ECLI:NL:RBALM:2008:BG2857
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Jue
- W.F. Claessens
- M.A. Heldeweg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wav vernietigd wegens ontbreken werkgeverschap
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of eiser als werkgever in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kon worden aangemerkt en daarmee verantwoordelijk was voor het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen voor vier Poolse vreemdelingen die verbouwwerkzaamheden verrichtten.
Eiser had een bemiddelende rol en was betrokken bij de oprichting van een vennootschap onder firma met de vreemdelingen, maar was uit deze vennootschap uitgetreden voordat de werkzaamheden plaatsvonden. De vreemdelingen verrichtten werkzaamheden voor een derde partij, [cliënt], en eiser hield toezicht namens deze opdrachtgever.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat eiser aanwijzingen gaf en toezicht hield namens [cliënt] niet betekent dat hij als werkgever kan worden aangemerkt. Er was geen gezagsverhouding of feitelijk werkgeverschap, omdat de werkzaamheden niet ten dienste van eiser waren en hij niet de opdracht had gegeven voor de uitvoering. Daarom was het bestreden besluit, waarin de boete werd opgelegd, niet op goede gronden gebaseerd en werd het vernietigd.
De rechtbank herroept het besluit van 22 februari 2007 en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat eiser niet als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt.