ECLI:NL:PHR:2026:685

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
24/03787
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 Sr (oud)Art. 342 lid 2 SvArt. 27 lid 1 SrArt. 407 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring ontucht met minderjarige stiefdochter en vernietigt onttrekking computer

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, wegens ontucht met zijn minderjarige stiefdochter. Het hof baseerde zijn oordeel op de verklaringen van het slachtoffer, die door andere bewijsmiddelen, zoals heimelijk gemaakte camerabeelden en getuigenverklaringen, voldoende werden ondersteund.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het bewijs onvoldoende was en dat het hof ten onrechte de onttrekking aan het verkeer van een computer had bevolen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaringen van het slachtoffer terecht betrouwbaar achtte en dat er voldoende steunbewijs was, waaronder de heimelijk gemaakte opnames en verklaringen van familieleden.

Ten aanzien van de onttrekking van de computer stelde de Hoge Raad vast dat het hof hierover niet meer mocht oordelen omdat het hoger beroep door de officier van justitie was beperkt tot het ontuchtfeit. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de onttrekking betrof en verwierp het beroep voor het overige. Tevens constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de inzendtermijn in cassatie, wat echter niet tot niet-ontvankelijkheid leidde.

Uitkomst: De bewezenverklaring van ontucht met de minderjarige stiefdochter wordt bevestigd, maar het arrest wordt vernietigd voor zover het de onttrekking van de computer betreft.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03787
Zitting7 juli 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 11 oktober 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle (parketnr. 21-005419-23) – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, gelet op het partieel ingestelde hoger beroep [1] – wegens "ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren (met aftrek van het voorarrest als bedoeld in art. 27 lid 1 Sr Pro). Daarnaast heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een computer. Tot slot heeft het hof de vordering van de [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 4.500,00 ter zake van immateriële schade en de vordering voor het overige afgewezen, en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest opgenomen.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak met parketnummer 25/03172. In deze zaak is reeds arrest gewezen op 26 mei 2026. [2]
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben drie middelen van cassatie voorgesteld.

2.Het eerste middel

2.1
Het eerste middel is gericht tegen de bewezenverklaring van feit 1 in de zaak met parketnummer 05-235763-21 [3] en bevat de klacht dat niet is voldaan aan het bewijsminimum als bedoeld in art. 342 lid 2 Sv Pro.
2.2
Ten laste van de verdachte is in deze zaak bewezenverklaard dat:
“hij op meerdere tijdstippen in de periode van 7 oktober 2016 tot en met 4 juli 2020 te [plaats] , gemeente [plaats] , althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2005, door (telkens)
te likken aan/in de vagina en tussen de schaamlippen en aan de borsten van die [slachtoffer] en
de vagina en billen en borsten en benen en rug van die [slachtoffer] te betasten/masseren en
zijn penis tegen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen en
met zijn (blote) penis (over de kleding) langs het lichaam van die [slachtoffer] te wrijven/schuren en zijn, verdachtes, penis te laten betasten door die [slachtoffer] .”
2.3
Het hof heeft daartoe de volgende bewijsmiddelen gebruikt:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen verhoor getuige d.d. 12 mei 2021, opgenomen op pagina 22 en volgende van het dossier van Politie Oost-Nederland, onderzoek Kapitein / ONRBC21446 met documentcode 2107191100.AMB d.d. 3 augustus 2021, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :
Op woensdag 12 mei 2021 verhoorden wij, verbalisanten, de getuige:
Voornamen: [slachtoffer]
Achternaam: [slachtoffer]
Geboortedatum: [geboortedatum] 2005
V: Wat is [verdachte] van jou?
A: Het was een soort van stiefvader, dat voelde ook wel zo. Hij was de vriend van mijn moeder.
V: Je zegt dat voelde ook wel zo, als een stiefvader, wat bedoel je daarmee?
A: We klikten wel erg, hij was veel liever voor mij dan voor mijn broertje.
V: Hoelang hebben jouw moeder en hij een relatie gehad?
A: 5 a 6 jaar ongeveer.
V: Waar woonden jullie toen jouw moeder en [verdachte] nog samen waren?
A: De [a-straat 1] in [plaats] . Het huis was van hem.
V: Hoe lang wonen jullie daar?
A: Vanaf augustus aan de [b-straat] . We zijn al eerder weggegaan van de [a-straat] . Mijn moeder is in mei of juni of juli 2020 weggegaan bij [verdachte] , omdat ze er toen achter kwam dat het hele huis vol met verborgen camera's hing.
V: En jij en je broertje dan?
A: Mijn moeder heeft een winkel en omdat ze iets van de avond ervoor niet vertrouwde is ze van de winkel naar huis gegaan. Boven in een kamer, waar ze eigenlijk niet kwam, vond ze een SD kaartje. Deze heeft ze meegenomen naar de winkel en daar de beelden bekeken. Ze kwam er toen achter dat er verborgen camera’s in huis hingen.
V: Hoe weet jij dit, over de camera’s en de SD kaart?
A: Ik was erbij in de winkel Mijn moeder moest huilen toen ze de beelden zag. Ze was helemaal overstuur. Ik heb gevraagd wat er was en toen zei ze dat er verborgen camera hingen. Ik zag ook op een beeld dat mijn kamer in beeld was.
