Conclusie
hierna: betrokkene,
verweerder in cassatie,
hierna: het CIZ.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
in welke mate is totaal onduidelijk uit de stukken. Er wonen veel mensen nog thuis met een dementieel beeld. (…) Het is veel te vroeg om haar nu al op te nemen in een verpleeghuis, terwijl zij mbv dochter JV en thuiszorg en online hulp mbt boodschappen best thuis kan wonen.
Advocaat: (…) Hoeveel gradaties heeft een dementieel beeld?
Advocaat: Ik betwist de feitelijkheden die in de stukken staan. (…) [Dochter 1] woont naast moeder. [Dochter 1] en meneer [naam van partner van dochter 1], die kunnen ook een en ander doen voor haar. Ze kunnen in ieder geval elke dag langs. Moeder is niet zorgmijdend. Er is wellicht vergeetachtigheid, maar in welke mate? Met een dementieel beeld wonen veel mensen thuis. Wil aannemen dat er zorgen zijn over hoe dat nu moet, maar het is te vroeg haar nu al op te nemen. Er kunnen ook online boodschappen worden besteld. Ik wil dat een specialist ouderengeneeskunde en een psychiater van het CWZ haar nog onderzoeken. Zij zijn geen behandelaren en niet door de zussen beïnvloed. Ik wil vragen om een contra-expertise. (…) Op langere termijn kan ook een kleinschalige woonvorm gevonden worden waar mevrouw beter op haar plek is. Er is daarvoor voldoende vermogen. Mevrouw wil naar huis, maar het verzet wordt weggemasseerd. Mevrouw is erg op zichzelf en ze wil niet hier zijn. Ze zegt dat ze het thuis zelf kan regelen. (…)
Specialist ouderengeneeskunde: Mevrouw scoort 17 punten, dat is een slechte score. Wij hebben een brief van de eerste lijn van september 2024 met verwijzing naar SO eerste lijn. Ook een dossier samenvatting met verschillende journaals. Ik herken de diagnose ook in wat de zorg observeert in hulpbehoevendheid met ADL en het niet zelf eten. Verder uitdiepen leek ons niet zinvol.
Rechter:Is het mogelijk dat zij met uw zorg en thuiszorg thuis blijft wonen?
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel Iis gericht tegen het oordeel in r.o. 4.2 dat de rechtbank geen nader onderzoek zal laten verrichten naar de diagnose dementie.
Onderdeel IIis gericht tegen r.o. 4.4, waarin de rechtbank haar oordeel dat sprake is van ernstig nadeel heeft gemotiveerd.
eerste klachtmaakt om te beginnen niet duidelijk waar specifiek en hoe in r.o. 4.2 de rechtbank zou hebben gesuggereerd dat de onafhankelijke specialist ouderengeneeskunde die de medische verklaring heeft afgelegd ter zitting aanwezig was en aldaar een nadere toelichting heeft gegeven. Daarmee voldoet de klacht mijns inziens niet aan de daaraan te stellen eis dat deze met bepaaldheid en precisie vermeldt welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. [9]
tweede klachtvan dit onderdeel, en ook reeds met het oog op onderdeel II dat aan bod komt onder 3.24 e.v. hierna, stel ik het volgende voorop.
tweede klachtvan onderdeel I. Geklaagd wordt dat het onbegrijpelijk is dat de rechtbank in r.o. 4.2 zonder enige nadere motivering het verzoek om een contra-expertise heeft afgewezen. Op de in het onderdeel aangehaalde vindplaatsen heeft de advocaat van betrokkene, voor zover hier van belang en kort samengevat, naar voren gebracht dat er fasen van dementie bestaan, dat bij betrokkene wellicht sprake is van vergeetachtigheid, maar dat de mate waarin daarvan sprake is niet duidelijk is, dat veel mensen met een dementieel beeld nog thuis wonen en dat een contra-expertise dus op zijn plaats is.
hoewelsprake is van een psychogeriatrische aandoening, dit niet een opname van betrokkene rechtvaardigt, nu de dementie bij betrokkene nog niet in een zodanig vergevorderd stadium is dat opname van betrokkene al daadwerkelijk geïndiceerd is.
eerste plaatsbetoogd dat bepaalde omstandigheden die de rechtbank in r.o. 4.4 in haar beoordeling betrekt (verhoogd valrisico en valgevaarlijkheid van betrokkene, het eten of drinken van bedorven producten in de thuissituatie door betrokkene en het structureel door elkaar halen van vuile en schone was), slechts zijn gesteld, maar nergens uit blijken. [21] Gelet op het navolgende kon de rechtbank deze omstandigheden mijns inziens in haar beoordeling betrekken.
tweede plaatswordt ten aanzien van bepaalde door de rechtbank in r.o. 4.4 meegewogen omstandigheden (dat betrokkene in het verpleeghuis slechts eenmaal gedoucht heeft en dat betrokkene vuile en schone was structureel door elkaar haalt) in twijfel getrokken of deze ernstig nadeel opleveren. [24]
isontstaan. De bedoelde overweging staat, net als die over het door elkaar halen van de vuile en schone was, niet op zichzelf, maar moet worden gelezen in verbinding met de daaraan voorafgaande overweging dat betrokkene zorgwerend is en geen ondersteuning accepteert voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Dat vormt mede steun voor het oordeel dat er sprake is van een aanzienlijk risico op ernstig nadeel indien betrokkene naar haar eigen huis terugkeert.