ECLI:NL:RBALK:2004:AO3453
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. Janse
- E.M. van de Linde
- D.M. de Feijter
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huisarts voor niet ingebracht Implanon-implantaat en gevolgschade
Eiseres bezocht in april 2000 haar huisarts met het verzoek het anticonceptieve Implanon-implantaat in te brengen. Ondanks dit werd zij eind mei 2000 toch zwanger, waarbij het implantaat niet in haar arm werd aangetroffen. Eiseres stelt dat de huisarts aansprakelijk is wegens niet-nakoming van de behandelingsovereenkomst.
De rechtbank stelt vast dat tussen eiseres en huisarts een geneeskundige behandelingsovereenkomst bestond, waarbij de huisarts zich verbond tot het inbrengen van het implantaat. De rechtbank kwalificeert deze verbintenis als een resultaatsverbintenis, gelet op de eenvoud van de handeling en de verwachting dat het implantaat daadwerkelijk geplaatst zou worden.
De rechtbank concludeert dat het implantaat niet is ingebracht of onjuist is geplaatst, waardoor het lichaam het heeft afgestoten, en dat dit aan de huisarts kan worden toegerekend. De aansprakelijkheid is daarmee vastgesteld. De rechtbank staat eiseres toe te bewijzen dat zij definitief had gekozen voor kinderloosheid, wat relevant is voor de omvang van de schadevergoeding. De vordering van eiser wordt afgewezen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: Huisarts is aansprakelijk voor het niet inbrengen van het implantaat; verdere beslissing over schadevergoeding wordt aangehouden.