V: Er zijn dingen gebeurd tussen [verdachte] en jou vertelde jouw moeder. Wanneer is dat geweest?
A: Toen ik 10 of 11 jaar was ging ik met hem naar de bouwmarkt. We zaten dan samen in de auto en hij liet me seksfilmpjes zien van zo'n pornosite. Toen heb ik dat tegen mijn moeder en nicht gezegd.
V: Nog andere dingen?
A: Als ze thuis een feestje hadden maar ook zonder feestjes doordeweeks, kwam hij daarna naar mijn kamer en begon mij te masseren. Dat was toen ik 11 of 12 jaar was. Ik zat in groep 6 of 7. Hij ging ook steeds verder naar onder mijn kont masseren. Ik zei: “niet doen.” Dat zei ik heel vaak maar hij bleef doorgaan en dan draaide hij me om en ging aan mijn kut zitten. Toen ging hij mijn tieten masseren en aan mijn kut zitten. Hij ging likken aan mijn tieten, mijn kont en mijn kut.
V: Nog andere?
A: Hij heeft 1 keer geprobeerd, dat was op de bank om met zijn piemel erin te gaan. Ik heb hem er meteen afgeduwd.
V: Verder nog?
A: Ik lag wel eens op mijn bed, dan kwam hij bij me. Ik lag al te slapen, hij maakte me wakker en ging me uitkleden. Er is ook wel eens geweest dat hij me droog ging neuken. Als ik mijn telefoon kwijt was, omdat deze was ingenomen, vroeg hij of ik mijn telefoon terug wilde, maar dan moest ik opdrachten doen. Hij zei: pak een string van je moeder en trek die aan. Ik weet dat dit ook op beelden te zien is want dat zei mijn moeder tegen me. Niet te zien maar wel te horen dat hij dat tegen me zegt.
V: Weet je dit omdat je moeder dit vertelde, of herinner je dit ook?
A: Dit herinner ik me, maar ik heb het die keer ook niet gedaan. Een andere keer heb ik het wel gedaan en toen heb ik ook mijn telefoon terug gekregen.
V: Hoe vaak is er iets gebeurd op seksueel vlak tussen [verdachte] en jou?
A: Eigenlijk wel 3 keer in de week. Het gebeurde meestal ‘s nachts of ’s morgens vroeg voordat hij naar zijn werk ging. Ik was 1 keer in de 2 weken, een weekend, bij mijn vader.
V: Hoe vaak heeft hij jou een filmpje laten zien?
A: Het was wel echt meer als 50 keer.
V: Welke filmpjes waren dat?
A: Van filmpjes van porno sites.
V: Wat weetje moeder hiervan?
A: Dat hij die filmpjes heeft laten zien weet ze. Ze vroeg aan mij of hij wel eens aan mij heeft gezeten. Dit heeft ze meerdere keren gevraagd. Ongeveer 2 maanden geleden heb ik tegen mijn moeder verteld dat hij aan mij heeft gezeten en toen heb ik ook verteld over de filmpjes. Mijn moeder zei toen dat ik het mocht zeggen als [verdachte] aan mij had gezeten. Als het wel zo zou zijn, zou ze niet boos op me worden, zei ze. Ik heb toen gezegd dat hij aan me heeft gezeten. Ik heb verteld dat hij aan mijn kut heeft gezeten en mij gelikt heeft. Ik heb niet alles verteld.
V: Hoe reageerde je moeder op dat jij het had gezien?
A: Ze moest huilen en was overstuur.
V: Hoe kwam het dat je dit vertelde?
A: Ik moest het toch een keer vertellen Ze had het vaker gevraagd. Ze vroeg het weer, we waren met z'n tweeën en toen heb ik het verteld. Daarvoor was ik ook bang hoe ze zou reageren. Ik wilde het eerder al vertellen maar durfde dat niet. Ik was bang voor de reactie van [verdachte] en mijn moeder.
V: Als we het hebben over aanraken. Hoe vaak is dat gebeurd?
A: Meer dan 100 keer wel.
V: Waar gebeurde dat?
A: Meestal op mijn slaapkamer.
V: Op welke momenten?
A: ’s Nachts of ’s ochtends, voor hij naar zijn werk ging.
V: Waar heeft hij je aangeraakt?
A: Kut, billen, tieten en benen en rug.
V: Wat is voor jou de ergste keer die je kunt herinneren dat hij je aangeraakt heeft?
A: Ik vond alles wel erg. Toen hij probeerde in mijn kut te gaan. We waren toen in de woonkamer, op de bank.
V: Hoe gaat dat dan?
A: Toen ging hij bij mijn been. Hij legde zijn hand op mijn been, draaide mij om. Ik moest op mijn knieën zitten. Toen probeerde hij dat. Ik ben toen weggegaan.
V: Hoe kan hij bij jou been?
A: Hij kwam bij mij en legde zijn hand op mijn been. Hij ging aan de linkerkant naast mij zitten. Hij legde zijn hand op mijn bovenbeen.
V: En dan?
A: Hij pakte me aan de onderkant bij mijn been en toen draaide hij me om zodat ik met mijn knieën op de bank zat.
V: Wat doet hij dan?
A: Hij probeerde via achter zijn piemel in mijn kut te doen.
