeg toen ter bevestiging van de gemaakte afspraak of het echt om één partij van 60 à 70 stuks ging, waarop [alias verbalisant 1] dit bevestigde (bewijsmiddel 2). Op dezelfde dag informeert [medeverdachte 1] bij de verdachte of hij nog gesproken heeft met “die andere” over een benodigde levering van 60 à 70 stuks, waarop de verdachte antwoordt dat “die ander” even ging kijken voor wat ze zelf kunnen doen en dat de verdachte het [medeverdachte 1] zo snel mogelijk laat weten als hij iets weet, waarbij [medeverdachte 1] aangeeft dat 10 of 20 stuks per keer ook goed is (bewijsmiddel 3). Zes dagen later, op 27 juli 2021, appt de verdachte aan [medeverdachte 1] dat “ze” er overmorgen (29 juli 2021,
PHvK) zijn, dat het er 20 zijn en dat “hij” (ik begrijp: “die ander”,
PHvK) zegt dat ze gelijk moeten worden opgehaald (bewijsmiddel 4). [medeverdachte 1] geeft daarop ongeveer drie minuten later telefonisch aan [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) door dat er overmorgen 20 zijn en dat ze gelijk moeten worden opgehaald (bewijsmiddel 5). [bijnaam 2 medeverdachte 2] geeft vervolgens (ongeveer 35 minuten later) aan [alias verbalisant 1] door dat er over 2 dagen 20 stuks binnenkomen en twee dagen later, op 29 juli 2021, informeert hij bij [alias verbalisant 1] of 20 stuks voor hen gewoon kunnen, waarop [alias verbalisant 1] te kennen geeft dat 20 stuks sowieso kan (bewijsmiddel 6). De verdachte laat vervolgens op 29 juli 2021 (de dag dat er “20” zouden komen) telefonisch aan [medeverdachte 1] weten dat hij “die auto’s” nog niet heeft en dat de verdachte hem (“die ander”,
PHvK) net heeft gezien, dat hij zei dat ze er deze week sowieso zijn, dat de verdachte zo naar “zijn” huis gaat en dit nog even bij hem gaat navragen en dan aan [medeverdachte 1] de dag door zal appen (bewijsmiddel 7). Twee dagen later, op 31 juli 2021 om 18:23:44, laat de verdachte in een appje aan [medeverdachte 1] weten dat “die velgen” morgen (1 augustus 2021,
PHvK) binnen komen en [medeverdachte 1] geeft deze informatie vervolgens vrijwel direct (vanaf 18:48:45) per app door aan [bijnaam 2 medeverdachte 2] , waarbij wordt gezegd dat het om 20 gaat (bewijsmiddel 8). [bijnaam 2 medeverdachte 2] geeft vervolgens op 31 juli 2021 om 18:49 aan [alias verbalisant 1] door “Ze zijn binnen 20 stuks” en vermeldt daarbij “tot dinsdag” (3 augustus 2021,
PHvK) en in een telefoongesprek met [medeverdachte 1] geeft [bijnaam 2 medeverdachte 2] aan dat hij “die man” ( [alias verbalisant 1] ,
PHvK) gesproken heeft en dat die man op dinsdag (3 augustus 2021,
PHvK) komt (bewijsmiddel 9 en 10). Een dag later belt de verdachte met [medeverdachte 1] en meldt aan dat hij alles heeft, waarop [medeverdachte 1] antwoordt dat hij dinsdag met de kopers heeft afgesproken en dat gisteren ook met die andere ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ,
PHvK) besproken heeft. Ook geeft de verdachte aan dat hij “ze” wel even bewaart en er complete setjes van maakt, waarop [medeverdachte 1] reageert dat hij de verdachte van tevoren belt (bewijsmiddel 11). Ook informeert [medeverdachte 1] iets meer dan een uur later bij de verdachte of hij ook een machine voor “die papieren” heeft, omdat het anders best veel is en lang duurt. De verdachte geeft in dat gesprek aan dat hij gaat proberen om iets te regelen, waarop [medeverdachte 1] laat weten dat ze “in die osso van jullie” gaan checken of al “die papieren” goed zijn (bewijsmiddel 12). [6] Op 2 augustus 2021 om 14:48:59 belt [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) naar een telefoonnummer dat op naam staat van ene [betrokkene 1] , die geregistreerd staat op de [c-straat 1] te [plaats] , met de vraag of hij even wat kan wegleggen bij hem, dat hij binnen 5 minuten voor de deur staat en dat het morgen (3 augustus 2021,
