ECLI:NL:RBALM:2007:AZ6700
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens verblijfsstatus
Verzoekster, van Roemeense nationaliteit, diende een aanvraag in voor voortgezet verblijf in Nederland en was in afwachting van een beslissing op haar beroep tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning. Verweerder had haar bijstandsuitkering ingetrokken op grond van een door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) afgegeven verblijfsstatuscode 98, die volgens verweerder betekende dat verzoekster niet langer rechtmatig verbleef.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander op grond van artikel 11, derde lid, van de WWB in samenhang met het Besluit gelijkstelling. Dit betekent dat zij recht heeft op bijstand zolang haar beroep op de intrekking van haar verblijfsvergunning nog niet onherroepelijk is beslist.
Daarom wordt het besluit van 18 december 2006, waarin de uitkering werd ingetrokken met ingang van 6 oktober 2006, geschorst en de uitkering gecontinueerd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de uitkering wordt gecontinueerd vanaf 6 oktober 2006.