V: Hoe was zijn piemel?
A: Stijf.
V: In hoeverre is het gelukt dat hij in je kwam met zijn piemel?
A: Hij probeerde zijn voorkantje erin te duwen. Hij ging er tegenaan. Ik ben toen weggegaan.
V: Deed hij dat op de kleren of tegen de blote vagina?
A: Het was tegen mijn blote vagina.
V: Je vertelde over het aanraken op je kamer, kun je één situatie goed voor de geest halen hoe dit ging?
A: Hij kwam de kamer in. Ik was op bed. Ik lag te slapen. Hij trok de dekens weg. Hij maakte me wakker en ging me masseren op mijn rug. Hij ging steeds verder naar beneden. Hij ging voelen bij mijn kut. Ik sliep in eerste instantie op mijn rug. Ik draaide me uit mezelf om. Hij ging toen mijn rug masseren. Hij gaat verder naar beneden naar mijn kont. Hij gaat mijn kont masseren. Ik heb altijd kleren aan, die keer had ik een shirt en broekje aan. Hij masseerde onder de kleding. Hij ging ook onder mijn onderbroek.
V: Hij heeft je ook gelikt. Hoe ging dat?
A: Als ik ’s nachts lag te slapen, maakte hij me wakker. Deed mijn broek en onderbroek uit. Hij trok aan mijn benen. Hij trok mij aan mijn benen naar hem toe en dan ging hij likken.
V: Waar gebeurde dit?
A: Op mijn slaapkamer.
V: Wat doet hij met zijn tong
A: Rondjes draaien.
V: Waar op of in je kut of er omheen of tussen je schaamlippen?
A: Alles.
V: Hoe vaak gebeurde het dat hij dit deed?
A: Ook wel iets van 50 keer.
V: Je vertelde eerder dat het wel 3 keer in de week gebeurde.
A: Het was niet altijd likken.
V: Wat gebeurde er die andere keren?
A: Hij heeft ook wel eens alleen gemasseerd of aan me gezeten. Dat hij dan alleen aan mijn borsten zat.
V: Wat deed hij met je borsten?
A: Knijpen en ook likken. Dat eigenlijk.
V: Je vertelde over droogneuken. Hoe ging dat?
A: Hij schuurt dan met zijn piemel over mijn kleren heen.
V: Waar is dat gebeurd?
A: In mijn slaapkamer.
V: Heb je hem wel eens aangeraakt?
A: Ik moest 1 keer zijn piemel aanraken, om mijn telefoon terug te krijgen. Hij heeft het heel vaak gevraagd maar ik heb het uiteindelijk 1 keer gedaan.
V: Wat moest je doen?
A: Ik moest het vasthouden. Ik heb het 1 seconde gedaan en toen kreeg ik mijn telefoon terug.
V: Hoe was zijn piemel?
A. Stijf.
V: Wat is de laatste keer dat er iets is voorgevallen tussen jou en [verdachte] ?
A: Toen ik 14 was.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 juli 2021, opgenomen op pagina 44 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
Toen [moeder slachtoffer] net in het begin een relatie met [verdachte] kreeg, toen vertelde [slachtoffer] tegen haar oma en tegen mijn dochter dat [verdachte] haar seksfilmpjes via de telefoon liet zien. Mijn dochter [betrokkene 1] zei dit tegen mij.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 5 juli 2021, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [getuige 1]:
V: Kun je uitleggen wat jou relatie is tot [moeder slachtoffer] ?
A: [moeder slachtoffer] is mijn tante en [slachtoffer] is mijn nichtje.
V: Heeft [slachtoffer] hier wel eens iets over gezegd tegen jou?
A: [slachtoffer] heeft meerdere dingen tegen mij benoemd. Ik lag toen met mijn oma en [slachtoffer] in één bed omdat we bij elkaar sliepen. We waren een beetje aan het indommelen. Ineens zei [slachtoffer] : ‘ [verdachte] laat me wel eens filmpjes zien van mensen die naakt zijn en met elkaar bezig zijn en bloot op elkaar liggen’. We vroegen wat voor filmpjes dat waren. [slachtoffer] reageerde hierop met: ‘De man likte bij de vrouw aan de poes’.
V: Weet je ook hoe vaak [verdachte] dit soort filmpjes liet zien aan [slachtoffer] ?
A: Ja, we hebben gevraagd hoe vaak dat gebeurd was en [slachtoffer] zei toen: ‘Een paar keer’.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2021, opgenomen op pagina 61 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas:
Op woensdag 23 juni 2021 is op het politiebureau te [geboorteplaats] , [c-straat 1] , ter attentie van mij, [verbalisant 1] , ten behoeve van het onderzoek 2021161932/ […] , een USB-stick afgegeven door aangeefster [moeder slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [plaats] . [moeder slachtoffer] heeft op 18 mei 2021 aangifte gedaan namens haar dochter [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] ) geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] .
[moeder slachtoffer] gaf eerder telefonisch aan dat op de USB-stick beelden moesten staan die heimelijk gemaakt zouden zijn door [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] .
Op dinsdag 6 juli 2021 en woensdag 7 juli 2021 hebben wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , de beelden bekeken welke op voorgenoemde USB-stick stonden.
