ECLI:NL:RBALK:2011:BR4375
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning niet-biologische vader in belang minderjarige
In deze civiele zaak verzocht de moeder, als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kind, de rechtbank om de erkenning van het kind door de man te vernietigen. De bijzondere curator stelde dat alleen hij bevoegd was om namens het kind een dergelijk verzoek in te dienen en dat de moeder niet-ontvankelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat de moeder wel ontvankelijk is en dat de bijzondere curator slechts de belangen van het kind behartigt, maar niet exclusief bevoegd is tot het indienen van het verzoek.
Feitelijk stond vast dat de man niet de biologische vader was en dat het contact tussen hem en het kind sinds 2007 volledig was verbroken. De moeder had het eenhoofdig gezag en het kind woonde in een stabiel gezinsverband met de biologische vader en haar zusje, die wel was erkend door de biologische vader. De rechtbank vond het in het belang van de minderjarige dat de juridische situatie werd aangepast aan de feitelijke situatie.
De rechtbank vernietigde daarom de erkenning van de man, die tijdens de minderjarigheid van het kind had plaatsgevonden. Het verzoek van de bijzondere curator werd afgewezen wegens gebrek aan belang. De uitspraak bevestigt dat een gezaghebbende ouder namens het minderjarige kind een verzoek tot vernietiging van erkenning kan indienen, ook in afstammingszaken waar een bijzondere curator is benoemd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van de man en verklaart het verzoek van de moeder ontvankelijk en toewijsbaar.