ECLI:NL:RBALM:2008:BG2931
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Jue
- W.F. Claessens
- M.A. Heldeweg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs werkgeverschap bij inzet vreemdelingen
Eiser kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid zouden hebben verricht. De kern van het geschil was of de vreemdelingen als zelfstandigen of als werknemers onder gezagsverhouding van eiser werkten.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende feitelijke grondslag bood om aannemelijk te maken dat eiser de vreemdelingen arbeid had laten verrichten. Het enkele feit dat eiser eigenaar was van het pand waar de werkzaamheden plaatsvonden, was onvoldoende om werkgeverschap aan te nemen. Verweerder kon geen overtuigend bewijs leveren van een gezagsverhouding.
Eiser verklaarde dat hij een erkend bedrijf had ingehuurd dat de werkzaamheden zelfstandig uitvoerde en dat hij noch zijn werknemers aanwijzingen gaven. De rechtbank achtte deze verklaring geloofwaardig. Daarnaast werd overwogen dat volgens het EG-Verdrag en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de vreemdelingen als zelfstandigen konden worden aangemerkt indien zij zonder gezagsverhouding werkten.
Gelet op het ontbreken van bewijs dat de vreemdelingen onder gezag van eiser werkten, oordeelde de rechtbank dat de boete onterecht was opgelegd en vernietigde het besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Bestuurlijke boete vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat eiser vreemdelingen als werkgever arbeid heeft laten verrichten.