PHvK) weer weg is (bewijsmiddel 13). Binnen een half uur laat [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) via de app aan [medeverdachte 1] weten dat de opslagplaats een dagje beschikbaar is (bewijsmiddel 14). Zo’n tien minuten eerder had [bijnaam 2 medeverdachte 2] aan [alias verbalisant 1] geappt of hij een foto van doekoe (geld,
PHvK) heeft kunnen maken, omdat “die onderdelen van waggy” zo dadelijk worden geleverd. [alias verbalisant 1] geeft daarop aan “Die biggie man is morgen NLD hij heeft de doekoe” en “Morgen ochtend krijg ik picca”. [bijnaam 2 medeverdachte 2] geeft aan “Top. Dus het kan geleverd worden” (bewijsmiddel 15). Onmiddellijk na afloop van deze app-conversatie geeft [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) aan [medeverdachte 1] door dat “hy zegt morgen ochtend foto geld” en zegt “Dus laat maar weten ik hebb sleutel” (bewijsmiddel 16). [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) laat vervolgens op die dag om 17 uur aan [alias verbalisant 1] weten dat het er 19 zijn en “hy zegt als j foto Ochtend kn fixen stuurt hij ook”, waarop [alias verbalisant 1] antwoordt dat het belangrijk is om te weten hoeveel er zijn zodat hij weet hoeveel pap (papiergeld,
PHvK) op de picca te zien moet zijn. [bijnaam 2 medeverdachte 2] geeft aan dat het voor nu om 19 stuks gaat, waarop [alias verbalisant 1] aangeeft dat hij de 57K pic morgenvroeg (3 augustus 2021,
PHvK) stuurt (bewijsmiddel 17). Op 2 augustus 2021 informeert de verdachte aan het begin van de avond bij [medeverdachte 1] of hij al een tijd weet (bewijsmiddel 18). Een minuut later informeert [medeverdachte 1] telefonisch bij [medeverdachte 2] of hij al een tijd heeft, waarop [medeverdachte 2] aangeeft “Beetje vroeg” en dat hij in de ochtend een foto gaat krijgen van 57. Ook vraagt [medeverdachte 2] om 18:47:54 aan [medeverdachte 1] of hij “die ding” vandaag of morgen komt stallen (bewijsmiddel 19). [7] Iets minder dan een half uur later appt de verdachte naar [medeverdachte 1] dat morgen kwart voor 12 kan, waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat hij nog op een bevestiging van de tijd wacht, waarop hij vervolgens weer bij [medeverdachte 2] informeert naar het tijdstip. [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) geeft dan 14:00 uur door en [medeverdachte 1] appt een half uur later aan de verdachte “hun zijn er om 2 uur” (bewijsmiddel 20). In de ochtend van 3 augustus 2021 wordt door [alias verbalisant 1] om 09:54 uur een foto van het geld voorzien van de tekst “Ready” naar [bijnaam 2 medeverdachte 2] gestuurd, waarop [bijnaam 2 medeverdachte 2] om 10:44 uur aangeeft dat hij de foto doorstuurt. [alias verbalisant 1] geeft om 10:59 uur aan “stuur me pic van di dinge” en om 12:19 uur vraagt hij waar de foto blijft (bewijsmiddel 21). [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) belt om 12:23 uur met [medeverdachte 1] om aan te geven dat ze op een foto wachten, waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat hij om 1 uur (13 uur,
