ECLI:NL:RBALK:2007:BA7161
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vrijstelling vestiging bruin-/witgoed- en elektrowinkel in Den Helder ongegrond verklaard
De zaak betreft een beroep en verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder om vrijstelling te verlenen voor de vestiging van een bruin-/witgoed- en elektrowinkel (BCC) op een perceel in Den Helder. Verzoekers bestreden de vrijstelling onder meer vanwege vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan en vrees voor ontwrichting van de voorzieningenstructuur.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers sub 4, 5 en 6 hun zienswijzen buiten de termijn hadden ingediend, waardoor hun beroep niet-ontvankelijk was. Verzoekers sub 1, 2 en 3 werden inhoudelijk beoordeeld, waarbij de rechter vaststelde dat de vrijstelling terecht was verleend op grond van artikel 19, tweede lid van de WRO. De ruimtelijke onderbouwing, ondersteund door een rapport van Ecorys, toonde aan dat er marktruimte was voor de vestiging van BCC en dat deze geen duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zou veroorzaken.
De voorzieningenrechter verwierp de stellingen van verzoekers dat de vrijstelling onrechtmatig was vanwege het niet toepassen van artikel 19, eerste lid van de WRO of vanwege het advies van de Adviesraad Detailhandel en Horeca. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijstelling voor vestiging van de bruin-/witgoed- en elektrowinkel is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.