ECLI:NL:PHR:2026:537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen afdreiging
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van afdreiging. Het hof stelde vast dat de redelijke termijn in hoger beroep met meer dan twee jaar en twee maanden was overschreden, zonder bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen.
De verdediging klaagde in cassatie over de motivering van de strafoplegging, met name over de wijze waarop het hof de overschrijding van de redelijke termijn had vastgesteld en gecompenseerd. De advocaat-generaal concludeerde dat deze klachten niet slaagden, omdat het hof van de juiste data was uitgegaan en het oordeel over de compensatie van de overschrijding begrijpelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van de feitenrechter over de redelijke termijn slechts beperkt kan worden getoetst en dat het hof de straf passend heeft gematigd door een deel voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd. De conclusie strekt tot vernietiging van de strafduur en vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.