PHvK) een foto komt maken van de tas. [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) bevestigt dat dit goed is en zegt “zie je zo” (bewijsmiddel 22). Om 12:24 uur laat [bijnaam 2 medeverdachte 2] aan [alias verbalisant 1] weten dat hij zo die kant opgaat en een foto maakt (bewijsmiddel 23). Om 12:52:47 uur belt [medeverdachte 1] met de verdachte en vraagt hij of de verdachte in de buurt is, de verdachte bevestigt dat en [medeverdachte 1] geeft dan aan dat hij zo even “die auto” komt ophalen en die dan even weg legt, waarop de verdachte aangeeft dat dit goed is. Zij spreken af dat de verdachte naar de viswinkel moet rijden en de verdachte geeft aan dat hij daar over 10 minuten is (bewijsmiddel 26). Twintig minuten later (13:12:32) belt [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) naar [medeverdachte 1] om te vragen hoe laat hij er is, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij nog even aan het wachten is en dat “die jongen” (ik begrijp: de verdachte,
PHvK) eraan komt. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij ( [medeverdachte 1] ) er met 5 à 10 minuten is. Als [medeverdachte 1] vraagt welk nummer het is geeft [medeverdachte 2] aan dat het nr. 5 (ik begrijp: [c-straat 1] ,
PHvK) is (bewijsmiddel 27). De verdachte heeft op 3 augustus 2021 omstreeks 13:16 uur op de hoek van de [b-straat] en de [c-straat] te [plaats] gestaan (bewijsmiddel 28). De verdachte geeft om 13:20:51 telefonisch aan [medeverdachte 1] door dat hij er zo is, waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat hij ook zo die kant oploopt en hem daar zo ziet (bewijsmiddel 29). Om 13:29 uur stuurt [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) een foto van vuurwapens in een tas, waarop [alias verbalisant 1] aangeeft dat hij rond 1400 daar is (bewijsmiddel 23). Op de foto’s is een zwart gekleurde tas te zien, gevuld met vuurwapens, patroonhouders en (witte [8] ) doosjes patronen. De ruimte waarin de tas staat wordt na onderzoek door de politie voor 100% herkend als de opslagruimte in de woning aan de [c-straat 1] te [plaats] (bewijsmiddel 25). Om 13:41:13 uur belt [medeverdachte 1] naar de verdachte en vraagt hem of hij geen scooter of iets dergelijks had, want hij wilde snel “die dingen” ophalen. De verdachte geeft aan dat hij nou niets heeft. Ook spreken ze af dat [medeverdachte 1] zometeen naar het huis van de verdachte komt (bewijsmiddel 30). Om 13:55:43 appt [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) aan [medeverdachte 1] dat er maar 200 “ballas” [9] zijn en dat er nog missen (er zijn 16x19 nodig). [medeverdachte 1] antwoordt dat [medeverdachte 2] gelijk heeft en geeft aan dat hij aan het bellen is (bewijsmiddel 31). Om 13:57:34 belt [medeverdachte 1] met de verdachte en zegt dat hij nog 2 doosjes mist en dat ze nu tekort komen, waarop de verdachte aangeeft dat hij dat niet meer heeft en alles leeg is. De verdachte geeft ook aan dat hij kan kijken of hij nog iets kan regelen, waarop [medeverdachte 1] antwoordt “Ja, dat we het later goedmaken met ze”, waarop de verdachte weer reageert met “jajaja komt wel goed” (bewijsmiddel 32). Meteen daarna belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) om te zeggen dat die andere twee later komen, dat de verdachte het verkeerd berekend had en nu niet bij die plek kan en dat het “met de volgende deel” wordt geregeld, waarop [medeverdachte 2] aangeeft “Voor de volgende keer is goed” (bewijsmiddel 33). Ongeveer tien minuten daarna, om 14:09:46, belt de verdachte naar [medeverdachte 1] . In dit gesprek geeft [medeverdachte 1] aan dat hij nu die kant oploopt en dat hij zo naar de osso van de verdachte komt (bewijsmiddel 34). Vervolgens vindt er rond 14:10 uur een ontmoeting plaats tussen [alias verbalisant 2] , [alias verbalisant 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , waarbij [medeverdachte 1] zegt dat de wapens in een huis om de hoek liggen en het tot de afspraak komt dat [alias verbalisant 1] met [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) naar het huis gaat en [medeverdachte 1] met [alias verbalisant 2] zou wachten en het geld alvast zou tellen. [alias verbalisant 1] verbaliseert ook dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] vertelde dat de volgende lading onderweg was en dat hij aan hem vroeg wanneer die opgehaald kon worden (bewijsmiddel 36). Om 14:35:38 belt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1] met de vraag of hij doekoe heeft gezien, waarop [medeverdachte 1] aangeeft “nog niet man”. [medeverdachte 2] geeft dan aan dat hij “nou in die osso” (ik begrijp: [c-straat 1] ,