Bestandsnaam: rec011_20200621220833_01_0227_0030
Bestandsduur: 0.30 seconden.
Datum en tijd (links bovenin beeld): 2020-06-21 22:08:32
Omschrijving:
Op het beeld, zie onderstaande printscreens, zien wij voorgenoemde beschreven slaapkamer. In bed zien we een persoon liggen welke de deken tot borsthoogte over zich heen heeft. Het gezicht is niet duidelijk zichtbaar waardoor niet duidelijk wordt wie dit is, maar wij vermoeden dat dit [slachtoffer] is gezien haar lange haar en het feit dat haar moeder deze beelden heeft aangedragen. Wij horen een mannenstem en zien een silhouet van een man bij de deur staan. Ambtshalve is bij ons bekend dat de betreffende man [verdachte] is. De persoon in bed gaat rechtop in bed zitten. Het gesprek dat hierop volgt wordt weergegeven met de volgende afkortingen:
[slachtoffer] (vermoedelijk)
[verdachte]
O Opmerking verbalisant
[slachtoffer] : Oké, mag ik hem dan?
[verdachte] : Nee. Daar ben je nog te jong voor.
O: De man komt verder de slaapkamer in lopen en blijft naast het bed van [slachtoffer] staan.
[slachtoffer] : Geef.
[verdachte] : Nee, je krijgt hem niet (onverstaanbaar). Ga slapen.
[slachtoffer] : Alsjeblieft.
A: Dan moet je een sexy string aantrekken, je deken af doen en je tieten bloot ...
Bestandsnaam: rec011_20200621220903_01_0077_0030
Bestandsduur: 0.30 seconden.
Datum en tijd (links bovenin beeld): 2020-06-21 22:09:03
Omschrijving:
Op het beeld zien wij wederom voorgenoemde slaapkamer. Wij zien [slachtoffer] nog steeds in bed liggen. De man, [verdachte] , staat naast het bed met zijn linker zijkant naar de camera en zijn gezicht gericht op het bed. Halverwege het gesprek zien wij hem wegdraaien en uit de beeld verdwijnen.
[slachtoffer] : Alleen tieten.
[verdachte] : Nee, alles bloot en dan trek je die string aan (onverstaanbaar).
[slachtoffer] : (onverstaanbaar) geen string.
[verdachte] : Dan pak je er één.
[slachtoffer] : Nee, die ligt boven.”
2.4
Het hof heeft met betrekking tot de bewezenverklaring het volgende overwogen:

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat ter zake van het onder 1 primair
tenlastegelegde feit - anders dan de rechtbank heeft geoordeeld - sprake is van voldoende
wettig en overtuigend bewijs.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft overeenkomstig het oordeel van de rechtbank vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij - kort gezegd - aangevoerd dat de verklaringen van het [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt en dat voor haar verklaringen dat verdachte de tenlastegelegde ontuchtige handelingen bij haar heeft gepleegd, onvoldoende redengevend steunbewijs aanwezig is.
Oordeel van het hof
Volgens het tweede lid van artikel 342 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring van een slachtoffer. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Daarbij geldt wel dat deze bepaling betrekking heeft op de bewezenverklaring als geheel en niet vereist dat elk aspect van de bewezenverklaring door meer dan één bewijsmiddel wordt ondersteund.
De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Dit betekent dat in een zaak waar verdachte het tenlastegelegde feit ontkent en er geen directe getuigen zijn van de verweten ontuchtige handelingen, de rechter de betrouwbaarheid van de verklaringen van een slachtoffer moet beoordelen en vervolgens moet beoordelen of er voldoende steunbewijs voor de verklaring van een slachtoffer in het dossier aanwezig is. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat het misbruik als zodanig bevestiging in ander bewijsmateriaal vindt. Wel is vereist dat de verklaringen van een slachtoffer op specifieke punten bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal en dat tussen dit andere bewijsmateriaal en de verklaringen van een slachtoffer geen sprake is van een te ver verwijderd verband. De verklaringen van een slachtoffer dienen niet op zichzelf te staan, maar als te zijn ingebed in een door ander bewijsmateriaal ondersteunde concrete context.
Het hof zal hierna eerst toetsen of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn. Vervolgens komt de vraag aan de orde of en in hoeverre er ondersteuning bestaat in de zin van ander bewijs voor het tenlastegelegde feit dan de verklaringen van [slachtoffer] .
Betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer]
In alle strafzaken dienen aangiftes kritisch en zorgvuldig te worden bezien. Behoedzaamheid geldt aanvullend in zedenzaken, waarin doorgaans naast de verklaringen van een slachtoffer en verdachte(n) geen verklaringen van direct betrokkenen voorhanden zijn. Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit feit kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen of het gevolg zijn van emoties die zijn ontstaan door het delict of tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.
[slachtoffer] heeft zowel ten overstaan van de politie op 12 mei 2021 als bij de rechter-commissaris op 28 februari 2023 verklaard dat verdachte in de tenlastegelegde periode meermalen met zijn handen haar rug, kont, tieten en kut heeft gemasseerd en haar ook op deze plekken heeft gelikt. Dat gebeurde meestal ’s ochtends of ’s avonds op de slaapkamer van [slachtoffer] . Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte een keer heeft geprobeerd zijn piemel in haar kut te doen, toen zij samen op de bank in de woonkamer zaten. Verdachte stopte omdat [slachtoffer] wegliep. Ook moest [slachtoffer] één keer de piemel van verdachte aanraken om haar telefoon, die verdachte van haar had afgenomen, terug te krijgen. Verder heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte haar heeft ‘drooggeneukt’, door met zijn piemel over haar kleding te schuren. Tot slot heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte haar verschillende malen seksfilmpjes heeft laten zien.
Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaringen die [slachtoffer] bij de politie en de rechter-commissaris heeft afgelegd wel betrouwbaar zijn. De verklaringen die [slachtoffer] heeft afgelegd omtrent de tenlastegelegde ontuchtige handelingen zijn in de kern consistent, authentiek en voldoende gedetailleerd.
Aan de oprechtheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] dragen naar het oordeel van het hof verder bij de wijze waarop [slachtoffer] ertoe is gekomen om over de tenlastegelegde handelingen te verklaren. Nadat aangeefster (moeder van [slachtoffer] ) een SD- kaart had aangetroffen in het kantoor van verdachte waarop camerabeelden te zien zijn van zowel haar eigen slaapkamer als de slaapkamer van [slachtoffer] en de badkamer, heeft zij [slachtoffer] gevraagd of verdachte aan haar had gezeten. [slachtoffer] vertelde enkele maanden later aan aangeefster dat verdachte aan haar ( [slachtoffer] ) kut had gezeten en dat hij haar had gelikt. Daarop reageerde aangeefster overstuur en moest huilen. Bij de politie heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte daarnaast nog andere dingen bij haar had gedaan. [slachtoffer] verklaart daarover dat zij het al eerder wilde vertellen, maar dat niet durfde omdat zij bang was voor de reactie van aangeefster en verdachte.
Voorts acht het hof van belang dat [slachtoffer] zich niet enkel negatief heeft uitgelaten over verdachte. Zo heeft zij ten overstaan van de politie en de rechter-commissaris verklaard dat verdachte als een soort vader voor haar voelde en dat zij een goede band met hem had.
Het hof acht de verklaringen van [slachtoffer] en de wijze waarop zij uiteindelijk tot het afleggen van een getuigenverklaring bij de politie komt, aldus oprecht en navolgbaar. Ook tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep is over de algehele betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] bij het hof geen twijfel ontstaan. De verklaringen van [slachtoffer] acht het hof dan ook bruikbaar voor het bewijs en het hof zal haar verklaringen als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van de tenlastegelegde ontucht.
Steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer]
De volgende vraag die voorligt is of er sprake is van ander bewijs dat de verklaringen van [slachtoffer] ondersteunt, en of aldus wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontucht met [slachtoffer] . Het hof is van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] over feiten en omstandigheden die met de ontuchtige handelingen contextueel verband houden, in voldoende mate in andere bronnen in het dossier bevestiging vinden. Er is kortom voldoende steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer] . Het hof zal dit steunbewijs hierna bespreken.
Verdachte heeft zonder medeweten van [slachtoffer] en haar moeder in een aantal ruimtes in hun woning camera’s opgehangen en daarmee heimelijk opnames gemaakt. Door de politie zijn onder meer camerabeelden aangetroffen van de slaapkamer van [slachtoffer] die dateren van 21 juni 2020 met tijdstippen 22:08:32 en 22:09:03. Deze beelden zijn beschreven in het proces verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2021. De verbalisant neemt het volgende waar:
Omschrijving camerabeelden met tijdstip 22:08:32
Op het beeld zien wij [slachtoffer] nog steeds in bed liggen. De man, [verdachte] , staat
naast het bed met zijn linker zijkant naar de camera en zijn gezicht gericht op het bed.
[slachtoffer] : Oké, mag ik hem (het hof begrijpt: de telefoon van [slachtoffer] ) dan?
[verdachte] : Nee. Daar ben je nog te jong voor.
O: De man komt verder de slaapkamer in lopen en blijft naast het bed van [slachtoffer] staan.
[slachtoffer] : Geef.
[verdachte] : Nee, je krijgt hem niet (onverstaanbaar). Ga slapen.
[slachtoffer] : Alsjeblieft.
[verdachte] Dan moet je een sexy string aantrekken, je deken af doen en je tieten bloot ...
Omschrijving camerabeelden met tijdstip 22:09:03:
[slachtoffer] : Alleen tieten.
[verdachte] : Nee, alles bloot en dan trek je die string aan (onverstaanbaar).
[slachtoffer] : (onverstaanbaar) geen string.
[verdachte] : Dan pak je er één.
[slachtoffer] : Nee, die ligt boven.
