ECLI:NL:PHR:2026:539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over strafoplegging en redelijke termijn bij poging tot afdreiging
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens poging tot afdreiging, met subsidiair 30 dagen hechtenis en aftrek van voorarrest. De verdediging voerde in cassatie aan dat de strafoplegging onbegrijpelijk was en dat het hof ten onrechte geen rekening hield met de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad overwoog dat het hof de strafoplegging voldoende heeft gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met de aard en ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het reclasseringsadvies. Het hof achtte een taakstraf passend en verenigbaar met de kans op gedragsverandering.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn stelde de Hoge Raad vast dat deze inderdaad heeft plaatsgevonden, maar dat gezien de opgelegde taakstraf geen aanleiding bestaat tot strafvermindering. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep deels terecht is voorgesteld, maar niet tot vernietiging leidt en verwerpt het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de taakstraf van 60 uur blijft in stand ondanks overschrijding van de redelijke termijn.