PHvK) is en dat hij als [medeverdachte 1] die doekoe heeft gezien gelijk naar buiten gaat “met die ding” (de tas met vuurwapens,
PHvK), waarop [medeverdachte 1] aangeeft dat “hij” ( [codenaam 2] ,
PHvK) net is aangekomen (bewijsmiddel 35). Vervolgens vindt de overdracht plaats van de wapens – waaronder onder meer één Walther Creed (bewijsmiddel 37). Uiteindelijk vluchten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) als er “Popo” (politie,
PHvK) aan komt rijden (Bewijsmiddel 36).
4.9
Het door de raadsman van de verdachte onder 4.2 en 4.3 weergegeven verweer houdt onder meer in dat uit de inhoud van tapgesprekken niet kan worden afgeleid dat deze gaan over de onderhavige vuurwapentransactie. Door de raadsman van de verdachte is – voor zover hier van belang – aangevoerd dat niet kan worden gezegd dat het door het hof voor het bewijs gebezigde tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en de verdachte van 21 juli 2021 15:40(:20,
PHvK) (bewijsmiddel 3) en van 29 juli 21:09(:15,
PHvK) (bewijsmiddel 7) zonder meer betrekking hebben op de levering van de ten laste gelegde wapens. Ook wordt door de raadsman van de verdachte aangevoerd dat sprake is van een inconsistentie tussen de inhoud van het tapgesprek in bewijsmiddel 11 (gesprek van 1 augustus 2021 om 13:03 tussen de verdachte en [medeverdachte 1] ) en het door [bijnaam 2 medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) op 31 juli 2021 om 18:49 aan [alias verbalisant 1] verstuurde appje (bewijsmiddel 9). Daaruit zou juist blijken dat het om een andere partij gaat, nu verdachte in het gesprek van 1 augustus zegt “ik heb alles nou”, terwijl in het appje van een dag eerder [bijnaam 2 medeverdachte 2] al aan [alias verbalisant 1] heeft laten weten “Ze zijn binnen 20 stuks”.
4.1
In mijn ogen vindt dit onderdeel van het verweer voldoende weerlegging in de onder 4.8 beschreven bewijsvoering. Het hof heeft het als bewijsmiddel 3 gebezigde tapgesprek van 21 juli 2021 15:40:20 tussen [medeverdachte 1] en de verdachte kennelijk zo verstaan dat dit gesprek betrekking heeft op de in bewijsmiddel 2 genoemde levering van een partij Creeds van 60 à 70 stuks. Uit bewijsmiddel 37 blijkt dat het bij de in de bewezenverklaring genoemde op 3 augustus 2021 aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] overgedragen wapens onder meer om één “Walther Creed” ging. Uit voornoemd als bewijsmiddel 3 gebezigde tapgesprek blijkt verder dat [medeverdachte 1] tegen de verdachte zegt dat het ook goed is “als ze er maar 10 of 20 per keer kunnen”. De verdachte geeft aan dat hij het aan [medeverdachte 1] zal laten weten. Vervolgens laat de verdachte op 27 juli 2021 onder meer per app aan [medeverdachte 1] weten dat de “20” er overmorgen (29 juli 2021,
PHvK) zijn (bewijsmiddel 4). [medeverdachte 1] geeft dit vervolgens direct telefonisch door aan [medeverdachte 2] (bewijsmiddel 5), waarop [medeverdachte 2] kort daarna per app [alias verbalisant 1] hierover informeert (bewijsmiddel 6). Op 29 juli 2021 antwoordt [alias verbalisant 1] op de vraag van [bijnaam 2 medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) of “die 20 stuks” voor hun ( [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] ,
