ECLI:NL:RVS:2008:BF3901
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op vrij verkeer van diensten
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van [appellante] tegen deze boete ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt omdat er geen gezagsverhouding bestond en dat de vreemdelingen als zelfstandigen in het kader van het vrij verrichten van diensten hadden gewerkt. De Raad van State oordeelde dat de Wav een ruim werkgeversbegrip hanteert waarbij feitelijk werkgeverschap voldoende is, ongeacht de aanwezigheid van een gezagsverhouding. De vreemdelingen werkten onder gezag van een andere aannemer en hadden weinig vrijheid in de uitvoering van hun werkzaamheden, waardoor zij niet als zelfstandigen konden worden beschouwd.
Verder faalde het beroep op het non-discriminatiebeginsel omdat geen aannemelijk bewijs was geleverd dat Slowaakse zelfstandigen zwaarder werden belast dan Nederlandse. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een afwijking van het boetebeleid rechtvaardigden.
De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van [appellante].
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boeteoplegging aan [appellante] wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst het hoger beroep af.