ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5061
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- A.J. Beukenhorst
- J.C.W. Rang
- R.C.H. van Harmelen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking kantonrechter wegens onjuiste toepassing artikel 7:685 BW en niet-ontvankelijkverklaring verzoeker
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter Amsterdam waarin artikel 7:685 BW Pro werd toegepast bij een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer.
De verzoeker stelde dat de kantonrechter ten onrechte de verweerder ontvankelijk had verklaard ondanks het ontbreken van een reïntegratieplan, terwijl de verzoeker op het moment van ontvangst van het verzoekschrift arbeidsongeschikt was. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van het reïntegratieplan niet zomaar genegeerd kon worden en dat de kantonrechter onjuist had gehandeld door zonder kennisneming van het plan tot inhoudelijke beoordeling over te gaan.
De rechtbank vernietigde daarom de beschikking van de kantonrechter en verklaarde de verweerder niet-ontvankelijk in haar verzoek. De kosten van het geding werden aan de zijde van de verweerder opgelegd. De tweede grief over fundamentele rechtsbeginselen behoefde geen bespreking meer vanwege het slagen van de eerste grief.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking en verklaart de verweerder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.