PHvK) gewoon kunnen dat dat sowieso kan (bewijsmiddel 6). De tap- en chatgesprekken die door het hof onder 7 t/m 10 voor het bewijs zijn gebezigd, bouwen – gelet op de datum waarop deze gesprekken plaatsvinden en gezien de inhoud ervan – voort op de eerdergenoemde gesprekken. Dat in die gesprekken in versluierde taal wordt gesproken (“die auto’s” en/of “die velgen”) doet hier mijns inziens niet aan af. Daarbij merk ik op dat in de chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 31 juli 2021 om 18:49:07 ook over “20” wordt gesproken (bewijsmiddel 8), terwijl in de tap- en chatgesprekken onder 9 en 10 de voor [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] bestemde levering wordt gekoppeld aan “dinsdag”. Bij de eerste dinsdag na 31 juli 2021 gaat het om dinsdag 3 augustus 2021. Dat is de datum waarop [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daadwerkelijk 19 wapens aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] hebben overgedragen (bewijsmiddel 36). Dat op 2 augustus 2021 blijkt dat het om 19 in plaats van 20 wapens gaat (bewijsmiddel 17), doet mijns inziens niet af aan de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof dat de inhoud van de met [medeverdachte 1] gevoerde gesprekken in de periode van 21 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 en de observaties op 3 augustus 2021 de wapens betreffen die de verdachte in de periode tussen 21 juli 2021 tot en met 1 augustus 2021 via een leverancier heeft geregeld en die vervolgens op 3 augustus 2021 door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] zijn overgedragen.
4.11
Gelet op de onder 4.8 weergegeven vaststellingen was het hof ook niet gehouden te reageren op het verweer dat het dossier bewijsmiddelen bevat dat iemand anders dan de verdachte de bewuste partij heeft geleverd. Uit de bewijsvoering blijkt immers dat het de verdachte is geweest die via een ander de levering van 20 wapens heeft geregeld en vervolgens heeft gefaciliteerd dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 3 augustus 2021 de in de bewezenverklaring genoemde wapens aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] konden overdragen. Daarbij wijs ik erop dat het hof het in bewijsmiddel 11 weergegeven gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte 1] kennelijk zo heeft uitgelegd dat waar in dit gesprek over “alles” wordt gesproken, dit ziet op alle (onderdelen van de) wapens. Daaruit volgt dan ook dat de wapens in eerste instantie bij de verdachte thuis zijn bewaard. Dat uit de gebezigde bewijsvoering niet concreet blijkt op welke manier “die onderdelen van waggy” op 2 augustus 2021 tussen 15:05 en 17:00 uur aan [medeverdachte 2] zijn geleverd (bewijsmiddel 15 en 17) en door hem aan de [c-straat 1] zijn gestald (o.a. bewijsmiddel 13, 23 en 25) doen mijns inziens aan het voorgaande niet af. Verder merk ik nog op dat het hof het in bewijsmiddel 9 weergeven appbericht van [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) aan [alias verbalisant 1] (“Ze zijn binnen 20 stuks”) kennelijk zo heeft verstaan dat [medeverdachte 2] daarmee alvast anticipeerde op de levering die de volgende dag zou plaatsvinden. Dat is ook niet onbegrijpelijk.
4.12
Het hof heeft geoordeeld dat op basis van de inhoud van de met [medeverdachte 1] gevoerde gesprekken in de periode van 21 juli 2021 tot en met 3 augustus 2021 en de observaties op 3 augustus 2021 wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de ten laste gelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf.