Uit de door de verbalisant beschreven interactie tussen [slachtoffer] en verdachte volgt dat verdachte de telefoon van [slachtoffer] had ingenomen en dat zij deze pas terug zou krijgen als [slachtoffer] eerst seksueel getinte of seksueel geladen handelingen uitvoerde. Zo draagt verdachte [slachtoffer] op om een string aan te trekken, haar deken af te doen en ‘haar tieten bloot’ te doen. Als [slachtoffer] tegensputtert en kennelijk alleen haar borsten wil ontbloten, zegt verdachte: ‘Nee, alles bloot en dan trek je die string aan’. Deze op dwingende wijze gegeven opdracht bevestigt de verklaring van [slachtoffer] dat zij van verdachte opdrachten moest doen om haar ingenomen telefoon terug te krijgen. [slachtoffer] heeft de beelden niet gezien maar verklaart zich wel te herinneren dat wat er op de beelden te zien is ook echt is gebeurd. Uit de verklaringen van [slachtoffer] volgt verder dat zij die keer geen gevolg heeft gegeven aan de opdrachten van verdachte maar dat ze dat een andere keer wel heeft gedaan en toen wel haar telefoon heeft teruggekregen. Daarbij valt in het bijzonder op dat [slachtoffer] tijdens de op beeld waar te nemen interactie op geen enkele wijze ontzet dan wel geschrokken lijkt te zijn door verdachtes opdrachten om een string aan te trekken en haar borsten te ontbloten. [slachtoffer] sputtert slechts licht tegen door te zeggen ‘alleen tieten’ en door over de string te zeggen ‘die ligt boven’. Deze interactie tussen [slachtoffer] en verdachte bevestigt naar het oordeel van het hof dat het voor [slachtoffer] op dat moment kennelijk normaal was dat verdachte dergelijke opdrachten gaf en dat ze er niet vreemd van opkeek dat ze zich letterlijk volledig bloot moest geven aan verdachte, in haar eigen slaapkamer en in haar eigen bed. Daarmee bevestigen de camerabeelden de context waarin de verklaringen van [slachtoffer] over de door verdachte (ook in de slaapkamer van [slachtoffer] en haar eigen bed) gepleegde ontuchtige handelingen zijn ingebed. Dat brengt het hof tot het oordeel dat, ook al zijn op de beelden geen expliciete ontuchtige handelingen waar te nemen, deze wel steunbewijs vormen voor de verklaringen van [slachtoffer] .
Daarnaast is het hof van oordeel dat de verklaring van [getuige 1] (nicht van [slachtoffer] ) en de getuigenverklaring van [getuige 2] (tante van [slachtoffer] ) steun geven aan de verklaringen van [slachtoffer] . Zo heeft [getuige 1] verklaard dat [slachtoffer] een keer aan haar had verteld dat verdachte aan [slachtoffer] weleens filmpjes liet zien van mensen die naakt zijn en met elkaar bezig zijn en bloot op elkaar liggen. Desgevraagd vertelde [slachtoffer] aan [getuige 1] dat op deze filmpjes te zien was ‘dat de man bij de vrouw aan de poes likte’. [getuige 2] heeft bevestigd dat [slachtoffer] tegen haar nicht vertelde dat verdachte haar seksfilmpjes liet zien via de telefoon. Het hof stelt vast dat de verklaring van [slachtoffer] en de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] op dit punt overeenstemmen. [slachtoffer] heeft immers ten overstaan van de politie verklaard dat toen zij en verdachte een keer naar de bouwmarkt gingen, laatstgenoemde haar toen seksfilmpjes liet zien, dat verdachte haar meer dan vijftig keer een filmpje heeft laten zien, en dat zij dit aan haar moeder en nicht had verteld. [slachtoffer] markeert het tonen van een seksfilmpje als het begin van de ontucht; ze was toen 10/11 jaar. Dat zij over het tonen van een seksfilmpje destijds tegen haar nicht heeft verteld, bevestigt de context van haar verklaringen over de ontucht.
Concluderend is het hof van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] over het seksueel misbruik niet op zichzelf staan maar zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in verschillende andere bronnen. Er is voldoende ander bewijs dat de verklaring van [slachtoffer] op onderdelen op een relevante manier ondersteunt. Daarbij draagt aan de overtuiging van het hof nog bij dat verdachte - zonder dat daar een voor het hof navolgbare reden voor was - een camera op de slaapkamer van [slachtoffer] heeft geplaatst en daarmee beelden heeft opgenomen. Het hof is dan ook van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend is bewezen en verwerpt het verweer van de raadsman.”
2.5
Op grond van art. 342 lid 2 Sv Pro kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. [4] De rechtspraak van de Hoge Raad over dit onderwerp heeft om deze reden een sterk casuïstisch karakter.
2.6
Uit die rechtspraak kunnen wel een aantal hoofdlijnen worden afgeleid. Zo is bijvoorbeeld niet vereist dat het
misbruikals zodanig steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar is het afdoende wanneer de verklaring van de aangeefster of aangever op onderdelen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. [5] Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag dan geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband. [6] Verder kan uit die rechtspraak worden afgeleid dat verklaringen van derden die in de kern neerkomen op een hervertelling (
de auditu-verklaring) van hetgeen de aangeefster of aangever aan hen heeft verteld niet als steunbewijs kunnen worden aangemerkt. [7] Opmerking verdient nog dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. [8]
2.7
Het hof heeft gemotiveerd uiteengezet waarom naar zijn oordeel de als betrouwbaar aangemerkte verklaring van de aangeefster in voldoende mate steun vindt in andere bronnen, zodat is voldaan aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij heb ik het volgende in aanmerking genomen.
