ECLI:NL:RBALM:2002:AD9793
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving vrijstellingen en bouwvergunningen wegens ontbreken voorbereidingsbesluit
De zaak betreft een geschil over vrijstellingen en bouwvergunningen verleend door de gemeente Denekamp voor het project Centrumrand Ootmarsum, waaronder een verzorgingshuis, aanleunwoningen en winkelunits. Verzoeksters maakten bezwaar tegen de besluiten van 13 juni 2001, waarop de voorzieningenrechter op 4 oktober 2001 een voorlopige schorsing uitvaardigde.
Op 15 januari 2002 nam de gemeente een besluit op bezwaar waarin de vrijstellingen en bouwvergunningen in stand werden gelaten. De rechtbank oordeelt dat op die datum geen voorbereidingsbesluit van kracht was, aangezien het voorbereidingsbesluit van 13 juli 2000 op 15 juli 2001 was vervallen en geen nieuw voorbereidingsbesluit was genomen of bestemmingsplan herzien. Hierdoor kon artikel 19 WRO Pro niet worden toegepast.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Raad van State die stelt dat de wettelijke vereisten voor toepassing van artikel 19 WRO Pro op het moment van de beslissing op bezwaar moeten zijn vervuld. Het feit dat ten tijde van de primaire besluiten een voorbereidingsbesluit gold, maakt dit niet anders.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en schorst de vrijstellingsbesluiten en bouwvergunningen tot zes weken na een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt zij de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak onderstreept het belang van het voorbereidingsbesluit als instrument om het primaat van het bestemmingsplan te waarborgen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd omdat op het moment van de beslissing geen voorbereidingsbesluit van kracht was, waardoor niet aan artikel 19 WRO werd voldaan.