ECLI:NL:RBALM:2009:BH2710
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetes wegens onrechtmatige tewerkstellingsvergunning voor grensoverschrijdende dienstverlening
De rechtbank Almelo behandelde beroepen tegen boetes opgelegd aan twee ondernemingen wegens het tewerkstellen van Slowaakse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning. De kern van het geschil betrof de vraag of de vergunningplicht een beperking vormt van het vrije verkeer van diensten zoals vastgelegd in artikelen 49 en 50 van het EG-verdrag.
De rechtbank oordeelde dat de eis van een tewerkstellingsvergunning inderdaad een beperking vormt, maar dat deze beperking niet gerechtvaardigd is voor werknemers die onder gezag van een dienstverrichter tijdelijk werkzaamheden verrichten en hun hoofdactiviteit in het land van herkomst uitoefenen. Voor twee werknemers van de eerste eiseres werd vastgesteld dat zij als dienstverrichters in de zin van het EG-verdrag kunnen worden aangemerkt, waardoor de vergunningplicht niet geldt en de boetes vernietigd werden.
Voor vier andere werknemers werd vastgesteld dat zij onder gezag van de tweede eiseres werkten en niet als zelfstandigen konden worden beschouwd. Voor deze werknemers blijft de vergunningplicht van toepassing en worden de boetes gehandhaafd. De rechtbank veroordeelde de verweerder tevens tot vergoeding van proceskosten aan eiseressen.
De uitspraak benadrukt de toepassing van het EG-verdrag op nationale vergunningplicht en verduidelijkt de criteria voor het onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers in grensoverschrijdende dienstverlening.
Uitkomst: Boetes voor twee werknemers vernietigd wegens toepassing EG-verdrag, overige boetes gehandhaafd.