2.8
Het hof heeft geoordeeld dat de verklaring van de aangeefster over feiten en omstandigheden die met de ontuchtige handelingen contextueel verband houden, in voldoende mate bevestiging vindt in andere bronnen. Daarmee heeft het hof, gelet op hetgeen ik in randnummers 2.5 en 2.6 voorop heb gesteld, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Steunbewijs ziet het hof in de door de verdachte (de toenmalige vriend van de moeder van de aangeefster) heimelijk gemaakte opnames in de slaapkamer van de aangeefster en in de verklaringen van haar tante en nichtje.
2.9
Ten aanzien van de heimelijk gemaakte opnames merk ik in de eerste plaats op dat deze dateren van 21 juni 2020. De aangeefster is volgens de bewezenverklaring geboren op [geboortedatum] 2005 en was op dat moment dus veertien jaar oud. De enkele omstandigheid dát de verdachte heimelijk opnames maakte in de slaapkamer van de veertienjarige dochter van zijn partner heeft het hof niet bij het steunbewijs betrokken, maar heeft – omdat, zo begrijp ik, het de wenkbrauwen wel doet fronsen – bijgedragen aan de overtuiging van het hof, hetgeen mij niet onbegrijpelijk voorkomt. In de door verbalisanten beschreven waarnemingen op basis van de opnames (bewijsmiddel 4) ziet het hof bevestiging van verschillende onderdelen van de verklaring van de aangeefster:
- de opnames laten zien dat de verdachte de telefoon van de aangeefster had ingenomen en zij deze pas zou terugkrijgen als zij eerst seksueel getinte of seksueel geladen handelingen uitvoerde. De op dwingende wijze gegeven opdracht van de verdachte bevestigt volgens het hof de verklaring van de aangeefster dat zij van de verdachte (vaker) opdrachten moest doen om haar ingenomen telefoon terug te krijgen;
- de interactie tussen de verdachte en de aangeefster die te zien en horen is en waarbij opvalt dat de aangeefster op geen enkele wijze ontzet dan wel geschrokken lijkt door de opdrachten van de verdachte, bevestigt volgens het hof dat het voor de aangeefster op dat moment kennelijk normaal was dat zij dergelijke opdrachten van de verdachte kreeg en er niet vreemd van opkeek dat zij zich (letterlijk) bloot moest geven aan de verdachte in haar eigen slaapkamer en bed;
- de camerabeelden bevestigen daarmee de context waarin de verklaringen van de aangeefster over de door verdachte (ook in de slaapkamer van de aangeefster en haar eigen bed) gepleegde ontuchtige handelingen zijn ingebed.
2.1
Ik begrijp deze overwegingen van het hof zo dat, naar het oordeel van het hof, de opnames niet alleen steun bieden aan de verklaringen van de aangeefster voor zover deze inhouden dat de verdachte ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd (veelal in haar eigen slaapkamer), maar ook voor zover deze inhouden dat dit gedurende een langere periode heeft plaatsgehad. Anders dan de stellers van het middel acht ik het niet onbegrijpelijk dat het hof uit de interactie tussen de verdachte en de aangeefster heeft afgeleid dat het ‘kennelijk normaal’ was dat de verdachte eerder genoemde opdrachten aan de aangeefster gaf. Die interactie wijst immers op een zekere bekendheid met de situatie.
2.11
Het hof heeft voorts overwogen dat ook de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (de nicht van aangeefster) en [getuige 2] (de tante van aangeefster) steun geven aan de verklaringen van de aangeefster. Ik begrijp de overwegingen van het hof zo dat het hof in deze verklaringen niet zozeer steun vindt voor de omstandigheid dat de verdachte seksfilmpjes aan de aangeefster heeft laten zien, maar voor
het feit daten
het moment waaropzij daarover heeft verteld. Blijkens de voor het bewijs gebezigde verklaring van de aangeefster heeft zij verklaard dat haar moeder en de verdachte 5 à 6 jaar een relatie hebben gehad en dat haar moeder in mei, juni of juli 2020 bij [verdachte] is weggegaan. Daaruit leid ik af dat die relatie rond 2015 is begonnen, toen de aangeefster ongeveer tien jaar oud was. Naar aanleiding van de vraag wanneer het is geweest dat er “dingen (zijn) gebeurd tussen [verdachte] en jou” heeft de aangeefster verklaard dat ze toen ze een jaar of tien of elf jaar was met hem naar de bouwmarkt ging, ze dan samen in de auto zaten en hij haar dan seksfilmpjes liet zien van zo’n pornosite, hetgeen ze tegen onder andere haar nicht zou hebben gezegd. Vervolgens verklaart ze over de ontuchtige handelingen die zijn gebeurd toen ze elf of twaalf jaar was. Het hof heeft uit deze beantwoording van de vraag – mijns inziens niet onbegrijpelijk – afgeleid dat aangeefster het tonen van een seksfilmpje markeert als het begin van de ontucht. Als bewijsmiddel 3 heeft het hof gebezigd de verklaring van [getuige 1] , een nichtje van de aangeefster. Zij verklaart dat de aangeefster haar heeft verteld dat de verdachte haar (meermalen) seksfilmpjes liet zien. De tante van de aangeefster verklaart dat de aangeefster dit vertelde toen [moeder slachtoffer] (de moeder van de aangeefster) net in het begin een relatie met [verdachte] kreeg (bewijsmiddel 2). Dat het hof hierin bevestigd heeft gezien dat de aangeefster destijds tegen haar nicht over de seksfilmpjes heeft verteld, komt mij niet onbegrijpelijk voor. Dat geldt ook voor de gevolgtrekking van het hof dat dit de context van de verklaringen van de aangeefster over (het begin van) de ontucht bevestigt.
