ECLI:NL:PHR:2026:667

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
25/01736
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens vermoedelijke tijdige indiening appelschriftuur

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling, bedreiging, vernieling en poging zware mishandeling. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof Amsterdam verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen grieven waren ingediend. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

In cassatie werd aangevoerd dat er wel degelijk tijdig een appelschriftuur was ingediend op 12 november 2024, zoals blijkt uit een e-mail van de raadsman aan de griffie van de Rechtbank Noord-Holland. Hoewel het hof en de Hoge Raad deze appelschriftuur niet in het dossier hadden, was er een ernstige aanwijzing dat het stuk was ontvangen en daarna zoek is geraakt.

De Procureur-Generaal concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring niet in stand kan blijven omdat het middel slaagt. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het zorgvuldig registreren en bewaren van processtukken en waarborgt het recht op hoor en wederhoor door het aannemen van een vermoedelijke tijdige indiening van grieven.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep wegens vermoedelijke tijdige indiening van appelschriftuur.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/01736
Zitting7 juli 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 22 april 2025 door het gerechtshof Amsterdam (parketnr. 23-002534-24) niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de voet van het bepaalde in art. 416 lid 2 Sv Pro.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Advocaat M.D. Rijnsburger heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2.Procedure in feitelijke aanleg

2.1
In eerste aanleg is de verdachte door de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, bij vonnis van 15 oktober 2024 veroordeeld wegens mishandeling, bedreiging en vernieling (parketnummer 15-162815-21) en poging zware mishandeling (parketnummer 15-006526-24).
2.2
Tegen deze uitspraak is op 29 oktober 2024 namens de verdachte hoger beroep ingesteld. De zaak is behandeld ter terechtzitting van het hof Amsterdam van 22 april 2025. Blijkens het proces-verbaal van die terechtzitting zijn de verdachte en diens raadsman ter zitting niet verschenen. Zoals vermeld heeft het hof de verdachte bij arrest van diezelfde datum niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep vanwege het ontbreken van grieven.

3.Het middel

3.1
Het middel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep. In de toelichting op het middel wordt verwezen naar een op 12 november 2024 door de raadsman van de verdachte per mail ( [e-mailadres] ) bij de griffie van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingediende appelschriftuur, die als bijlage bij de cassatieschriftuur is gevoegd. Hierin is onder meer is opgenomen dat de verdachte meent dat de politierechter ten onrechte het verweer dat sprake was van noodweerexces heeft gepasseerd, ten onrechte is gekomen tot een bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling en ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat sprake is van strafbare bedreiging. In de appelschriftuur wordt verwezen naar de parketnummers in eerste aanleg van de strafzaak tegen de verdachte, te weten 15-006526-24 en 15-162815-21.
3.2
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich evenwel geen appelschriftuur d.d. 12 november 2024 (of enige andere datum). Nadat de raadsman bij brief van 25 juni 2025 heeft verzocht om het betreffende stuk aan het dossier in de cassatieprocedure toe te voegen, is het hof Amsterdam namens de griffier van de Hoge Raad gevraagd om de appelschriftuur aan de Hoge Raad te doen toekomen. Daarop is op 30 juni 2025 het volgende antwoord ontvangen:
“Er is geen appelschriftuur, omdat de zaak niet ontvankelijk is verklaard ex. Art. 416 lid 2 Sv Pro.”
3.3
Het door de raadsman in cassatie overgelegde stuk doet evenwel ernstig vermoeden dat een voornoemde appelschriftuur van 12 november 2024 wel degelijk is ingediend. Zo wordt de door de raadsman in cassatie ingediende appelschriftuur vergezeld van een mail die op 12 november 2024 22:48 uur zou zijn verzonden, afkomstig is van de raadsman van de verdachte en die gericht is aan de “Strafgriffie (Rechtbank Noord-Holland)”, met cc aan het “Arrondissementsparket Noord-Holland”. In de onderwerpregel van de mail staat “Appelschriftuur inzake [verdachte] , 15-006526-24 en 15-162815-21 [D20231110_155323737]”. Bij “Bijlagen” staat: “20241112 Appe’lschriftuur 410 Sv.pdf”. De inhoud van deze mail luidt als volgt:
“Geachte heer/mevrouw,
Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende. Ondergetekende treedt op als raadsman van [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] . Bijgaand zend ik u een appelschriftuur in de zaak van cliënt (
bijlage)met het vriendelijke verzoek deze in behandeling te nemen. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud van de bijlage.
Bij voorbaat dank voor de door u te nemen moeite. Uiteraard ben ik tot een nadere (telefonische) toelichting bereid.
Met vriendelijke groet,
Mark Rijnsburger
Advocaat / Attorney at law”
3.4
Dat de bewuste mail vermoedelijk ook daadwerkelijk door de Rechtbank Noord-Holland is ontvangen, blijkt uit de volgende kenmerken:
- De print van de desbetreffende mail draagt aan de bovenkant de aanduiding “
[betrokkene 1] (Rechtbank Noord-Holland)” en is voorzien van een paraaf;
- Het eerste in de onderwerpregel genoemde parketnummer is geel gearceerd; de tweede is met pen doorgestreept; en
- De print van de mail is aan de onderzijde voorzien van een gele barcode.
3.5
Gelet op deze kenmerken moet het er wat mij betreft voor worden gehouden dat namens de verdachte tijdig een schriftuur houdende grieven is ingediend en dat deze na indiening in het ongerede is geraakt. Bijgevolg kan de beslissing van het hof om de verdachte met toepassing van art. 416 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep niet in stand blijven. [1]

4.Slotsom

4.1
Het middel slaagt.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 12 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN4306; HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:8; HR 12 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:1365.