ECLI:NL:RBALM:2008:BG3752
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens niet aannemelijk maken voortzetting bouwactiviteiten
De rechtbank Almelo heeft op 28 oktober 2008 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de intrekking van een bouwvergunning voor een agrarische bedrijfswoning en machineberging op een perceel te Vasse. De bouwvergunning was in 1995 verleend, maar de werkzaamheden zijn lange tijd stilgelegd. Verweerder, het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tubbergen, heeft de vergunning ingetrokken op grond van gewijzigde planologische omstandigheden en het niet aannemelijk maken van voortzetting van de bouwactiviteiten.
Eiser, erfgenaam van de oorspronkelijke vergunninghouder, voerde aan dat verweerder geen beleid had vastgesteld voor intrekking en dat het belang van het gewijzigde planologische regime niet in redelijkheid aan de intrekking ten grondslag mocht worden gelegd. Tevens stelde hij dat hij op korte termijn zou gaan bouwen, onderbouwd met offertes. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van intrekkingsbeleid niet betekent dat de bevoegdheid niet kan worden uitgeoefend, maar dat de motivering dan extra zorgvuldig moet zijn. De rechtbank vond de motivering toereikend.
De rechtbank stelde vast dat het gewijzigde bestemmingsplan niet verenigbaar is met de bouwvergunning en dat verweerder een redelijk belang had bij intrekking. De offertes waren verlopen en er waren geen concrete stappen gezet om de bouw te hervatten. Ook de belangenafweging was zorgvuldig gemaakt, waarbij het algemene belang prevaleerde boven de bedrijfsplannen van eiser. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit wordt gehandhaafd.