ECLI:NL:RBALK:2008:BD2955
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending precontractuele zorgplicht door DSB Bank bij effectenleaseovereenkomst
In deze civiele procedure vordert eiser sub 1 c.s. dat DSB Bank wordt veroordeeld wegens tekortkomingen in de nakoming van haar zorgplicht bij een effectenleaseovereenkomst. De rechtbank verwijst naar eerdere tussenvonnissen en bevestigt dat DSB als rechtsopvolger van Becam Intermediair niet tekort is geschoten in de contractuele nakoming, maar wel in haar precontractuele zorgplicht.
De rechtbank stelt vast dat DSB onvoldoende heeft gewaarschuwd voor het risico dat de verkoopopbrengst van de aandelen onvoldoende zou zijn om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Tevens heeft DSB onvoldoende onderzoek gedaan naar de financiële positie van eiser sub 1 c.s., waardoor de overeenkomst niet had mogen worden aangegaan. Er is een causaal verband tussen deze tekortkomingen en het door eiser geleden nadeel.
De rechtbank past een nadeelsverdeling toe waarbij 50% van het nadeel voor rekening van DSB komt en 50% voor eiser sub 1 c.s., gelet op diens persoonlijke en financiële omstandigheden. Het nadeel wordt berekend op €10.475,78, waaruit volgt dat eiser sub 1 c.s. een vordering heeft van €904,11. Subsidiaire vorderingen wegens dwaling en misbruik van omstandigheden worden afgewezen.
DSB wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente, en in de proceskosten. Tevens wordt bepaald dat eiser sub 1 c.s. geen rechten kan ontlenen aan de veroordeling totdat hij schriftelijk toestemming geeft voor verkoop van de effecten en afdracht van de opbrengst aan DSB. Na voldoening van het vonnis zijn partijen geen verplichtingen meer uit de overeenkomst verschuldigd.
Uitkomst: DSB Bank wordt veroordeeld tot betaling van €904,11 met wettelijke rente wegens schending van de precontractuele zorgplicht.