2.12
Al met al acht ik het oordeel van het hof dat aan het bewijsminimumvoorschrift is voldaan, niet getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
2.13
Het middel faalt.

3.Het tweede middel

3.1
In het tweede middel wordt geklaagd over de onttrekking aan het verkeer van de computer.
3.2
Blijkens het vonnis van 8 november 2023 heeft de rechtbank een computer (1 STK Computer (Omschrijving: G2551278)) onttrokken aan het verkeer, omdat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en met betrekking tot dit voorwerp bovendien het ten aanzien van parketnummer 05/235763-21 onder 4 bewezen verklaarde feit (dierenpornografie) is begaan.
3.3
Het bestreden arrest (gelezen in samenhang met het herstelarrest van 30 oktober 2024) houdt – voor zover voor de beoordeling van het middel van belang – het volgende in:

Omvang van het hoger beroep
Door de officier van justitie is bij akte van 22 november 2023 hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis van de rechtbank van 8 november 2023. Bij akte van 14 februari 2024 heeft de officier van justitie het hoger beroep ingetrokken voor zover dit was gericht tegen de onder parketnummer 05-235763-21 ten laste gelegde feiten 2, 3, 4 en 5 en het onder parketnummer 05-319570-21 ten laste gelegde feit.
Dit betekent dat in het hoger beroep alleen aan het oordeel van het hof is onderworpen het onder parketnummer 05-235763-21 als feit 1 tenlastegelegde, namelijk (kort gezegd) het plegen van ontucht met [slachtoffer] .
(…)
Beslag
Het primair bewezenverklaarde feit is begaan met betrekking tot de in beslag genomen en nog niet teruggegeven computer van verdachte. Deze computer zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan gelet op de wijze waarop de computer werd gebruikt en de gegevens die daar (mogelijk) nog op staan opgeslagen in strijd is met het algemeen belang en de wet.
(…)
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet opnieuw recht:
(…)
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een computer (omschrijving: G2551278, zwart, merk: Sharkoon).”
3.4
Als in eerste aanleg strafbare feiten gevoegd aan het oordeel van de rechtbank zijn onderworpen, maakt art. 407 lid 2 Sv Pro het mogelijk het hoger beroep tegen het vonnis te beperken tot een of meer gevoegde feiten. Met de partiële intrekking van het hoger beroep door de officier van justitie zijn alle andere beslissingen dan die ten aanzien het onder parketnummer 05-235763-21 als feit 1 tenlastegelegde (kort gezegd: de vrijspraak ten aanzien van het feit dat in het eerste middel centraal staat) buiten het hoger beroep gehouden. De in eerste aanleg gegeven beslissingen ten aanzien van de andere feiten zijn daardoor onherroepelijk geworden en speelden daarom geen rol meer bij de afdoening van de zaak in hoger beroep. [9] Dat betekent dat het hof niet meer had te oordelen over de inbeslaggenomen computer. De onttrekking aan het verkeer die de rechtbank ten aanzien van dat voorwerp had opgelegd, hing immers samen met een feit dat reeds onherroepelijk was afgedaan. Voor zover het middel daarover klaagt, slaagt het. De Hoge Raad kan de zaak op dit punt zelf afdoen en de beslissing van het hof in zoverre vernietigen.

4.Het derde middel

4.1
Het middel bevat de klacht dat de inzendtermijn in de cassatiefase is overschreden. Het cassatieberoep is ingesteld op 11 oktober 2024. De stukken van het geding zijn op 12 juni 2025 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dit brengt mee dat de inzendtermijn van acht maanden is overschreden. Gelet op de mate van overschrijding (met minder dan één maand) kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [10]

5.Slotsom

5.1
Het eerste middel faalt. Omdat het middel ziet op een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO Pro niet voor de hand. [11] Het tweede en derde middel slagen, maar dit behoeft niet tot terugwijzing te leiden.
5.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het hof heeft beslist tot de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een computer (omschrijving: G2551278, zwart, merk: Sharkoon), en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Bij herstelarrest van 30 oktober 2024 is deze zinssnede aangevuld. In eerste aanleg is de verdachte wegens (kort gezegd) een poging tot ontucht, het heimelijk maken van opnames in een woning, ontucht met een dier, dierenpornografie en mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft daarnaast twee vorderingen van benadeelde partijen (deels) toegewezen en, in verband met de dierenpornografie, een computer onttrokken aan het verkeer. Van het feit waarvoor de verdachte door het hof is veroordeeld, had de rechtbank hem vrijgesproken. Tegen die beslissing richtte zich het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep.
2.De verdachte in deze zaak is niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
3.Zie de kwalificatie van dit feit in randnummer 1.1.
4.Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452.
5.Vgl. HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717,
6.Vgl. HR 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:BK2094,
7.Vgl. HR 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1247,
8.Vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2452.
9.Vgl. A.J.A. van Dorst & M.J. Borgers,
10.HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, rov. 3.2.
11.HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40,