ECLI:NL:RBALM:2005:AS5909
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Moes
- Breitbarth
- Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Recht op inzage in persoonsgegevens bij beëindigde effectenleaseovereenkomst
Verzoekers sloten in mei 2000 een effectenleaseovereenkomst met een rechtsvoorganger van Dexia, die in april 2003 werd beëindigd met een negatief resultaat voor verzoekers. Na herhaalde verzoeken om inzage in hun persoonsgegevens en het uitblijven van reactie van Dexia, wendden verzoekers zich tot de rechtbank op grond van artikel 46 WBP Pro.
Dexia weigerde inzage te geven en beriep zich op artikel 43 sub e WBP Pro, stellende dat sprake was van misbruik van recht en dat het inzageverzoek diende te wijken voor haar bedrijfsbelang. De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht individueel moet worden beoordeeld en dat het belang van verzoekers prevaleert. Dexia kon niet aannemelijk maken dat haar rechten of vrijheden werden geschaad.
De rechtbank stelde vast dat ook specifieke gegevens zoals het beleggingsprofiel, kredietwaardigheid en opgenomen telefoongesprekken persoonsgegevens zijn en onder het inzagerecht vallen. Dexia werd veroordeeld om binnen vier weken een volledig overzicht te verstrekken en in de kosten van de procedure. Het verzoek werd daarmee toegewezen.
Uitkomst: Dexia wordt veroordeeld tot het verstrekken van een volledig overzicht van persoonsgegevens aan verzoekers binnen vier weken.