4.13
Uit de onder 4.8 weergegeven vaststellingen kan over de betrokkenheid van de verdachte worden afgeleid dat:
- hij door [medeverdachte 1] is benaderd om (een deel van) de wapens te regelen voor de “ Creeds -deal” die medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ( [bijnaam 2 medeverdachte 2] ) met [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] hadden afgesproken;
- hij met een ander (een leverancier) contact heeft gezocht voor de levering van de wapens;
- hij [medeverdachte 1] steeds van de voortgang van de levering op de hoogte heeft gehouden;
- hij de wapens op 1 augustus 2021 heeft ontvangen en bij hem thuis heeft bewaard;
- hij de feitelijke overdracht van de wapens aan [medeverdachte 2] op 2 augustus 2021 (mede) heeft gefaciliteerd (doordat de wapens op enig moment vanuit zijn woning zijn verplaatst);
- hij verantwoordelijk was voor de levering van de munitie (die kennelijk ook onderdeel van de wapendeal was);
- hij een deel van de afgesproken munitie op 3 augustus 2021 – de dag waarop de overdracht van de wapens door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] plaatsvond – aan [medeverdachte 1] heeft afgeleverd.
4.14
Niet onbegrijpelijk acht ik dat het hof op grond van deze feiten en omstandigheden heeft geoordeeld dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het regelen van de overdracht van de ten laste gelegde vuurwapens en bij de feitelijke overdracht zelf. Uit de vaststellingen blijkt immers dat de verdachte ervoor heeft gezorgd dat de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] – door het regelen van de wapens via de leverancier en het vervolgens faciliteren van de feitelijke overdracht van de wapens aan [medeverdachte 2] en door het nadien leveren van (een deel van) de (kennelijk van die deal onderdeel uitmakende) munitie aan [medeverdachte 1] – in staat waren om daadwerkelijk uitvoering te geven aan (het eerste deel van) hun afspraak met [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] . Zoals het hof vaststelt volgt uit een observatieverslag dat de verdachte wordt gezien in de directe omgeving van de plek waar even later de tenlastegelegde vuurwapens aan de pseudokopers worden overgedragen. Dat de verdachte niet ook op het moment dat de wapens door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daadwerkelijk aan [alias verbalisant 2] en [alias verbalisant 1] werden overgedragen daar zelf lijfelijk bij aanwezig was, doet mijns inziens niet af aan de uit de bewijsvoering blijkende essentiële rol die de verdachte in de aan de overdracht van de wapens voorafgaande fase heeft vervuld en waarbij de verdachte in elk geval nauw en bewust met [medeverdachte 1] heeft samengewerkt. Daarbij merk ik nog op dat de verdachte nadat hij kort voor de overdracht van de wapens munitie aan [medeverdachte 1] had afgeleverd, zij met elkaar afspraken dat [medeverdachte 1] na het feit naar de verdachte toe zou komen. Ook houdt bewijsmiddel 2 in dat [bijnaam 2 medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) tegen [alias verbalisant 1] zei “dat iedereen een deel van deze taart ging krijgen”, hetgeen een indicatie lijkt voor het door alle betrokkenen delen in de buit.
4.15
De middelen falen in al hun onderdelen.

5.Afronding

5.1
Beide middelen falen. Gezien de vrijspraak door de rechtbank ligt het niet in de rede om de middelen af te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
5.2
Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep op 7 maart 2024. Dat moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De in de bewijsmiddelen 23 en 24 opgenomen afbeeldingen heb ik overgenomen uit het dossier, omdat op de in het arrest opgenomen (gekopieerde) zwart/wit afbeeldingen niet goed zichtbaar is wat staat afgebeeld.
2.Vgl. HR 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115, r.o. 2.3.
3.K. Lindenberg en H.D. Wolswijk,
4.HR 3 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0733,
5.Vgl. HR 27 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:115, r.o. 2.3.
6.Een machine voor “die papieren” lijkt te duiden op een geldtelmachine. Met het aankopen van de 19 vuurwapens was een bedrag van € 57.000,- (“57K”) gemoeid. Het woord “osso” is straattaal voor huis, woning.
7.[medeverdachte 2] weet op 2 augustus 2021 om 17:00 uur dat het 19 (in plaats van 20) wapens zijn (bewijsmiddel 17).
8.Zie bewijsmiddel 36.
9.Het Spaanse woord voor kogels is ‘balas’.