ECLI:NL:RBALM:2008:BC9937
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting arbeidsovereenkomst en loondoorbetalingsverplichting bij Ziektewetuitkering
De zaak betreft de vraag of eiseres terecht is geweigerd een Ziektewetuitkering voor haar werkneemster te ontvangen, omdat eiseres een loondoorbetalingsverplichting zou hebben. De werkneemster had aanvankelijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, welke in 2005 werd gewijzigd in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gekoppeld aan de zorg voor een specifieke cliënt. Na het overlijden van deze cliënt werd een oproepovereenkomst gesloten.
Verweerder stelde dat op grond van artikel 7:667, vierde lid, BW, de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moet worden gezien als voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waardoor deze niet van rechtswege eindigde en opzegging vereist was. De rechtbank oordeelde dat de verschillen tussen de overeenkomsten niet wezenlijk waren, onder meer omdat de aard van de werkzaamheden en het loon vergelijkbaar waren, en het aantal uren niet significant verschilde.
De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet voortzetting was vanwege het ontbreken van een kalendermatig bepaalde einddatum. Ook de trage besluitvorming van verweerder leidde niet tot vernietiging van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van verweerder tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt in stand gelaten.