ECLI:NL:RBALM:2001:AB2668
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen rechtstreeks belang eigenaar bij weigering bouwvergunning aan derden
Eiser betwistte de weigering van een bouwvergunning voor een tijdelijke woonunit die was aangevraagd door de gebroeders E, die een maatschap vormen waar eiser later deel van zou uitmaken. Hoewel eiser de woonunit reeds gebruikte en er grote belangen voor hem op het spel stonden, oordeelde de rechtbank dat zijn belang niet rechtstreeks bij het besluit was betrokken.
De rechtbank stelde vast dat het besluit gericht was aan de gebroeders E en dat zij formele rechtskracht hadden verkregen doordat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen de weigering. Hierdoor kon eiser het onaantastbare besluit niet materieel aanvechten als direct belanghebbende.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:72, vierde lid, Awb. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
De rechtbank ging niet inhoudelijk in op de beroepsgronden vanwege de ontvankelijkheidskwestie. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard door het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren wegens ontbreken van rechtstreeks belang.