Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
UOS 8 redelijke termijn
Op pagina 32, in de eerste alinea:
Het oordeel van de rechtbank.
Algemeen
Strafverzwarende omstandigheden
Strafmatigende omstandigheden
De strafmodaliteit
Conclusie
Vonnis waarvan beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de rechtbank Oost-Brabant veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie en andere wapens. Het hof ’s-Hertogenbosch bevestigde dit vonnis, waarbij het ook rekening hield met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gereageerd op het standpunt dat de straf verder verminderd had moeten worden vanwege de forse termijnoverschrijding. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof uitvoerig had gemotiveerd waarom slechts een maand strafvermindering werd toegepast en dat dit oordeel niet onbegrijpelijk was.
Daarnaast wees de Hoge Raad klachten over de toepassing van LOVS-oriëntatiepunten, de motivering van de vrijheidsbenemende straf en de toepassing van artikel 63 Sr Pro af. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad constateerde ambtshalve ook een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar zag geen aanleiding tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van twee maanden ondanks de overschrijding van de redelijke termijn.