ECLI:NL:RBALM:2011:BT6239
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing IRO-traject wegens budgetoverschrijding niet onredelijk maar geen ongeclausuleerde toezegging
Eiser, met recht op een WW-uitkering, wilde een IRO-traject volgen voor re-integratie. Verweerder, het UWV, weigerde dit traject wegens overschrijding van het budget en het feit dat het re-integratieplan op 15 maart 2010 nog niet was geaccordeerd. Eiser stelde dat hem een onvoorwaardelijke toezegging was gedaan en dat het besluit in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat het UWV een ruime discretionaire bevoegdheid heeft en dat de budgetoverschrijding een zwaarwegend algemeen belang kan vormen. Echter, omdat het slechts om één traject ging en er nog budget voor andere doelgroepen beschikbaar was, was de budgetoverschrijding niet zwaarwegend genoeg om de toezegging te negeren. Tegelijkertijd oordeelde de rechtbank dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging was gedaan die een gerechtvaardigde verwachting bij eiser kon wekken.
Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het IRO-traject wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat geen ongeclausuleerde toezegging is gedaan.