Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
19 mei 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarig kind dat hij verzorgde. De bewezenverklaring steunde uitsluitend op de verklaring van één getuige, het slachtoffer, en enkele ondersteunende verklaringen van familieleden en een huisarts.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren en dat de verklaringen van het slachtoffer onderling verschilden. Het hof achtte de verklaringen echter gedetailleerd en betrouwbaar en vond voldoende steun in de overige bewijsmiddelen.
De Hoge Raad herhaalt dat op grond van art. 342, tweede lid, Sv, bewijs niet uitsluitend op één getuige mag steunen zonder voldoende steunbewijs. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bewijsminimum is gehaald, mede omdat de ondersteunende verklaringen indirect van dezelfde bron afkomstig zijn.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende steunbewijs en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling.