Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het eerste middel
Verklaringen van [getuige] in het licht van de Vidgen-jurisprudentie
sole or decisiveof van
significant weightis voor het bewijs. Is dat het geval dan is het gebruik enkel toegestaan als er voldoende
counterbalancing factorsaanwezig zijn die het ontbreken van de mogelijkheid tot effectieve ondervraging compenseren. [3] Bij de beoordeling van de vraag of het proces in zijn geheel eerlijk is geweest, bestaat een verband tussen het gewicht die de verklaring van de niet-ondervraagde getuige inneemt in de bewijsconstructie en de mate waarin compenserende factoren aanwezig dienen te zijn. [4]
daarmeeook uit de richting van de verdachte komt, zodat hij zijn recht op ondervraging heeft verspeeld. Dit brengt volgens de stellers van het middel mee dat dit oordeel onbegrijpelijk is.
sole or decisivezijn voor de veroordeling. Het moet volgens het EHRM dan gaan om bedreigingen afkomstig van de verdachte of “from those who act on [his] behalf […] or with his knowledge and approval”. [11] Hieruit leid ik af dat voldoende is dat de bedreiging namens en gericht op het belang van de verdachte is gedaan (het gebruik van het woord “or” in de zinssnede “from those who act on behalf of the defendant or with his knowledge and approval” duidt er immers op dat ook als geen sprake is van
knowledge and approvalaan de zijde van de verdachte een bedreiging toch aan hem kan worden toegerekend). Een andere lezing van de EHRM-rechtspraak zou tot de onaanvaardbare conclusie leiden dat de verdachte voordeel heeft als gevolg van bedreigingen die mede in zijn belang zijn gedaan door zijn criminele compagnons.
When a witness’s fear is attributable to the defendant or those acting on his behalf, it is appropriate to allow the evidence of that witness to be introduced at trial without the need for the witness to give live evidence or be examined by the defendant or his representatives –even if such evidence was the sole or decisive evidence against the defendant” (onderstreping door mij, D.P.).De klacht over het ontbreken van voldoende compenserende factoren faalt daarmee, nu deze klacht in feite een overweging ten overvloede betreft. Voor het geval de Hoge Raad daar anders over mocht denken, zal ik ook de klacht over de compenserende factoren bespreken.
decisiveis geweest voor de veroordeling van de verdachte, het volgende. De stellers van het middel klagen dat deze tekortschieten. Daartoe wordt in het kader van de tweede deelklacht aangevoerd dat het stellen van vragen aan anderen, zoals WOD’ers, observanten en medeverdachten, omtrent hetgeen deze al dan niet zouden hebben waargenomen geen betrekking heeft op de voor de verdachte belastende onderdelen van de verklaringen van [getuige] .
75. The Court found the following elements of relevance in the assessment of the adequacy of counterbalancing factors: the trial court’s approach to the untested evidence; the availability and strength of corroborative evidence supporting the untested witness statements; and the procedural measures taken to compensate for the lack of opportunity to directly cross-examine the witness at the trial (see paragraph 63 above).
hij op 28 oktober 2020 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning (perceel [a-straat 1] ) door naar die woning te gaan en een mortierbomshell te plaatsen onder/op/aan een auto (van dei [benadeelde] ) die bij die woning stond geparkeerd en de lont van die mortierbomshell aan te steken waarbij die mortierbomshell nabij die woning tot ontploffing is gekomen, ten gevolge waarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was”.
3. Bewijsoverwegingen